Loreneah keek angstig om zich heen en probeerde rudtig adem te halen.
"Oké..." zei Arjen trillerig. "Dus deze potten zijn gevuld met... Stukjes mens?"
Loreneah knikte. Ze wilde niet eens nadenken bij het idee dat de lichaamsdelen van mensen die ze op de conventie had ontmoet hier in potten op het dak stonden. Dat kon niet. Dat kon gewoon niet. Langzaam schuifelde ze tussen de potten door en bekeek de lugubere objecten die er in dreven. Arjen volgde haar. Het was als wanneer je in de trein zat tegenover een vrouw met een enorme hazenlip; je kon onmogelijk níet kijken. Bij de rand van het dak bleef ze staan. Ze staarde naar de grond en dacht aan Steven. Zou iemand hem al hebben binnengelaten? De koele avondwind blies door haar haren. Lorenean rilde. Ineens hoorde ze Arjen naar adem happen. Met een ruk draaide ze zich om. Arjen zat op zijn knieën bij één van de vele glazen potten. Zwaar ademend staarde hij naar de hand die in de gelige vloeistof dreef. Loreneah huiverde.
"Walgelijk." mompelde instemmend.
Arjen schudde zijn hoofd. Zijn gezicht vertrok en zijn ogen begonnen te glinsteren. Met een trillende vinger tikte hij tegen het glas. Loreneah boog voorover om beter te kunnen kijken, aan de ringvinger van de levenloze hand glinsterde een zilveren ring.
"Die... die ring..." mompelde Arjen gesmoord. "Dat is... dat is Martin's ring!"
Loreneah sloeg haar handen voor haar gezicht. Ze voelde zich misselijk worden. Ongelovig schudde ze haar hoofd. Arjen staarde anafgebroken naar de ring, en langzaam rolde er een traan over zijn gezicht. Loreneah aarzelde even, maar zette toen een paar stappen in zijn richting en legde een hand op zijn schokkende schouder. Zodra hij dat voelde sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht en begon hartstochtelijk te huilen.