Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

donderdag 17 december 2009

Hoofdstuk 18

Loreneah rende naar de rand van het dak en liet de ladder zakken. Vol spanning keek ze toe hoe Joni voorzichtig omhoog klom. Haar gezicht zag bleek en haar ogen stonden geschokt. Loreneah stak haar hand uit en hielp Joni omhoog. Joni omhelsde haar en Loreneah voelde dat ze trilde. Toen Joni op het dak stond ging haar blik naar de glaze potten. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Ze pakte een pot op en bekeek de inhoud. Loreaneah zag hoe haar ogen groot werden en keek naar de grond. Een schelle kreet van afschuw steeg op uit Joni's keel en de pot gleed uit haar handen. Loreneah wist hem op tijd op te vangen en zette hem tussen de andere potten. Ze sloeg haar armen om Joni heen en streek sussend over haar haar. "Rustig maar." mompelde ze. Ze voelde Joni naar adem happen. "Die... Die potten..." stamelde ze. "Is dat... Zijn dat... Oh my God..." Loreneah liet Joni los en haalde diep adem. "In één van de potten hebben we Martin's hand gevonden, dus ja, we kunnen er vanuit gaan dat in de andere potten ook..."
"Nee..." mompelde Joni. Ze sloeg haar handen voor haar mond en zakte langzaam op haar knieën neer. "Nee... Oh my God, nee." Loreneah sloeg haar ogen neer. "Maar Lisa... En Nanet... Oh my God... Jamira, Jamie.... Nee, dat meen je niet." Ze keek Loreneah smekend aan. "Waarschijnlijk wel." zei Loreneah gesmoord. "Nee..." Joni's tranen glinsterden is het licht van de opkomende zon. Ze begon hartstochtelijk te snikken. "Nee... Alsjeblieft, nee." Een tijdlang zei niemand iets. De pijnlijke stilte werd alleen onderbroken door Joni's lange, gierende uithalen. Toen ze na een tijdje weer iets tot rust was gekomen liet Loreneah zich op haar kniëen zakken en keek Joni ernstig aan.
"Joni..." begon ze voorzichtig. "Wat is er gebeurd? Waar is Épica?"

Andy keek Steven ongelovig aan. "Okée... Dus je pa heeft een zooi mensen, waaronder Loreneah ontvoerd en de bovenleidingen van de trein doorgeknipt met een dure heggeschaar. Vervolgens stond Arjen hier voor de deur om Loreneah te redden, maar die redde zichzelf door je vader neer te steken met een Ox-jambutton en met hulp van Arjen te ontsnappen. En nu zijn Loreneah en Arjen aan het proberen Joni en Épica te redden en hebben ze jou achtergelaten omdat de bad guy je eigen vader is, maar ben je nu onderweg naar huis om Épica alsnog eigenhandig te redden?"
Steven knikte. Andy schoot in de lach.
"Dude, Steven, wat heb jij gezopen?"
Steven sloeg zijn ogen neer en begon langs Andy heen richting zijn huis te lopen.
"Helemaal niks." zei hij kil. "Ik meen het."
Andy volgde hem. "Serieus?"
Steven zweeg.
"Steven, wacht nou even!" Andy versnelde zijn pas en haalde Steven in.
"Steven kom op. Je neemt me toch in de maling?" Hij ging voor Steven staan.
Steven liep rood aan. Hij stond even stil en duwde Andy toen opzij en liep door.
"Steven..." begon Andy.
Steven draaide zich op.
"Denk nou eens na, man! Denk je nou echt, dat als dit allemaal een geintje was, dat ik hier dan zou staan te janken?! Dat ik hier dan midden in de nacht over straat zou zwerven in mijn eentje?" Andy zweeg. Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Ik heb hier geen tijd voor." zei Stephen, en hij draaide zich weer om en liep door. Andy volgde hem.

vrijdag 11 december 2009

Hoofdstuk 17

Steven rende door de uitgestorven straten. Hij had niet eens gemerkt dat hij zo ver van huis was. Verward keek hij om zich heen. Hij was vlak bij zijn huis. Even stond hij stil. Zijn ademhaling gierde door zijn keel van het rennen. Het zweet liep langs zijn rug. Uitgeput leunde hij voorover en zette zijn handen op zijn knieën. In het licht van de lantaarnpaal zag hij de uitgerekte schaduw van een jongen met halflang krullend haar.
"Steven? Dude, wat doe jij hier nou weer? Weet je wel hoe laat het is?"
Bij het horen van de bekende stem keek Steven op. Een jongen met een getinte huid en zwarte krullen grijnsde hem schaapachtig aan. Steven's mond viel open.
"Andy?! Wat doe jíj hier nou weer?!?"
"Ssh!" siste Andy. "De meeste mensen slapen op dit tijdstip hoor."
Steven dacht aan Épica en Joni. Hij keek zwijgend voor zicht uit. Andy nam Steven aandachtig op.
"Wat zie je eruit man! Je bent helemaal bezweet! Wacht eens even..." Andy viel even stil. "Heb je gehuild?"
Steven keek naar de grond en veegde met de rug van zijn hand langs zijn wang.
"Ik moet gaan." Hij wilde langs Andy heen verder lopen, maar Andy hield hem tegen.
"Laat me los!" riep Steven fel. Andy keek hem verbaasd aan.
"The Fuck... Steven, wat is er aan de hand?"

Loreneah wreef zachtjes over Arjen's rug. Hij staarde glazig voor zich uit. Ze had het gevoel dat ze zo al een eeuwigheid zaten. Arjen's ogen waren rood en zijn wangen waren nat van de tranen. Af en toe wierp hij vol afkeer een blik op de pot waar Martin's hand in zat.
"Misschien is dat zíjn nier wel." mompelde hij, terwijl hij met zijn hoofd gebaarde naar de eerste pot die hij bekeken had.
"En dat is misschien zijn bloed. Of dat." Hij ging met zijn vingers een paar rode potten langs."
"Hou op." zei Loreneah zachtjes. "Alsjeblieft."
"Het had ook jouw bloed kunnen zijn." ging hij verder. Zijn stem klonk vlak en monotoon.
"Of zelfs dat van mij." Loreneah zuchtte. Arjen stond op en liep naar de rand van het dak. Zwijgend staarde hij naar beneden.
"Arjen, kom hier..." Zei Loreneah gesmoord. Arjen verroerde zich niet.
"Alsjeblieft." Arjen schudde zijn hoofd.
"Het is mijn schuld." zei hij bitter. Zijn stem trilde.
"Bullshit." snikte Loreneah. "Kom nou gewoon hier."
Arjen zette nog een stap naar voren. Het dak kraakte. Één van de potten viel kletterend naar beneden en raakte met een smak de grond. Beneden klonken voetstappen.
"Arjen kom hier!" gilde Loreneah. Ze greep Arjen bij zijn arm en trok hem weg van de rand. Arjen struikende over een pot en viel achterover tussen de andere potten. Hij schreeuwde en kwam half overeind. Bij het zien van een vormeloos vaalroze object in één van de potten begon hij te kokhalzen en braakte over de rand van het dak. Loreanah kneep haar ogen dicht en wendde haar blik af. Beneden klonken opnieuw haastige voetstappen. En een hoge gil. Loreneah schrok op. Dat was niet de vader van Steven. Ze ging op haar buik liggen en gluurde over de rand omlaag. Een smal gezicht omlijst met blonde krullen keek angstig omhoog.
"Joni!" riep Loreneah. "Je leeft nog!"

woensdag 6 mei 2009

Hoofdstuk 16

Steven liep uitgeput langs de donkere ramen, hij had het gevoel dat hij al uren zocht, maar dat kon niet, want dan zou het al licht zijn. Voor één van de vele verlaten uitziende huizen bleef hij staan. Hijgend keek hij naar het plaatje boven de deurbel. Was hij hier niet al eens langsgelopen? Steven liet zijn hoofd hangen en sjokte verder. Het had geen zin. Iedereen sliep nog. Waarom hadden ze hem achter gelaten? Waarom mocht hij niet helpen Joni en Épica te bevrijden? Épica was zijn vriendin! En degene die dit allemaal op zijn geweten had was zíjn vader. Even stond hij stil. Dat was waarschijnlijk de reden dat hij niet mee mocht. Dat het allemaal de schuld van zijn vader was. Zijn vader was een kidnapper, misschien wel een moordenaar. Wanhopig liet hij zich in elkaar zakken op de koude klinkers. De tranen stroomde over zijn gezicht. Beelden van momenten van hem met Épica flitste door zijn hoofd. Hij wenste vurig dat het Loreneah en Arjen zou lukken. Plotseling flitste een ander beeld naar zijn hoofd. Loreneah in de logeerkamer, en zijn vader, met bloed aan zijn handen. Maar in de logeerkamer op de achtergrond... Een openstaand luik! Steven sperde zijn ogen wijd open. "Natuurlijk!" riep hij hardop uit. Het feit dat dit drama zich afspeelde in zijn huis kon ook in zijn voordeel werken. Abrupt stond hij op en begon in de richting van zijn huis te lopen. Steeds sneller, tot hij begon te sprinten. Hij kon niet wachten op Arjen en Loreneah. Hij ging Épica eigenhandig redden!

