Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

donderdag 17 december 2009

Hoofdstuk 18

Loreneah rende naar de rand van het dak en liet de ladder zakken. Vol spanning keek ze toe hoe Joni voorzichtig omhoog klom. Haar gezicht zag bleek en haar ogen stonden geschokt. Loreneah stak haar hand uit en hielp Joni omhoog. Joni omhelsde haar en Loreneah voelde dat ze trilde. Toen Joni op het dak stond ging haar blik naar de glaze potten. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Ze pakte een pot op en bekeek de inhoud. Loreaneah zag hoe haar ogen groot werden en keek naar de grond. Een schelle kreet van afschuw steeg op uit Joni's keel en de pot gleed uit haar handen. Loreneah wist hem op tijd op te vangen en zette hem tussen de andere potten. Ze sloeg haar armen om Joni heen en streek sussend over haar haar. "Rustig maar." mompelde ze. Ze voelde Joni naar adem happen. "Die... Die potten..." stamelde ze. "Is dat... Zijn dat... Oh my God..." Loreneah liet Joni los en haalde diep adem. "In één van de potten hebben we Martin's hand gevonden, dus ja, we kunnen er vanuit gaan dat in de andere potten ook..."
"Nee..." mompelde Joni. Ze sloeg haar handen voor haar mond en zakte langzaam op haar knieën neer. "Nee... Oh my God, nee." Loreneah sloeg haar ogen neer. "Maar Lisa... En Nanet... Oh my God... Jamira, Jamie.... Nee, dat meen je niet." Ze keek Loreneah smekend aan. "Waarschijnlijk wel." zei Loreneah gesmoord. "Nee..." Joni's tranen glinsterden is het licht van de opkomende zon. Ze begon hartstochtelijk te snikken. "Nee... Alsjeblieft, nee." Een tijdlang zei niemand iets. De pijnlijke stilte werd alleen onderbroken door Joni's lange, gierende uithalen. Toen ze na een tijdje weer iets tot rust was gekomen liet Loreneah zich op haar kniëen zakken en keek Joni ernstig aan.
"Joni..." begon ze voorzichtig. "Wat is er gebeurd? Waar is Épica?"

Andy keek Steven ongelovig aan. "Okée... Dus je pa heeft een zooi mensen, waaronder Loreneah ontvoerd en de bovenleidingen van de trein doorgeknipt met een dure heggeschaar. Vervolgens stond Arjen hier voor de deur om Loreneah te redden, maar die redde zichzelf door je vader neer te steken met een Ox-jambutton en met hulp van Arjen te ontsnappen. En nu zijn Loreneah en Arjen aan het proberen Joni en Épica te redden en hebben ze jou achtergelaten omdat de bad guy je eigen vader is, maar ben je nu onderweg naar huis om Épica alsnog eigenhandig te redden?"
Steven knikte. Andy schoot in de lach.
"Dude, Steven, wat heb jij gezopen?"
Steven sloeg zijn ogen neer en begon langs Andy heen richting zijn huis te lopen.
"Helemaal niks." zei hij kil. "Ik meen het."
Andy volgde hem. "Serieus?"
Steven zweeg.
"Steven, wacht nou even!" Andy versnelde zijn pas en haalde Steven in.
"Steven kom op. Je neemt me toch in de maling?" Hij ging voor Steven staan.
Steven liep rood aan. Hij stond even stil en duwde Andy toen opzij en liep door.
"Steven..." begon Andy.
Steven draaide zich op.
"Denk nou eens na, man! Denk je nou echt, dat als dit allemaal een geintje was, dat ik hier dan zou staan te janken?! Dat ik hier dan midden in de nacht over straat zou zwerven in mijn eentje?" Andy zweeg. Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Ik heb hier geen tijd voor." zei Stephen, en hij draaide zich weer om en liep door. Andy volgde hem.

vrijdag 11 december 2009

Hoofdstuk 17

Steven rende door de uitgestorven straten. Hij had niet eens gemerkt dat hij zo ver van huis was. Verward keek hij om zich heen. Hij was vlak bij zijn huis. Even stond hij stil. Zijn ademhaling gierde door zijn keel van het rennen. Het zweet liep langs zijn rug. Uitgeput leunde hij voorover en zette zijn handen op zijn knieën. In het licht van de lantaarnpaal zag hij de uitgerekte schaduw van een jongen met halflang krullend haar.
"Steven? Dude, wat doe jij hier nou weer? Weet je wel hoe laat het is?"
Bij het horen van de bekende stem keek Steven op. Een jongen met een getinte huid en zwarte krullen grijnsde hem schaapachtig aan. Steven's mond viel open.
"Andy?! Wat doe jíj hier nou weer?!?"
"Ssh!" siste Andy. "De meeste mensen slapen op dit tijdstip hoor."
Steven dacht aan Épica en Joni. Hij keek zwijgend voor zicht uit. Andy nam Steven aandachtig op.
"Wat zie je eruit man! Je bent helemaal bezweet! Wacht eens even..." Andy viel even stil. "Heb je gehuild?"
Steven keek naar de grond en veegde met de rug van zijn hand langs zijn wang.
"Ik moet gaan." Hij wilde langs Andy heen verder lopen, maar Andy hield hem tegen.
"Laat me los!" riep Steven fel. Andy keek hem verbaasd aan.
"The Fuck... Steven, wat is er aan de hand?"

Loreneah wreef zachtjes over Arjen's rug. Hij staarde glazig voor zich uit. Ze had het gevoel dat ze zo al een eeuwigheid zaten. Arjen's ogen waren rood en zijn wangen waren nat van de tranen. Af en toe wierp hij vol afkeer een blik op de pot waar Martin's hand in zat.
"Misschien is dat zíjn nier wel." mompelde hij, terwijl hij met zijn hoofd gebaarde naar de eerste pot die hij bekeken had.
"En dat is misschien zijn bloed. Of dat." Hij ging met zijn vingers een paar rode potten langs."
"Hou op." zei Loreneah zachtjes. "Alsjeblieft."
"Het had ook jouw bloed kunnen zijn." ging hij verder. Zijn stem klonk vlak en monotoon.
"Of zelfs dat van mij." Loreneah zuchtte. Arjen stond op en liep naar de rand van het dak. Zwijgend staarde hij naar beneden.
"Arjen, kom hier..." Zei Loreneah gesmoord. Arjen verroerde zich niet.
"Alsjeblieft." Arjen schudde zijn hoofd.
"Het is mijn schuld." zei hij bitter. Zijn stem trilde.
"Bullshit." snikte Loreneah. "Kom nou gewoon hier."
Arjen zette nog een stap naar voren. Het dak kraakte. Één van de potten viel kletterend naar beneden en raakte met een smak de grond. Beneden klonken voetstappen.
"Arjen kom hier!" gilde Loreneah. Ze greep Arjen bij zijn arm en trok hem weg van de rand. Arjen struikende over een pot en viel achterover tussen de andere potten. Hij schreeuwde en kwam half overeind. Bij het zien van een vormeloos vaalroze object in één van de potten begon hij te kokhalzen en braakte over de rand van het dak. Loreanah kneep haar ogen dicht en wendde haar blik af. Beneden klonken opnieuw haastige voetstappen. En een hoge gil. Loreneah schrok op. Dat was niet de vader van Steven. Ze ging op haar buik liggen en gluurde over de rand omlaag. Een smal gezicht omlijst met blonde krullen keek angstig omhoog.
"Joni!" riep Loreneah. "Je leeft nog!"