Met half toegeknepen ogen keek Loreneah naar de helverlichte opening van het luik. Een zwart sihouette van een man verscheen in beeld.
"Joooooni! Ik kom je bevrijden!" Loreneah keek om; Joni zat tegen de muur aan gedrukt met haar handen tegen haar mond. De tranen stonden in haar ogen. Het silhouette boog zich naar voren en stak zijn hand uit.
"Kom dan!" riep hij kruiperig. Loreneah probeerde na te denken, ze moest hier weg zien te komen. Plotseling viel haar blik op de Ox-Jambutton die nog steeds op haar T-shirt zat gespeld. Het was niet veel, maar het viel te proberen. Zo onopvallend mogelijk haalde ze de button van haar shirt en liet het pinnetje los.
"Geef me een voetje." fluisterde ze tegen Épica, die een bijna onmerkbaar knikje gaf.
"Wat zeg je?" vroeg de gedaante achterdochtig. Hij had zich losgescheurd van Joni. Loreneah kon zijn gezicht niet zien, vanwege het tegenlicht.
"Oké, ik ga met je mee!" riep Joni, die het plan blijkbaar begrepen had. De man richtte zijn aandacht weer op Joni en kwam ietsjes overeind. Daar had Loreneah op gewacht.
"NU!" schreeuwde ze. En ze zette haar handen in van de opening van het luik. Épica duwde haar van onderen omhoog en binnen een paar seconden wist ze zich op te heisen en stond ze buiten het luik.
"Wat ben jij van plan?" In het licht zag ze dat het inderdaad Steven's vader was. Ruw greep hij haar bij haar pols en probeerde haar terug te duwen door het luik. Met al haar kracht stak Loreneah het pinnetje van de button die ze nog in haar vrije hand had in de pols van Stevens vader. Hij schreeuwde het uit van de pijn en liet Loreneah los. Het bloed liep langs zijn vingers.
Loreneah draaide zich om om weg te rennen en zag dat ze zich in de logeerkamer in Stevens huis bevond, de kamer waar ze diezelfde nacht nog had geslapen.
Toen ze de deur openduwde stond ze oog in oog met Steven en Arjen, die haar beiden met een mengeling van onbegrip en opluchting aanstaarden.
"Aan de kant!" gilde ze paniekerig. Ze duwde hun aan de kant en rende naar de andere kant van de huiskamer, maar draaide zich toen meteen weer om. Stevens vader was haar gevolgd en stond nu voor haar neus.
"Ellending rotkind! Ik maak je kapot!" Hij had het pinnetje uit zijn pols getrokken en richte dat nu dreigend op Loreneah.
"Pa?" Steven stond als aan de grond genageld achter zijn vader en staarde met grote ogen naar het tafereel.
"Sta daar niet zo!" gilde Loreneah. "Ren weg en ga hulp halen!" Steven verroerde zich niet.
Loreneah stond met haar rug tegen de muur gedrukt en keek angstig naar het zilveren pinnetje dat Stevens vader nu langzaam naar haar keel bracht.
"Hé ouwe." werd er ineens geroepen. Stevens vader draaide zich om om te kijken waar het vandaan kwam. Hij had Arjen's aanwezigheid nog niet opgemerkt. Arjen sloeg hem hard met zijn vuist in zijn gezicht. Loreneah greep de gelegenheid aan en rende naar de andere kant van de kamer. Stevens vader stond op en balde zijn vuist. Er stroomde boed uit zijn neus. Hij wilde terugslaan maar was te traag, Arjen gaf hem een knietje in zijn maag en greep Steven bij zijn arm.
"Rennen!" riep hij tegen Loreneah. Ze knikte en baande zich een weg naar de voordeur. Arjen volgde haar, Steven met zich meeslepend. Ze renden de voordeur uit, de straat op, en verder, zo hard ze maar konden. Net zo lang tot uiteindelijk Loreneah hijgend in elkaar zakte op een verlaten grasveldje.
"Ik... kan niet ...meer" stamelde ze.