Loreneah keek angstig om zich heen en probeerde rudtig adem te halen.
"Oké..." zei Arjen trillerig. "Dus deze potten zijn gevuld met... Stukjes mens?"
Loreneah knikte. Ze wilde niet eens nadenken bij het idee dat de lichaamsdelen van mensen die ze op de conventie had ontmoet hier in potten op het dak stonden. Dat kon niet. Dat kon gewoon niet. Langzaam schuifelde ze tussen de potten door en bekeek de lugubere objecten die er in dreven. Arjen volgde haar. Het was als wanneer je in de trein zat tegenover een vrouw met een enorme hazenlip; je kon onmogelijk níet kijken. Bij de rand van het dak bleef ze staan. Ze staarde naar de grond en dacht aan Steven. Zou iemand hem al hebben binnengelaten? De koele avondwind blies door haar haren. Lorenean rilde. Ineens hoorde ze Arjen naar adem happen. Met een ruk draaide ze zich om. Arjen zat op zijn knieën bij één van de vele glazen potten. Zwaar ademend staarde hij naar de hand die in de gelige vloeistof dreef. Loreneah huiverde. 
"Walgelijk." mompelde instemmend.
Arjen schudde zijn hoofd. Zijn gezicht vertrok en zijn ogen begonnen te glinsteren. Met een trillende vinger tikte hij tegen het glas. Loreneah boog voorover om beter te kunnen kijken, aan de ringvinger van de levenloze hand glinsterde een zilveren ring. 
"Die... die ring..." mompelde Arjen gesmoord. "Dat is... dat is Martin's ring!"
Loreneah sloeg haar handen voor haar gezicht. Ze voelde zich misselijk worden. Ongelovig schudde ze haar hoofd. Arjen staarde anafgebroken naar de ring, en langzaam rolde er een traan over zijn gezicht. Loreneah aarzelde even, maar zette toen een paar stappen in zijn richting en legde een hand op zijn schokkende schouder. Zodra hij dat voelde sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht en begon hartstochtelijk te huilen.

dinsdag 21 april 2009

Hoofdstuk 15

Stevens huis zag er verlaten uit. De voordeur stond op een kier. Loreneah schuifelde achter Arjen aan de oprit op. Bij de deur stonden ze stil. Arjen legde zijn vinger op zijn lippen en duwde de voordeur verder open om naar binnnen te kunnen kijken. 
"Niemand." fluisterde hij, en op zijn tenen stapte hij naar binnen. Loreneah volgde hem. Arjen keek zenuwachtig om het hoekje van de huiskamerdeur. Het licht in de huiskamer brandde. 
"Is er iemand?" fluisterde Loreneah.
"Ik weet niet..." zei Arjen gesmoord. "Ik denk het niet."
Hij gebaarde dat ze moest blijven staan en liep naar binnen. Loreneah keek hem na en wenste vurig dat er echt niemand in de woonkamer was.
"De kust is veilig." hoorde ze Arjen zeggen. Ze slaakte een zucht van opluchting en liep de woonkamer in. Nietsvermoedend liep ze naar de deur van de logeerkamer en wilde hem open doen, maar dat lukte niet. 
"Shit!" zei ze met opeengeklemde kaken. "Hij heeft de deur op slot gedaan."
Arjen vloekte zachtjes. "En nu?"
Loreneah aarzelde even. "Het dak op."
Arjen keek alsof hij haar niet goed verstaan had. "Het dak op?"
Loreneah knikte. "Steven en ik hoorde gisteravond en vandaag steeds rare geluiden op het dak. Zijn vader verbouwt er planten, zegt ie. Maar gisteravond hoorde ik glas breken. En vandaag..."
"Vond je bebloede glasscherven." vulde Arjen aan. "Dan ben ik benieuwd wat voor 'plantjes' hij verbouwt." Loreneah knikte. Door de open deur liepen ze weer naar buiten. Arjen staarde naar de dakgoot.
"En nu?" Loreneah liep langs de garage. "Nou, we moeten vinden hoe Steven's vader steeds op het dak kwam..." mompelde Loreneah. Arjen keek peinzend om zich heen. "Dan moe hier ergens een ladder ofzo zijn..." mompelde hij afwezig. Hij deed een paar stappen achteruit en verdween ineens in de heg. "AU!"
Loreneah draaide zich om. "Arjen?!" riep ze angstig. 
"Bingo." klonk het uit de bosjes. Arjen kwam tevoorschijn en schoof een lange metalen ladder onder de heg vandaan.
"Discreet." zei Loreneah vol bewondering.
"Ja, maar goed dat ik zo onhandig ben..." lachte Arjen. Hij hees de ladder overeind en zette hem tegen de muur van het huis.
"Gaat u voor." hij gebaarde naar het dak. Loreneah klom op de ladder en stond binnen een paar seconden op het dak. Arjen volgde haar. Toen hij ook op het dak stond keek Loreneah om zich heen. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Het dak stond vol met afgesloten glazen potten. Het was duidelijk dat er geen planten in zaten. Loreneah pakte één van de potten op en deed een stap achteruit om hem in het maanlicht te bekijken. Toen ze zag wat erin zat slaakte ze een kreet van afschuw. De pot gleed uit haar handen en viel een paar meter beneden hun aan scherven. Loreneah wankelde naar de rand van het dak en verloor haar evenwicht. Net op tijd pakte Arjen haar bij haar pols en trok haar bij de rand weg.
"Oh mijn God!" riep ze gesmoord en ze sloeg haar handen voor haar mond.
"Wat is er?" vroeg Arjen geschokt. "Wat zit er in die potten?"
Loreneah schudde ontzet haar hoofd. Arjen haalde een fietslampje uit zijn zak en klikte die aan. Hij hurkte tussen de glazen potten en bescheen ze één voor één met het lampje. Loreneah zakte trillend op haar knieën neer. "Jezus..." mompelde Arjen ongelovig. Sommige potten waren gevuld met een egaal rode vloeistof, waarvan Loreneah niet hoefde te raden wat het was. Arjen bescheen een pot met een heldergele vloeistof waar een gebogen ovaal, donkerrood ding in dreef. "Loreneah." Arjen wees met een trillende vinger naar het glas. "Is dat..."
Loreneah knikte. "Ja." fluisterde ze. "Dat is een nier."

zondag 19 april 2009

Hoofdstuk 14

Met half toegeknepen ogen keek Loreneah naar de helverlichte opening van het luik. Een zwart sihouette van een man verscheen in beeld.
"Joooooni! Ik kom je bevrijden!" Loreneah keek om; Joni zat tegen de muur aan gedrukt met haar handen tegen haar mond. De tranen stonden in haar ogen. Het silhouette boog zich naar voren en stak zijn hand uit. 
"Kom dan!" riep hij kruiperig. Loreneah probeerde na te denken, ze moest hier weg zien te komen. Plotseling viel haar blik op de Ox-Jambutton die nog steeds op haar T-shirt zat gespeld. Het was niet veel, maar het viel te proberen. Zo onopvallend mogelijk haalde ze de button van haar shirt en liet het pinnetje los. 
"Geef me een voetje." fluisterde ze tegen Épica, die een bijna onmerkbaar knikje gaf.
"Wat zeg je?" vroeg de gedaante achterdochtig. Hij had zich losgescheurd van Joni. Loreneah kon zijn gezicht niet zien, vanwege het tegenlicht.
"Oké, ik ga met je mee!" riep Joni, die het plan blijkbaar begrepen had. De man richtte zijn aandacht weer op Joni en kwam ietsjes overeind. Daar had Loreneah op gewacht.
"NU!" schreeuwde ze. En ze zette haar handen in van de opening van het luik. Épica duwde haar van onderen omhoog en binnen een paar seconden wist ze zich op te heisen en stond ze buiten het luik. 
"Wat ben jij van plan?" In het licht zag ze dat het inderdaad Steven's vader was. Ruw greep hij haar bij haar pols en probeerde haar terug te duwen door het luik. Met al haar kracht stak Loreneah het pinnetje van de button die ze nog in haar vrije hand had in de pols van Stevens vader. Hij schreeuwde het uit van de pijn en liet Loreneah los. Het bloed liep langs zijn vingers.
Loreneah draaide zich om om weg te rennen en zag dat ze zich in de logeerkamer in Stevens huis bevond, de kamer waar ze diezelfde nacht nog had geslapen.
Toen ze de deur openduwde stond ze oog in oog met Steven en Arjen, die haar beiden met een mengeling van onbegrip en opluchting aanstaarden.
"Aan de kant!" gilde ze paniekerig. Ze duwde hun aan de kant en rende naar de andere kant van de huiskamer, maar draaide zich toen meteen weer om. Stevens vader was haar gevolgd en stond nu voor haar neus.
"Ellending rotkind! Ik maak je kapot!" Hij had het pinnetje uit zijn pols getrokken en richte dat nu dreigend op Loreneah.
"Pa?" Steven stond als aan de grond genageld achter zijn vader en staarde met grote ogen naar het tafereel.
"Sta daar niet zo!" gilde Loreneah. "Ren weg en ga hulp halen!" Steven verroerde zich niet.
Loreneah stond met haar rug tegen de muur gedrukt en keek angstig naar het zilveren pinnetje dat Stevens vader nu langzaam naar haar keel bracht.
"Hé ouwe." werd er ineens geroepen. Stevens vader draaide zich om om te kijken waar het vandaan kwam. Hij had Arjen's aanwezigheid nog niet opgemerkt. Arjen sloeg hem hard met zijn vuist in zijn gezicht. Loreneah greep de gelegenheid aan en rende naar de andere kant van de kamer. Stevens vader stond op en balde zijn vuist. Er stroomde boed uit zijn neus. Hij wilde terugslaan maar was te traag, Arjen gaf hem een knietje in zijn maag en greep Steven bij zijn arm. 
"Rennen!" riep hij tegen Loreneah. Ze knikte en baande zich een weg naar de voordeur. Arjen volgde haar, Steven met zich meeslepend. Ze renden de voordeur uit, de straat op, en verder, zo hard ze maar konden. Net zo lang tot uiteindelijk Loreneah hijgend in elkaar zakte op een verlaten grasveldje.
"Ik... kan niet ...meer" stamelde ze. 
"Het is oké." hijgde Arjen, terwijl hij achterom keek. "Ik denk dat we hem kwijt zijn."
"Steven..." begon Loreneah. "Épica... en Joni... Ze zijn... Ze zijn daar nog."
Steven staarde zwijgend naar de grond.
"Steven? Hoor je me?" Loreneah stond op en schudde hem door elkaar.
"Hallo, Steven! Zeg verdomme iets!"
Hij bleef naar de grond staren, maar zijn schouders begonnen te schokken. Er klonk zachtjes gesnik.
"Sorry..." zei Loreneah geschrokken. Ze liet hem los en liet haat armen langzaam zakken. "Sorry, ik wou niet..."
Steven sloeg zijn handen voor zijn gezicht en zakte snikkend in elkaar. 
"Het spijt me." fluisterde hij.
"Ik had het moeten weten... Het was mijn vader, mijn bloedeigen vader."
Arjen sloeg zijn ogen neer. 
"Het spijt me." zei Steven opnieuw.
"Het spijt me zo."
Er viel een stilte. Loreneah naast Steven op de koude tegels zitten en Arjen volgde haar voorbeeld. Zo zaten ze daar. Met zijn drieën in op de stoep.
"We moeten de politie bellen." zei Arjen na een tijdje. Loreneah wierp onzeker een blik op Steven. Hij knikte.
Arjen haalde zijn telefoon uit zijn broekzak en wierp een blik op zijn beeldscherm.
"Nee hè... Batterij leeg." Hij keek naar Loreneah.
"Die eng- Stevens vader heeft mijn mobiel." Arjen slaakte een zucht. 
"Steven?" Steven keek Arjen even emotieloos aan, alsof hij heel diep over de vraag moest nadenken.
"Mijn telefoon ligt nog thuis."
"Shit!" Arjen stond op en trapte tegen de stoeprand. 
"Kunnen we niet ergens aanbellen?" opperde Loreneah.
Arjen wierp een blik op zijn horloge. "Om tien voor halfvijf?"
"Oh ja." Loreneah liet haar hoofd hangen. "Ik wist niet dat het al zo laat was."
"We moeten iets doen." zei Arjen beslist. "Als Martin echt ontvoerd is dan-"
"Martin?" Loreneah keek op. "Joni zei dat Martin daar al was toen zei er terechtkwam."
"Echt?" vroeg Arjen hoopvol. "Is hij daar nu nog?"
Loreneah schudde haar hoofd.
"Alleen Joni en Épica. Hij heeft Martin al opgehaald, net als de rest."
"Opgehaald?" Arjen keek haar angstig aan. "Wat heeft ie daarna met ze gedaan?"
Loreneah schudde haar hoofd. "Geen idee."
"Oké. Ik ga terug." 
Loreneah stond op. "Nee, je weet niet- Misschien is ie wel gewapend!"
"Misschien wel..." zei Arjen bitter. "Maar ik moet terug, misschien is Martin daar nog ergens."
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Dan ga ik met je mee." zei ze vastbesloten.
"Ik moet Joni en Épica helpen, zonder hun had ik niet weg kunnen komen." 
Arjen knikte.
"En ik?" Steven was ook opgestaan. Arjen aarzelde. "Het spijt me, maar het lijkt me geen goed idee dat jij ook meegaat." Steven deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Het is oké." zei Loreneah. "Ik haal Joni en Épica daar weg." 
Steven keek naar de grond, maar zei niets.
"Steven," zei Arjen ernstig. "Ga op zoek naar een huis waar nog licht brand, en vraag of je de telefoon mag gebruiken. Over ongeveer anderhalf uur zullen de eerste mensen wel opstaan..."
Steven knikte. "Als ik de politie heb gewaarschuwd, kom ik naar jullie toe, oké?"
Arjen glimlachte voorzichtig. "Oké."
Hij draaide zich om en gebaarde Loreneah mee te komen.
"Jongens," mompelde Steven. Arjen keek over zijn schouder. "Wees voorzichtig."
"Jij ook." zei Loreneah.
Arjen knikte alleen maar.

maandag 13 april 2009

Hoofdstuk 13

"Steven, waar is Loreneah?" vroeg Arjen opnieuw toen Steven geen antwoord gaf.
Steven sloeg zijn ogen neer. "Weet ik niet."
"Hoe bedoel je?" Arjen verhief zijn stem. "Ze was hier toch?"
"Kom even binnen." zei Steven. Hij deed een stap achteruit en Arjen stapte langs hem heen naar binnen. Steven ging hem voor en liep naar de keuken. 
"Wil je iets drinken?" hij draaide zich om naar Arjen. Die schudde zijn hoofd. Steven schonk zichzelf een glas sinaasappelsap in en ging aan tafel zitten. Arjen nam plaats op de stoel tegenover hem.
"Wat is er gebeurd?" vroeg Arjen zachtjes. "Ik werd gebeld door Loreneah, en toen ik opnam hoorde ik allemaal geruis en gekraak, en op een gegeven moment werd er opgehangen. Ik heb daarna nog een paar keer geprobeerd te bellen, maar steeds werd er na één keer opgehangen."
Steven keek peinzend naar zijn glas.
"En daarom ben je hierheen gekomen, midden in de nacht?"
Arjen sloeg zijn ogen neer. "Ik weet niet... Het was zo raar, en het is niks voor Loreneah om eerst te bellen en dan niet op te nemen. Maar behalve dat, kreeg ik een heel naar gevoel, alsof er iets mis was. Omdat ik haar niet kon bereiken heb ik jou gebeld, maar je was steeds in gesprek. Ik werd helemaal gek van mezelf, ik kon gewoon niet wachten tot ik je kon bellen, dus heb ik de eerste trein hierheen gepakt."
Steven voelde tranen prikken in zijn ogen. 
"Ik probeerde Épica te bellen, mijn vriendin. Ik denk dat ze in gevaar is, met al die verdwijningen, het zijn allemaal mensen van CWN. Ik heb zes keer geprobeerd haar te bellen, maar iedere keer werd ik weggedrukt na één keer overgaan. Toen ik weer naar boven ging, waar Loreneah in mijn kamer had zitten wachten, zat er bloed aan de deurklink en op het tapijt in mijn kamer, en Loreneah was verdwenen."
Arjen keek geschrokken op. "Bloed?"
Steven knikte en stond op. Met zijn handen in zijn zakken liep hij naar het raam en staarde de nacht in. Arjen stond ook op en ging naast hem staan.
"Heb je haar gezocht?" vroeg hij voorzichtig.
"Wat denk jij dan? Natuurlijk, maar ik kan haar nergens vinden."
Arjen deed een stap naar voren en legde zijn vingers op het glas.
"We moeten haar vinden."

Langzaam deed Épica haar ogen open. Met een pijnlijk gezicht greep ze naar haar hoofd.
"Au..." zei ze zachtjes.
"Je hebt een flinke smak gemaakt." zei Joni bezorgd. Ze hielp Épica voorzichtig overeind en bekeek haar gezicht.
"Hij heeft je ook wel goed te pakken gehad..." peinzend staarde ze naar de striemen op Épica's gezicht.
"Hij?" vroeg Épica angstig. "Wie? Wie heeft dit gedaan?"
Joni wierp een twijfelachtige blik op Loreneah.
"We denken de vader van Steven."
"Wat? Steven?" riep Épica verbaasd. "Waar is Steven? Is hij oké?"
"Waarschijnlijk wel, als het echt zijn vader is." zei Loreneah ernstig. "Hij zou zijn eigen zoon waarschijnlijk niks aan doen..."
"Waarschijnlijk?" mompelde Épica.
Loreneah haalde haar schouders op. "Ik weet niet wat voor persoon het is... Als hij echt de bovenleidingen heeft doorgeknipt met een heggeschaar..."
"Hè?" vroeg Épica verbaasd. "Was hij dat?"
"Heb je dat nog gehoord dan?" vroeg Loreneah. Épica knipte.
"Het was één van de laatste dingen die ik me nog kan herinneren. Ik was op weg naar Steven toe, ik was bezorgd vanwege die verdwijningen. Toen ik op TV zag dat Jamie ook vermist werd, en het dus niet alleen meisjes waren, realiseerde ik me dat Steven in gevaar was. Toen ik hem belde nam hij niet op, dus nam ik de eerste trein richting Amersfoort. Het was een enorm gedoe om er te komen, omdat de bovenleidingen waren doorgesneden, dus duurde de reis langer dan normaal. Ik stond net op het station vlakbij Amersfoort op de bus te wachten toen ik een klap op mijn hoofd kreeg. Verder herinner ik me niks meer. "
Loreneah dacht even na. "Hoe laat belde je Steven?"
"Uh... Iets na vieren..."
Loreneah knikte langzaam. "Toen zaten we in de bioscoop, daarom nam hij niet op."
Épica trok een wenkbrauw op. "In de bioscoop?"
Loreneah zuchtte. "Ja, bij Confessions of a Shopaholic. Maar maak je maar geen zorgen hoor, ik heb hem met geen vinger aangeraakt. Trouwens, dat zou hij ook niet willen, hij had het de hele dag om de vijf minuten over hoe leuk jij wel niet bent."
Épica kreeg een kleur. "Echt waar?"
Loreneah knikte. Ineens klonken er voetstappen boven hun. Joni kromp angstig ineen en wees naar het plafond. Met piepende scharnieren ging het luik opnieuw open.