"Het is oké." hijgde Arjen, terwijl hij achterom keek. "Ik denk dat we hem kwijt zijn."
"Steven..." begon Loreneah. "Épica... en Joni... Ze zijn... Ze zijn daar nog."
Steven staarde zwijgend naar de grond.
"Steven? Hoor je me?" Loreneah stond op en schudde hem door elkaar.
"Hallo, Steven! Zeg verdomme iets!"
Hij bleef naar de grond staren, maar zijn schouders begonnen te schokken. Er klonk zachtjes gesnik.
"Sorry..." zei Loreneah geschrokken. Ze liet hem los en liet haat armen langzaam zakken. "Sorry, ik wou niet..."
Steven sloeg zijn handen voor zijn gezicht en zakte snikkend in elkaar.
"Het spijt me." fluisterde hij.
"Ik had het moeten weten... Het was mijn vader, mijn bloedeigen vader."
Arjen sloeg zijn ogen neer.
"Het spijt me." zei Steven opnieuw.
"Het spijt me zo."
Er viel een stilte. Loreneah naast Steven op de koude tegels zitten en Arjen volgde haar voorbeeld. Zo zaten ze daar. Met zijn drieën in op de stoep.
"We moeten de politie bellen." zei Arjen na een tijdje. Loreneah wierp onzeker een blik op Steven. Hij knikte.
Arjen haalde zijn telefoon uit zijn broekzak en wierp een blik op zijn beeldscherm.
"Nee hè... Batterij leeg." Hij keek naar Loreneah.
"Die eng- Stevens vader heeft mijn mobiel." Arjen slaakte een zucht.
"Steven?" Steven keek Arjen even emotieloos aan, alsof hij heel diep over de vraag moest nadenken.
"Mijn telefoon ligt nog thuis."
"Shit!" Arjen stond op en trapte tegen de stoeprand.
"Kunnen we niet ergens aanbellen?" opperde Loreneah.
Arjen wierp een blik op zijn horloge. "Om tien voor halfvijf?"
"Oh ja." Loreneah liet haar hoofd hangen. "Ik wist niet dat het al zo laat was."
"We moeten iets doen." zei Arjen beslist. "Als Martin echt ontvoerd is dan-"
"Martin?" Loreneah keek op. "Joni zei dat Martin daar al was toen zei er terechtkwam."
"Echt?" vroeg Arjen hoopvol. "Is hij daar nu nog?"
Loreneah schudde haar hoofd.
"Alleen Joni en Épica. Hij heeft Martin al opgehaald, net als de rest."
"Opgehaald?" Arjen keek haar angstig aan. "Wat heeft ie daarna met ze gedaan?"
Loreneah schudde haar hoofd. "Geen idee."
"Oké. Ik ga terug."
Loreneah stond op. "Nee, je weet niet- Misschien is ie wel gewapend!"
"Misschien wel..." zei Arjen bitter. "Maar ik moet terug, misschien is Martin daar nog ergens."
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Dan ga ik met je mee." zei ze vastbesloten.
"Ik moet Joni en Épica helpen, zonder hun had ik niet weg kunnen komen."
Arjen knikte.
"En ik?" Steven was ook opgestaan. Arjen aarzelde. "Het spijt me, maar het lijkt me geen goed idee dat jij ook meegaat." Steven deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Het is oké." zei Loreneah. "Ik haal Joni en Épica daar weg."
Steven keek naar de grond, maar zei niets.
"Steven," zei Arjen ernstig. "Ga op zoek naar een huis waar nog licht brand, en vraag of je de telefoon mag gebruiken. Over ongeveer anderhalf uur zullen de eerste mensen wel opstaan..."
Steven knikte. "Als ik de politie heb gewaarschuwd, kom ik naar jullie toe, oké?"
Arjen glimlachte voorzichtig. "Oké."
Hij draaide zich om en gebaarde Loreneah mee te komen.
"Jongens," mompelde Steven. Arjen keek over zijn schouder. "Wees voorzichtig."
"Jij ook." zei Loreneah.
Arjen knikte alleen maar.