donderdag 9 april 2009

Hoofdstuk 12

"Bloed?" herhaalde Joni geschokt. Loreneah knikte.
"Op alle glasscherven?" Loreneah knikte opnieuw.
Joni staarde voor zich uit. "Dus jullie denken dat die verdwijningen, die bovenleidingen op het station en dat bloed iets met elkaar te maken hebben?"
Loreneah haalde haar schouders op.
"Ik weet het niet... Het is alleen zo raar dat het allemaal tegelijk gebeurd. En allemaal als ík bij Steven ben... En nu dit."
Joni trok haar wenkbrauwen op. "Maar dat met die bovenleidingen... Alles wijst erop dat Stevens vader dat gedaan heeft toch?" Loreneah knikte bedachtzaam.
"Maar je denkt toch niet..." ging Joni verder, "Dat Stevens vader ook iets te maken heeft met die verdwijningen?" Loreneah gaf geen antwoord.
"Wacht eens even!" zei Joni opeens. "De meisjes die ontvoerd zijn, waren allemaal mensen van de conventie waarmee Steven veel omgaat, inclusief jij en ik!"
"Dus...?" vroeg Loreneah onzeker.
"Nou," zei Joni enthousiast. "Misschien is Stevens vriendin jaloers en wil ze alle concurrentie uitroeien!"
"Wat? Épica?" vroeg Loreneah verbaasd.
"Ja!" riep Joni overtuigd.
Loreneah moest onwillekeurig lachen. "Waarom heeft ze Martin dan ontvoerd?"
Joni legde haar vinger tegen haar kin. "Ik vond hem altijd al wat gay overkomen..."
"En Jamie dan?" giechelde Loreneah.
Joni dacht diep na. "Misschien mocht ze die gewoon niet."
Opeens klonk er gestommel boven hun hoofden. Het lachen verging Loreneah spontaan, ze hield haar adem in. In het lage plafond van de ruimte ging een luik open en een streep wit licht viel naar binnen. Joni kroop angstig achteruit. Haar handen trilden.
Doodsbang keek Loreneah toe hoe een meisje ruw door het luik werd geduwd en met een doffe dreun op de grond terechtkwam, waar ze roerloos bleef liggen. Met een piepend geluid ging het luik weer dicht. Ademloos luisterde Loreneah naar de steeds zachter wordende voetstappen.
"Hij hinkt." fluisterde ze geschokt.
"Hè?" Joni zat ineengedoken in een hoekje van de stoffige ruimte.
"Hij hinkt." herhaalde Loreneah. "Dat hoor je aan de voetstappen."
"Nou en?" Joni keek haar vragend aan.
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Stevens vader hinkt ook."
Joni zei niets en kroop langzaam naar het meisje dat zojuist door het luik was geduwd. Ze had zich nog steeds niet bewogen. Nog steeds met hevig trillende handen pakte Joni haar pols.
"Ze leeft nog." zei ze zachtjes. Loreneah slaakte een zucht van opluchting en kroop naar Joni en het meisje toe.
"Wacht eens even..." Joni streek voorsichtig het lange haar van het meisje uit haar gezicht. Verbaasd staarde ze naar de gesloten ogen.
"Oké," zei ze zachtjes. "Mijn theorie klopte niet."
Loreneah boog zich voorover en bekeek het bleke gezicht van het meisje. Zelfs met haar lichtjes gezwollen oog en de striem op haar wang herkende Loreneah haar meteen van de foto's op Stevens Ipod. Épica.

Stevens vader kwam de logeerkamer uit en trok de deur achter zich dicht. Steven zat nog steeds op de bank met zijn hoofd in zijn handen.
"Gaat het?" vroeg hij, met een blik op Steven, die glazig voor zich uitstaarde.
Steven schrok op. "Eh... Ja." Stevens blik gleed over zijn vader. Hij droeg een tuinbroek vol vlekken, en lange, groene laarzen.
"Zou je niet eens gaan slapen?" vroeg hij streng. "Het is half drie geweest."
"Uh... Ja. Is goed. Welterusten." Steven stond op en liep de kamer uit. In de gang bleef hij staan. Het had geen zin om naar bed te gaan. Slapen kon hij toch niet. Verslagen liet hij zich zakken op de onderste trede van de trap. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Waarom ging zijn vader nou niet ook gewoon slapen? Steven staarde naar de grond. Er klonk een doffe bons. Steven schrok op. Dat was niet op het dak. Opnieuw een bons. Steven keek naar de voordeur; Er bonsde iemand op het raam. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes om beter te kunnen kijken. Toen hij zag wie het was rende hij naar de deur om open te doen.
"Wat doe jij hier nu weer?" riep Steven verbaasd. "Weet je wel hoe laat het is."
"Bijna kwart voor drie." zei Arjen. "Waar is Loreneah?"

dinsdag 7 april 2009

Hoofdstuk 11

"Loreneah...?" Loreneah kreunde zachtjes. Haar hoofd bonkte, ze wilde haar ogen niet openen. De vloer onder haar lichaam voelde koud en hard aan. Waar was ze?
"Loreneah! Zeg iets!" Een stem. Ineens realiseerde ze zich dat er iemand tegen haar praatte. Ze herkende die stem. Koortsachtig probeerde ze zich iets te herinneren. Waarom deed haar hoofd zo'n pijn?
"Loreneah, alsjeblieft!" De stem klonk angstig. Langzaam opende Loreneah haar ogen.
"Waar ben ik...?"
"Oh, je leeft nog!" Een omhelzing. Krullen. Blonde krullen.
"Joni...!" Langzaam kwam alles terug. Ze was op Steven's kamer, maar ze was alleen... Er kwam iemand binnen, en... Een klap op haar hoofd. Loreneah voelde aan haar achterhoofd. Een warme vloeistof kleefde aan haar vingers.
"Bloed..." mompelde ze. "Waar zijn we?" Ze keek verward om zich heen. Het was aardedonker.
"Geen idee..." zei Joni wanhopig. "Ik herinner me niks meer. Ik was thuis, en even later werd ik hier wakker..." Loreneah wilde opstaan. 
"Kijk uit!" riep Joni.
Ze stootte haar hoofd tegen het plafond en liet zich weer op haar knieën vallen.
"Wat is dit voor plaats?" mompelde ze.
"Ik weet het niet..." zei Joni onzeker. "Toen ik hier wakker werd probeerde Martin ook al-"
"Hè?" Loreneah's ogen lichtten op. "Was Martin hier?"
Joni sloeg haar ogen neer. "Ja, in het begin wel, maar toen werd hij opgehaald..."
"Opgehaald? Door wie?"
Joni sloeg haar handen tegen haar gezicht. "Ik weet het niet, het luik ging open, maar ik kon niets zien, hij scheen in mijn ogen met een zaklamp en toen het weer donker werd was Martin weg." Loreneah dacht na.
"Hoe lang is dat geleden?"
Joni haalde haar schouders op. "Een uur... Een dag... Een week?"
"Een week?" herhaalde Loreneah geschokt.
"Ik weet het niet!" riep Joni. "Hij heeft mijn mobieltje afgepakt, en er komt hier geen daglicht binnen... Ik heb geen idee hoe lang ik hier al zit, iedere seconde duurt een eeuwigheid."
"Shit." mompelde Loreneah. "We moeten hier weg zien te komen!" 
Joni lachte vreugdeloos. "De enige manier waarop je hier wegkomt is als hij je komt halen."
"Zeg dat niet!" Loreneah sloeg met haar vuist op de grond. "We vinden wel een manier!"
"Maar hij kan ieder moment komen om me op te halen! Net als die andere mensen!"
Loreneah viel even stil. 
"Waren er hier behalve Martin nog anderen?"
Joni telde op haar vingers. "Lisa, Jamira, Nanet... Oh en Jamie."
Loreneah kneep haar ogen tot spleetjes. "Ik wist het."
"Wat wist je?" vroeg Joni verward.
"Dat er een link was tussen al die verdwijningen." 
Joni sloeg haar ogen neer. "De conventies."

Steven plofte moedeloos neer op de bank. Hij had elke kamer in het huis doorzocht. Geen Loreneah. Hij had zes keer naar haar mobiel gebeld. Hij kreeg steeds na één keer overgaan de voicemail. Misschien was het een grap, maar ze leek niet in de stemming om zo'n soort grap uit te halen, hoewel je het met Loreneah nooit wist. Steven liet zijn gezicht in zijn handen zakken en sloot zijn ogen. De doorgeknipte boverleidingen, de bebloede glasscherven, de heggeschaar van zijn vader, de verdwijningen, de reactie vanzijn vader, Épica die niet opneemt, en nu was Loreneah ook verdwenen. Steven voelde zijn gesloten ogen prikken en kneep ze stijf dicht. Hij dacht aan het bloed op de deurklink en wenste vurig dat het niet van Loreneah was. Vaag hoorde hij gestommel op het dak, maar hij schonk er geen aandacht aan. Hij pakte zijn mobiel om opnieuw Épica te bellen, maar zag dat het al kwart voor één was. "Misschien slaapt ze." sprak hij zichzelf tegen beter weten toe. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Langzaam drong het tot hem door. Kwart voor één, en zijn vader liep nog steeds op het dak. Wat dééd hij op dat dak? Steven balde zijn handen tot vuisten. Het kon niet. Zijn vader kon het niet gedaan hebben, het was zijn vader, geen ontvoerder. Bovendien, waar zou zijn vader al die mensen kwijt moeten zonder dat Steven en zijn moeder het hoorde. Hij kwam overeind en haalde diep adem. Tevergeefs probeerde hij helder te denken, maar hij kon het niet. Een traan drupte op zijn broek.
"Waar ben je, Loreneah." fluisterde hij tegen zichzelf. "Waar zijn jullie."

vrijdag 3 april 2009

Hoofdstuk 10

"Steven, kun je alsjeblieft gaan zitten?" vroeg Loreneah geïrriteerd. "Ik word een beetje zenuwachtig van je." Ze zat nog steeds op Steven's bed, met haar rug tegen de muur. Steven liep nerveus heen en weer in de kamer.
"Sorry." Steven stond even stil. "Ik ga Épica bellen."
Loreneah zuchtte. "Alweer?"
"Hoe bedoel je 'Alweer'? De laatste keer dat ik haar belde was vanmorgen!"
"Wat jij wil." mompelde Loreneah slaperig. Steven liep de kamer uit. Loreneah keek op haar mobiel, het was inmiddeld halftwaalf, maar ze had het gevoel alsof het al veel later was. Ze rekte zich uit, en op hetzelfde moment hoorde ze gebonk. Ze bleef in haar beweging hangen. Had ze tegen de muur aan gestoten? Roerloos bleef ze zitten en spitste haar oren. Meer gebonk, en voetstappen, net als de vorige nacht. Loreneah veerde overeind. Was Steven's vader nu nog met zijn planten bezig? Ze ging op de rand van het bed zitten en luisterde aandachtig. Geen geluiden meer. Onwillekeurig begon Loreneah te trillen. Het was te stil. Het klopte niet. Loreneah sloot haar ogen. Tegelijkertijd werd de stilte verstoord door het geluid van de buitendeur. Wat betekende dit? Ging Steven naar buiten? De deur viel weer dicht, er klonken voetstappen op de trap. Dat was een kort gesprek, misschien sliep Épica al. Maar waarom deed Steven de buitendeur open en dicht, om vervolgens naar boven te komen? Loreneah stond op om te gaan kijken, op dat moment vloog de deur van Steven's kamer open....

"Nog één keer." zei Steven tegen zichzelf, en hij toetste voor de derde keer het nummer van Épica in. Opnieuw kreeg hij na één keer overgaan de voicemail. Steven dacht na. De telefoon ging wel over, dus werd hij weggedrukt. Een angstig gevoel bekroop hem. Hij kon zich niet voorstellen dat Épica hem weg zou drukken. Moedeloos zakte hij neer op de bank. Wat als Épica...? Hij schudde zijn hoofd om de gedachte kwijt te raken. Dat kon niet. Dat mocht niet. Épica was veilig, er moest een andere verklaring voor zijn. Steven stond op en liep de gang op. De aarde die bij de voordeur lag viel hem niet eens op. Langzaam hees hij zichzelf de trap op. Voor de deur van zijn slaapkamer bleef hij even staan. Hij staarde naar de grond. 
"Loreneah.... Ze nam niet op." zijn stem trilde. Hij wilde naar binnen gaan, maar zijn hand bleef hangen boven de deurklink. Terwijl hij naar zijn hand keek werden zijn ogen groot. Snel  trok hij zijn hand terug en sloeg hem voor zijn gezicht. Hij deinsde achteruit. Een dieprode vloeistof drupte vanaf de deurknop op het blauwe tapijt. Bloed.
"Lo-Loreneah?" stotterde hij. Geen reactie.
"Loreneah, als dit een grapje is, is het niet grappig." Opnieuw bleef het stil. Er ging een koude rilling over Steven's rug. Aarzelend deed hij een stap naar voren. Hij haalde diep adem en duwde de deur open.

donderdag 2 april 2009

Hoofdstuk 9

Steven en Loreneah zaten samen op Steven's bed. Steven staarde geschokt voor zich uit. Loreneah keek naar de grond.
"Wat betekent dit?" vroeg Loreneah radeloos."Wat is hier aan de hand?"
Steven schudde zijn hoofd. "Er moet een logische verklaring voor zijn." zei hij vastbesloten. "Mijn vader zou nooit..."
"Dat weet ik wel." zei Loreneah. "We komen er wel uit."
Steven sloeg zijn handen voor zijn mond. "Ik wil het niet eens weten."
Loreneah voelde iets trillen in haar broekzak. Haar telefoon. 
"Hallo?"
"Hé, Loreneah, had je me gebeld?" Arjen's stem klonk door de telefoon. 
Steven keek Loreneah vragend aan. 
"Arjen." fluisterde ze, wijzend naar haar mobiel.
"Nee... Niet sinds gisteravond..." mompelde Loreneah vertwijfeld.
"Oh... Ik had een gemiste oproep van je..."
"Oh, je staat bovenaan mijn lijst." zei Loreneah. "Dat was waarschijnlijk per ongeluk."
"Oké." zei Arjen. "Gaat het wel? Je klinkt een beetje trillerig."
"Ja hoor." zei Loreneah, haar stem klonk onnatuurlijk hoog.
"Oké... Als er iets is kun je gewoon bellen hè?" zei Arjen vertwijfeld.
"J-ja. Oké." Loreneah wilde net ophangen toen haar ineens iets tebinnen schoot.
"Arjen?"
"Ja?"
"Waarom... Waarom hebben jullie Martin vervangen?" Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.
"Hij kwam een paar weken geleden ineens niet meer opdagen voor de bandrepetities. Sindsdien hebben we niks meer van  hem gehoord." Loreneah kon haar oren niet geloven.
"Hè? Maar je kunt toch bellen?"
"Ja natuurlijk!" zei Arjen. "Alsof we dat niet geprobeerd hadden, maar hij nam niet op, we kregen altijd na één keer overgaan de voicemail." Arjen zweeg even. "Hij deed de laatste tijd steeds een beetje negatief, over alles." ging hij verder. "Hij was snel op zijn tenen getrapt, en we hadden de hele tijd ruzie. Toen hij niets meer van zich liet horen namen we aan dat hij ermee wilde kappen. Totdat..."
"Totdat wat?" vroeg Loreneah nieuwgierig.
Arjen haalde diep adem. "Totdat hij door zijn ouders als vermist werd opgegeven."
Loreneah hapte naar adem.
"Wat?" vroeg Steven geschrokken, maar Loreneah schudde haar hoofd.
"Hij is nog steeds niet terecht." zei Arjen bitter. "En ondertussen spelen wij gewoon door, met onze nieuwe bassist. Omdat we dachten dat hij ons liet zitten. We waren zelfs kwaad op hem!" Arjen's stem sloeg over. "We hadden beter moeten weten, ik weet best dat Martin ons nooit zomaar zou laten zitten, zo is hij niet! Nu lopen wij wat aan te klooien met onze nieuwe bassist, terwijl Martin... We weten niet eens of hij nog leeft!"
"Hée, rustig maar!" zei Loreneah sussend. "Het is niet jouw schuld. Het is niet jullie schuld."
Aan de andere kant van de lijn bleef het stil.
"Neem het jezelf niet kwalijk, Arjen." Loreneah's ogen begonnen te prikken. "Daar heeft Martin helemaal niets aan. Zelfs al waren jullie kwaad op hem, toen was hij waarschijnlijk al verdwenen en konden jullie niets meer doen."
"Maar we hebben niet eens geprobeerd hem te kunnen vinden!" riep Arjen gesmoord.
"Jullie hebben geprobeerd hem te bereiken, meer konden jullie niet doen. Zomaar in het wilde weg gaan zoeken, dat heeft geen zin, hij kan overal zijn!"
"Je hebt gelijk." zei Arjen zachtjes. 
"Het komt wel goed." zei Loreneah, hoewel ze er zelf aan twijfelde. "Martin komt wel boven water."
"Ik hoop dat je gelijk hebt." mompelde Arjen. "Maar ik moet ophangen."
"Oké." zei Loreneah. "Sterkte..."
"Dankje..." zei Arjen. Loreneah hing op.
"Wat is er aan de hand?" riep Steven verward. "Is Martin...?"
Loreneah knikte somber.
"Ja, Martin is ook verdwenen. Een paar weken geleden al."
"Ook van de conventie..." mompelde Steven.
Loreneah knikte. 
"We moeten iets doen!" riep Steven vastbesloten.
"Wat dan?" vroeg Loreneah wanhopig. "We weten niks!"
"Jawel!" riep Steven. "De link tussen de mensen die ontvoerd worden, allemaal mensen van de conventie! Dat kunnen we op z'n minst tegen de politie zeggen!"
"En dan?" zei Loreneah cynisch. "Dan moeten ze alle mensen die ook ooit op de conventie zijn geweest bodyguards geven?"
Steven haalde zijn schouders op. "Misschien kan het ze helpen om de zaak op te lossen."
"Oké." zei Loreneah. "Maar morgen dan, oké. Het is al tien uur geweest."


zaterdag 28 maart 2009

Hoofdstuk 8

Het was doodstil aan tafel. Het enige dat je hoorde was het rinkelen van bestek op borden, en af en toe een glas dat neergezet werd. Loreneah keek naar haar bord, om de één of andere reden durfde ze de anderen niet aan te kijken. Ze vroeg zich af of het hier tijdens het eten altijd zo stil was. Een tijd lang werkte iedereen zwijgend zijn eten naar binnen, tot Steven de stilte verbrak. 
"Jullie raden nooit welke film ik vandaag heb gezien." zei hij met een grote grijns. "Confessions Of A Shopaholic." Steven's moeder keek Loreneah achterdochtig aan. 
"Het was níet mijn idee!" zei ze snel. "Steven wilde hem zelf zien!" Steven knikte.
Steven's vader lachte zachtjes.
"Is het nog gelukt met die tak?" vroeg Steven.
Steven's vader keek verbaasd op. "Tak? Welke tak?"
Steven trok een wenkbrauw op. "Die waar je die nieuwe heggeschaar voor hebt aangeschaft?"
Stevens vader wierp zenuwachtig een blik op zijn vrouw. "Uh... Ja, dat is gelukt."
Steven's moeder keek haar man verbaasd aan. "Nieuwe heggeschaar? Ik helemaal geen nieuwe heggeschaar gezien, je kwam met lege handen thuis."
Er viel een ongemakkelijke stilte. Loreneah wierp een verwarde blik naar Steven.
"Ik uh... Heb hem teruggebracht." zei Steven's vader uiteindelijk. "Ik vond hem toch niet zo fijn."
"Hoe wist je dat dan?" vroeg Steven "Je had hem toch nog niet uitgeprobeerd?"
"Ik had er geen goed gevoel over." zei Steven's vader nors.
"Waarom heb je hem dan in de eerste plaats gekocht?" vroeg Steven dwingend.
"Ik had een nieuwe heggeschaar nodig voor die tak, dat heb ik toch al verteld?"
"Lukte dat dan niet met onze oude heggeschaar?" ging Steven door.
Zijn vader hakte driftig met zijn mes in zijn biefstuk.
"Nee." zei hij geïrriteerd. "Anders had ik toch geen nieuwe nodig?"
Steven fronste zijn wenkbrauwen. "Maar je zei net nog dat het gelukt was met die tak. Hoe heb je dat dan voor elkaar gekregen?"
"Wat is dit voor kruisverhoor!?" schreeuwde Steven's vader. Hij gooide met een kletterend geluid zijn mes op tafel. "Het is maar een heggeschaar!" snauwde hij. Hij stond op en verliet de kamer. 
"Dat moest hij eens tegen die verkoper zeggen." fluisterde Steven
"Steven?" zei zijn moeder ontzet. "Waar was dat nu weer goed voor?"
Ze stond ook op,  pakte haar bord en dat van haar man en liep naar de keuken.
Loreneah slikte moeizaam een hap droge aardappel door. Het was alsof haar keel werd dichtgeknepen. Ze keek opzij naar Steven, die roerloos naar zijn bord staarde. 
"Heb jij nog honger?" vroeg hij zachtjes. 
Loreneah schudde haar hoofd. Steven stond op en bracht zwijgend zijn bord naar de keuken. Loreneah volgde zijn voorbeeld.

Steven liep zenuwachtig rondjes door zij kamer. Loreneah zat in een hoekje op de grond.
Steven schudde fronsend zijn hoofd. 
"Het klopt niet!" zei hij wanhopig. "Eerst koopt hij een heggeschaar bij een dure winkel, om een tak door te knippen, dan worden toevalling met diezelfde heggeschaar de bovenleidingen doorgeknipt, de heggeschaar wordt daar in de bosjes gevonden, en mijn vader komt met lege handen terug uit de stad. Teruggebracht! Maar hij heeft wèl die tak door kunnen knippen. Hoe dan?" Steven hief met een dramatisch gebaar zijn handen op. "Met zijn tanden?"
Hij wierp een nijdige blik op het plafond. Er klonk gestommel op het dak.
"Maar waarom zou je vader in Godsnaam die bovenleidingen doorknippen?" vroeg Loreneah.
"Weet ík veel?" zei Steve fel. "Waarom zou hij panten in potten op het dak zetten? Dat slaat ook nergens op, maar dat doet hij óók!"
Loreneah sloeg zwijgend haar ogen neer.
"En dan ook die bebloedde glasscherf, het glas in de keuken, en de geluiden 's nachts." mompelde Steven. "Het lijkt erop dat hij 's nachts ook met die planten bezig is..."
Loreneah knikte bedachtzaam. "Dat verklaart het glas in de keuken, de aarde voor de schuifdeur, de geluiden, en als de geluiden die ik hoorde klopten ook dat hij hinkt."
Steven keek haar vragend aan.
"Ik hoorde ineens een harde klap, waarschijnlijk is hij toen gevallen." legde ze uit. "Bovendien hoorde ik ook brekend glas, dat verklaart de glasscherf."
"Behalve het feit dat er bloed op zat." zei Steven cynisch. "En trouwens, er lag maar één glasscherf, waar is de rest dan?"
Loreneah dacht na. "Misschien heeft hij de rest al opgeruimd, en heeft hij deze over het hoofd gezien... En dan heeft hij zich misschien gesneden aan degene die er nog lag...?"
"Klinkt bijna logisch..." gaf Steven toe. "Maar dan weten we nog steeds niet waarom hij de bovenleidingen heeft doorgeknipt. Bovendien..." 
"Bovendien wat?" vroeg Loreneah. 
Steven keek verbitterd voor zich uit. "Vond jij die glasscherf eruit zien alsof iemand zich er alleen maar aan gesneden had?"

Steven rende haastig de trap af. 
"Wacht nou even!" hijgde Loreneah. 
Steven liep naar de voordeur en legde zijn hand op de klink. 
"Kan hij ons niet zien vanaf het dak?" vroeg Loreneah zenuwachtig.
Steven schudde zijn hoofd. "Het dak is best wel groot, en de container staat onder een afdakje. Bovendien heeft hij waarschijnlijk alleen maar aandacht voor zijn plantjes."
"Oké dan." zei Loreneah. Steven opende de deur. Langzaam stapten ze het schemerdonker in. Steven drukte zich tegen de muur en schuifelde richting de container, Loreneah volgde hem. Ze hoorden Steven's vader over het dak lopen. Af en toe lachte hij. Steven keek omhoog met half toegeknepen ogen. 
"Hij heeft wel heel veel lol met z'n plantjes hè?" Loreneah knikte onzeker.
Steven liet de muur los en deed de container open. Hij zag precies wat hij verwachte; de overige glasscherven. Loreneah keek ook in de container. "Oké, je had gelijk." zei ze. "Wat weten nu meer dan dat we net wisten?" Ze rilde. Steven gaf geen antwoord. 
"Wacht eens even..." mompelde hij. "Waar heb je die zaklamp?" Loreneah reikte hem een grote zwarte zaklamp aan en wreef over haar armen.
Steven klikte de zaklamp aan een richtte de lichtbundel op de glasscherven. Zijn adem stokte in zijn keel. Loreneah sloeg ontzet haar handen voor haar mond. 
"J-Je kan me veel vertellen." zei Steven met trillende stem. "Maar dit krijg je niet voor elkaar door je simpelweg te snijden aan een glasscherf."
Loreneah schudde haar hoofd. Ze staarde angstig naar de scherven, die stok voor stuk aan een kant helemaal onder het opgedroogde bloed zaten."

donderdag 26 maart 2009

Hoofdstuk 7

Loreneah rekte zich uit, terwijl de aftiteling over het scherm gleed.
"Uh... Loreneah," mompelde Steven. "We hebben een probleem." 
Hij wees op het schermpje van zijn mobiel. Het was vijf voor zeven.
"Shit!" zei Loreneah gesmoord. "Halen we dat nog?"
Steven schudde zijn hoofd. Loreneah slaakt een diepe zucht. 
"Ga je dan nog mee naar mijn huis?" Loreneah knikte.
"Achja."

Steven deed de deur open en ging Loreneah voor naar binnen. 
"Jij nog iets drinken?" Loreneah knikte en deed de deur dicht. Ze volgde Steven naar de woonkamer en plofte neer op de bank. Steven verdween in de keuken en kwam terug met twee glazen sinaasappelsap. Hij zette de glazen neer en plofte naar Loreneah op de bank. Loreneah pakte het glas aan en zette het aan haar lippen. Steven pakte de afstandsbediening en deed de tv aan. 
"Laten we het nieuws kijken." zei hij cynisch, en hij zette het geluid harder. Een magere vrouw met kastanjebruin geverft haar in een knotje keek ernstig in de camera.
"Slecht nieuws voor alle treinreizigers uit Amersfoort in omstreken." zei ze eentonig. Steven en Loreneah keken elkaar verbaasd aan. 
"Vanmiddag zijn op alle treinstations in Amersfoort de bovenleidingen opzettelijk doorgeknipt. Al het treinverkeer van en naar Amersfoort is stilgelegd. Volgens de woordvoerder van de ns gaat het een paar dagen duren voor het probleem is opgelost." 
Steven trok zijn wenkbrauwen op. "Dan kun je vandaag niet eens terug!"
"De Amersfoortse politie staat voor een raadsel, nog nooit eerder werden zoveel bovenleidingen op dezelfde dag opzettelijk doorgeknipt. De enige aanwijzing is een  rode heggeschaar van het merk Garden Artist die een paar meter van het spoor af in de bosjes is gevonden. De heggeschaar zag er zo uit."
Er verscheen een foto van een rode heggeschaar op het beeldscherm. Steven's mond viel open; dat was precies dezelfde heggeschaar die zijn vader vandaag gekocht had.
Loreneah keek Steven vertwijfeld aan. "Dat is dezelfde..."
"Ja, ik zie het" viel Steven haar in de reden. "Maar waarom zou mijn vader...?"
"Je hebt gelijk," zei Loreneah weinig overtuigend. "Het zegt niks. Die man in de winkel zei dat het een goed merk was, er zijn vast honderden mensen die zo'n heggeschaar hebben."
"Op de heggeschaar zijn geen vingerafdrukken gevonden. De dader droeg vermoedelijk handschoenen. De politie heeft een onderzoek gestart. Ondertussen probeert de ns het probleem zo snel mogelijk op te lossen. Dan het volgende; In Rotterdam is vanmorgen..."
Steven zette de tv weer zachter.
"Je kunt een trein naar huis dus wel vergeten vanavond." Loreneah knikte
"Ik ben mijn moeder zometeen wel."
"...familie van Bijsmin is erg bezorgd over hun zoontje. Jamie is twee dagen geleden voor het laatst gezien." 
"Hè?" Steven zette de tv weer harder. 
"Alweer iemand verdwenen?" zei Loreneah verward.
"Niet zomaar iemand." stamelde Steven. Hij staarde ontzet naar de foto die op het scherm verscheen. 
"Wéér iemand van de conventie!"

"Het klopt niet." mompelde Steven. "Het waren allemaal meisjes, waarom dan Jamie?"
Loreneah haalde haar schouders op. "Misschien was de ontvoerder de meisjes zat?"
Steven reageerde niet. Hij typte iets in op google. Het licht van het beeldscherm scheen op zijn gezicht. 
"Joni, Lisa, Jamira, Nanet, en nu Jamie..." mompelde Steven afwezig. Allemaal meisjes, behalve Jamie..."
"De ontvoerder verlegt zijn grenzen. Zou jij nu ook in gevaar zijn?" vroeg Loreneah angstig.
"Dat ligt eraan." zei Steven mysterieus. "We weten niet wat zijn criteria zijn. Als het alleen om mensen van de conventie gaat wel." 
"Maar dat zijn er honderden!" riep Loreneah. "Hij kan ze toch niet allemaal ontvoeren?"
Steven haalde zijn schouders op.
"Arme Joni..." zei Loreneah zacht. "Maar ik ben ook van de conventie! Denk je dat hij mij ook zou willen ontvoeren?"
Op dat moment ging de deur open. 
"Steven, we gaan eten."
Steven knikte en klikte het venster weg.
"Ik hoop dat het geen probleem is dat ik ook mee-eet?" zei Loreneah voorzichtig. "Het spijt me dat U het niet eerder wist."
"Geen probleem." zei Steven's vader met een brede grijns. "Er is genoeg."

dinsdag 24 maart 2009

Hoofdstuk 6

"Dus... misschien heeft al eerder iemand zich aan die glasscherf gesneden..." opperde Loreneah. Steven zweeg. Ze liepen door de drukke winkelstraat van Amersfoort. Loreneah probeerde logische verklaringen te vinden voor de warrige gebeurtenissen van die ochtend. 
"Hoe verklaar je de vlek dan?" vroeg Steven.
Loreneah dacht even na. "Het hóeft geen bloed te zijn..."
"Wat dan wel?" vroeg Steven. "Koffie?"
Loreneah slaakte een diepe zucht. "Oké, wat denk jij dan?"
Steven sloeg zijn ogen neer. "Ik weet het niet. En ik weet ook niet of ik het wíl weten."
Loreneah haalde haar schouders op. Een tijdje liepen ze zwijgend door. 
"Hé Steven, is dat niet je pa?" Loreneah keek door de etalageruit van een hovenierszaak. Steven volgde haar blik. Ze had gelijk, zijn vader stond in de rij voor de kassa. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes. Wat had hij nou in zijn handen? Aarzelend duwde hij de glazen deur open en stapte naar binnen. Loreneah volgde hem. 
"Hé pa." Steven's vader draaide zich met een ruk om.
"Steven! Wat uh.... Wat doe jij hier?" Steven trok een wenkbrauw op.
"Ik ga zo met Loreneah naar de film, tot die tijd kijken we een beetje rond... Maar wat doe jij hier?" Steven's vader deed een stap achteruit. Steven zag dat hij hinkte.
"Ik moest even iets kopen." Hij hield een grote rode heggeschaar omhoog.
"Het is voor een nogal hardnekkige... Uh... Tak."
"Nou, daar zul je geen last meer van hebben." zei de lange, kale man achter de toonbank. "Met dit juweeltje kun je zelfs staalkabels doorknippen." De verkoper pakte de heggeschaar aan alsof het een pasgeboren baby was. Loreneah wierp Steven een veelbetekenende blik toe. Steven grijnsde terug en richtte zich weer tot zijn vader. 
"Uh... Pa, wat heb je met je knie?" Stevens vader keek verwilderd op. "Mijn knie?"
"Je hinkt." verklaarde Steven. Zijn vader keek omlaag, alsof hij zijn knie nu pas zag.
"Oh dat..." mompelde hij. "Gevallen."
Steven knikte langzaam. "Gevallen..."
"Zeg Meneer, wilt u dit nog afrekenen?" de verkoper tikte ongeduldig met zijn nagels op de toonbank.
Steven sloeg zijn ogen ten hemel. "Achja, dan gaan wij weer verder."
Zijn vader knikte verward. "Ja... Tot vanavond." mompelde hij.
"Tot vanavond." zei Steven langzaam.

"Oké, hij deed raar." zei Steven toen ze weer buiten stonden.
"Hoezo raar?" vroeg Loreneah.
"Ik weet niet." zei Steven aarzelend. "Anders..."
"Sorry hoor, zijn raarheid viel me vast niet op omdat hij werd overtroffen door die verkoper. Wat een engerd!"
Steven lachte. "Inderdaad! Die hield wel erg van heggescharen; 'Met dit juweeltje kun je zelfs staalkabels doorknippen...'" 
Loreneah proestte het uit. "Oké, zo vind ik je eng!"
Steven glimlachte. "Ja ik ook, laten we maar vast naar de bioscoop gaan."
"Ja," antwoordde Loreneah, nog steeds lachend. "Weet je zeker dat je niet liever naar een thriller gaat?"
"Nee man," zei Steven stoer. 'Chick-flicks zijn cool."

donderdag 19 maart 2009

Hoofdstuk 5

Steven slaakte een diepe zucht van opluchting. "Dus je bent oké?"
"Ja hoor, alive and kicking." giechelde Épica.
"Oké. Ik eh... Ik moet ophangen denk ik." Steven wierp een nerveuze blik op Loreneah, die ongeduldig met haar nagels op het tafelblad tikte.
"Oké." zei Épica. "Maak je geen zorgen, ik red me wel."
"Mooi." mompelde Steven. "Ik hou van je."
Loreneah kuchte.
"Ik ook van jou." zei Épica.
Steven hing op. 
"Sorry hoor." zei Steven geprikkeld. "Ik mag toch wel bezorgd zijn?"
"Ja hoor." zei Loreneah.
"Bezorgdheid siert een jongen."

"Weet je zeker dat je nog steeds naar de bioscoop wilt?" vroeg Loreneah aarzelend?
"Ja." zei Steven vastbesloten. "We kunnen allebei wel wat afleiding gebruiken."
Loreneah knikte. "Ja, da's waar."
Steven deed de deur open en Loreneah liep langs hem heen naar buiten. Steven kwam achter haar aan en trok de deur achter zich dicht.
"Wat is dit?" Loreneah hurkte bij een roodbruine vlek op de tegels voor het huis, het zag eruit alsof er een vloeistof van een grote hoogte op was gevallen. Steven fronste.
"Dit zat er gisteren nog niet..."
Loreneah boog voorover om de vlek beter te kunnen bekijken en steunde op haar hand. Meteen voelde ze een stekende pijn in haar handpalm. Ze trok haar hand terug en verloor haar evenwicht. Steven pakte haar bij haar pols en hield haar tegen. 
"Wat is er?" vroeg hij geschrokken. Loreneah kwam overeind en bekeek haar hand. Er zat een diepe snee in.
"Je bloedt!" riep Steven "Gaat het wel?"
Loreneah keek naar de plek waar ze haar hand had neergezet. 
"Glas." zei ze verbaasd. Steven volgde haar blik, een paar centimeter van de vlek glinsterde een glasscherf. Loreneah pakte de scherf en hield hem tegen het licht.
"Loreneah..." begon Steven. Zijn stem trilde.
"Zei je vanmorgen niet dat je vannacht... Glas hoorde breken?"
Loreneah gaf geen antwoord. Ze staarde gefascineerd naar de doffe scherf. Ineens liet ze hem vallen en sloeg haar hand voor haar mond.
"Steven, op deze scherf zit veel meer bloed dan van mijn hand af kan zijn gekomen!"
Steven raapte de scherf op en kraste met zijn nagel over het gladde oppervak.
"Oh mijn God!" riep hij geschokt.
"Loreneah... Dit bloed is... Dit bloed is... Opgedroogd!"

woensdag 18 maart 2009

Hoofdstuk 4

Steven deed zijn ogen open en staarde naar het plafond. Zijn hoofd bonkte. Hij had die droom weer gehad. Hij keek op zijn mobiel; kwart over tien al. Hij sloot zijn ogen weer en dacht aan zijn droom. Er werd op zijn deur geklopt, en vervolgens kwam Loreneah binnen. Ze was al helemaal aangekleed. 
"Goeiemorgen!" zei ze opgewekt.
Steven rekte zich uit.
"Goeiemorgen..." mompelde hij slaperig.
"Goed geslapen?" vroeg Loreneah.
"Gaawel." geeuwde Steven "Jij?"
" Ja... Nee... Of nou ja... Ik heb het me waarschijnlijk verbeeld..."
Steven kwam half overeind.
"Wat heb je je verbeeld?"
Loreneah sloeg haar ogen neer.
"Ik dacht even dat ik... Geluiden hoorde. Op het dak. Voetstappen... En brekend glas..."
Steven fronste zijn wenkbrauwen.
"Maar ik was ook heel moe hoor, ik sliep al half!" zei Loreneah. "Het was vast de wind ofzo."
"Ja..." mompelde Steven. "De wind..."
Loreneah stond op. "Ik ga vast naar beneden, kleed jij je maar aan."
Steven knikte. "Tot zo."

Loreneah liep de trap af en liep de woonkamer binnen. Op de salontafel zag ze de krant liggen. Ze ging op de bank zitten en legde de krant op haar schoot. Haar aandacht werd getrokken door het artikel op de voorpagina.


Drie meisjes in één nacht verdwenen

Vrijdagochtend zijn er drie meisjes als vermist op gegeven, alle drie de meisjes zouden zijn verdwenen in de nacht van donderdag op vrijdag. Het betreft de 15-jarige Lisa Barenn, de 17-jarige Jamira Mijmurok en de 19- jarige Nanet Loorsschen. Alledrie de meisjes waren thuis vlak voordat ze verdwenen. De politie denkt aan ontvoering, want hun slaapkamerramen waren open. De moeder van Lisa Barenn verklaarde met betraande ogen dat haar dochter om elf uur de vorige avond was gaan slapen, en dat zij een uurtje later zelf ook naar bed ging. Rond drie uur 's nachts hoorde ze rare geluiden op het dak, en toen ze na een tijdje in Lisa's kamer ging kijken of alles goed ging was haar dochter verdwenen. "Ik voelde gewoon dat er iets niet goed was!" zei Mevrouw Barenn ontstemt tegen onze journalist. "Dus ik besloot een kijkje te gaan nemen, en toen stond het raam wagewijd open, en was mijn lieve Liesje nergens te bekennen!" 
Ook vertelde Mevrouw Barenn dat Lisa's bed nog warm was, dit wijst erop dat ze rond drie uur is verdwenen. De ouders van de andere twee meisjes wilden onze journalist niet te woord staan. De politie heeft een onderzoek gestart en vermoedt dat het om een drievoudige ontvoering door één en dezelfde persoon gaat.

"Interessant?" Steven liep de kamer binnen en wierp een blik op de krant. Loreneah keek op.
"Alweer drie meisjes vermist." zei ze geschokt. "Jamira Mijmurok... Kijk, zij was toch ook op de conventie?" Loreneah wees op de middelste foto. Steven's mond viel open. "Niet alleen Jamira! Lisa en Nanet ook!"
"Wat?!" riep Loreneah ontzet.
Op dat moment kwam Steven's vader de kamer binnen. Hij zat onder de modder en hij hinkte een beetje.
"Goedemorgen!" zei hij opgewekt.
"Goedemorgen." zei Steven afwezig. 
Hij staarde naar de foto's in de krant. 
"Denk je dat dit dezelfde persoon is die Nina en Joni ontvoerd heeft?" vroeg hij vertwijfeld.
Loreneah keek peinzend voor zich uit. "Ik denk het wel..." mompelde ze. "Dit kan bijna geen toeval zijn, ik zie ook geen andere link... Maar waarom zou iemand vijf meisjes van dezelfde conventie ontvoeren?"
"Geen idee." Steven dacht na.
Plotseling greep hij Loreneah's arm. "Oh nee!" 
Loreneah schrok. "Wat is er?"
"Épica!"

dinsdag 17 maart 2009

Hoofdstuk 3

Loreneah plofte op haar bed neer en zette haar tas op de grond. Ineens voelde ze hoe moe ze was. Ze schopt haar schoenen uit en liet zich achterover op het bed vallen.  Ze dacht aan Joni, en aan Nina. Bizar dat ze allebei vermist werden. En uitgerekend nu ze bij Steven was... Moeizaam kwam ze overeind, kleedde zich uit en ging onder de dekens liggen. Verward staarde ze naar het plafond. Ze was doodmoe, waarom kon ze nou niet slapen? 
Ze boog zich voorover om haar camera uit haar tas te pakken, ze moest aan iets anders denken. Ze bekeek de filmpjes die ze bij het concert had gemaakt, en meteen verscheen er een glimlach op haar gezicht. Haar blik gleed naar de nieuwe bassist. Waarom zouden ze Martin vervangen hebben? Misschien wilde hij niet meer verder.
Loreneah schrok op uit haar overpeinzingen, boven haar hoorde ze gebonk. Ze dacht even na, zat er nou nog een kamer boven haar? Misschien ging er iemand naar de wc... Ze kwam half overeind en luisterde aandachtig. Weer hoorde ze het, deze keer duidelijker. Voetstappen, alsof er iemand over het dak liep. Loreneah wierp een blik op haar mobiel; kwart over twee. Onwillekeurig lachte ze om haar eigen gedachten, wie kon er nu nou nog op het dak lopen? Ineens hoorde ze het weer, maar deze keer harder, een geluid alsof er iets of iemand op het dak viel, gevolgd door het geluid van brekend glas. Ze kneep haar ogen tot spleetjes, hoorde ze nou een stem? 
Loreneah schudde haar hoofd. Ze hoorde niks meer, ze moest het zich verbeeld hebben. Het was al laat, en ze had een lange dag gehad. Ze stopte haar camera terug in haar tas en ging weer liggen. "Ga slapen." zei ze tegen zichzelf. Ze draaide zich op haar zij en trok de deken hoog op. Langzaam vielen haar ogen dicht...

Steven schrok wakker, zijn ademhaling gierde door zijn borst. Hij had iets weer iets gehoord hij wist het zeker. Hij keek op de klok, het was tien voor vier. Steven slaakte een diepe zucht. Misschien moest hij eens met iemand gaan praten, hij had al maanden nachtmerries. Of nou ja, nachtmerries. Hij schrok wakker van geluiden op het dak, maar hij had geen idee hoe dat kwam. Vaak hoorde hij na even luisteren niks meer, dus nam hij aan dat hij het had gedroomd. Zo ging het bijna iedere nacht. Hij wilde net weer gaan slapen, toen hij zich realiseerde dat hij uitgedroogd was. Geeuwend kwam hij overeind en liep naar beneden. In de keuken schonk hij zichzelf een glas sinaasappelsap in. Zijn oog viel op een ander glas dat op het aanrecht stond.
Dat is raar, dacht hij, ik heb de glazen van mij en Loreneah in de vaatwasser gezet, en verder stond er niets meer. Zeker over het hoofd gezien. Steven pakte het glas en zette het in de vaatwasser. Toen pake hij zijn eigen glas en nam het mee naar de woonkamer en plofte neer op de bank. Hij keek om zich heen. De gordijnen waren open en de maan scheen de kamer op de glanzende laminaatvloer. De vloer was brandschoon; hij was diezelfde middag nog gedweild, maar bij de schuifdeur naar de tuin lag een hoopje dikke zwarte aarde...

Hoofdstuk 2

Loreneah stapte struikelend de trein uit. Waar nu heen? Ze haalde haar schouders op en liep een trap op. Verkeerde trap. Sommige stations zijn echt doolhoven! Ze liep de brug over en weer naar beneden. Nu stond ze op een ander perron! Aan de andere kant van het perron was nog een trap. Loreneah zuchtte, en liep richting de trap, tot ze halverwege weer op een aanplakbiljet stuitte. Ze boog zich voorover om het beter te kunnen zien. Weer iemand vermist. Loreneah bekeek de foto. Dat korte haar... Die bril, dat was Nina! Ineens schoot het andere aanplakbiljet haar weer te binnen; Joni. Wat raar, allebei van de conventie... Kon dat toeval zijn? 
Loreneah schrok op uit haar overpeinzingen doordat haar mobiel trilde in haar broekzak.
"Hallo?"
"Hé, waar ben je?" Steven's stem klonk opgewekt.
"Uh... Op het station." stamelde Loreneah
"Ja, oké, maar waar?"
Loreneah keek om zich heen op zoek naar een bordje.
"Spoor 6."
"Oké, dan kom ik daar heen." zei Steven, en hij hing op. 
Loreneah haalde diep adem en liep de trap op. Boven aan de trap stond Steven te wachten. Loreneah omhelsde hem en keek hem ernstig aan. 
"Wat is er?" vroeg Steven verbaasd.
"Joni wordt vermist."
"Joni?" riep Steven "Joni Korfeennhoef?"
Loreneah knikte.
"En Nina ook."
"Hoe weet je dat?" vroeg Steven.
"Ik zag aanplakbiljetten." zei Loreneah zachtjes. "Vind je het niet raar? Ze zijn allebei van de conventie..."
Steven keek peinzend voor zich uit. "Toeval?"
Loreneah haalde haar schouders op. Ze rilde.
"Zullen we maar gaan? Ik heb het best wel koud."
Steven knikte. "Oké."

Steven zette zijn fiets op de standaard en deed de deur open. 
"Kom binnen." zei hij met een zwierig gebaar. 
Loreneah stapte de warme gang binnen en Steven volgde haar. Ze trokken hun jassen uit en liepen door naar de woonkamer. 
"Ga zitten." zei Steven, en hij liep naar de keuken om drinken in te schenken. 
Loreneah keek om zich heen.
"Dat is m'n vaders gekke hobby." ze Steven, en hij gebaarde met zijn hoofd naar de grote hoeveelheid plastic bakken in de vensterbank, terwijl hij een groot glas sinaassappelsap voor Loreneah's neus neerzette. 
"Als ze groot zijn zet hij ze op het dak, daar komt het meeste zon."
Loreneah bekeek de etiketten op de bakken en las ze hardop voor. 
"Tomaat... Basilicum... Afrikaantjes?!"
Steven lachte. "Het zijn planten!"
"Oh..." Loreneah zette haar glas aan haar lippen.
Steven rekte zich uit.
"Zullen we maar gaan slapen?"
Loreneah knikte.
 "Ja, ik ben kapot."
Ze geeuwde.
"Oh wacht! Ik zou Arjen bellen!" ze pakte haar mobiel en drukte op telefoonlijst. Het was het eerste nummer in haar lijst. 
"Je mag de huistelefoon ook wel gebruiken hoor..." mompelde Steven.
"Nee, hoeft niet." zei Loreneah, en ze luisterde naar de pieptoon aan de andere kant van de lijn.
"Hallo?"
"Hé Arjen!" zei ze opgewekt. "Ik bel even om te zeggen dat ik veilig ben aangekomen!"
"Oké." zei Arjen tevreden. "Bedankt dat je even belt."
"Nou, ik ga slapen." gaapte Loreneah. 
"Slaap lekker." zei Arjen.
"Ja, jij ook." Loreneah verbrak de verbinding.
"Kom," zei Steven. "Ik breng je naar je kamer."

maandag 16 maart 2009

Hoofdstuk 1

"Nu maar hopen dat ik de trein van tien voor één nog haal..." mompelde Loreneah vertwijfeld met een blik op haar mobiel.
"Vast wel." zei Arjen. "En anders ga je gewoon met ons mee."
Loreneah grijnsde. "Of ik ga gewoon op het station slapen tot ik de trein van zes uur kan nemen." lachte ze.
"Nee!" zei Arjen beslist "Dat zou ik mezelf echt nooit vergeven!"
Loreneah glunderde. "We halen het vast wel." zei Tom. Arjen knikte.
Terwijl ze over de felverlichte straat slenterden viel Loreneah's oog op een aanplakbiljet dat aan een muurtje zat bevestigd. Het ging om een meisje dat vermist werd. Loreneah zette een paar stappen richting het muurtje.
"Wat ga je doen?" vroeg Arjen. Hij bleef staan.
"Loop maar door hoor," zei Loreneah. "Ik haal jullie zo wel in.
Arjen bleef staan. Loreneah grijnsde onwillekeurig, tot ze het gezicht op het aanplakbiljet zag. Ze herkende de blonde krullen meteen en haar hart sloeg een slag over.
"Gaat het wel?" vroeg Arjen.
"Uh... ja." zei Loreneah, en ze scheurde haar blik los van het aanplakbiljet.
"Ik kom al."

Loreneah liet haar vinger over het bord met treintijden glijden. "Spoor 9" zei ze opgewekt. "Ik ben nog op tijd!" Arjen pakte zijn mobiel uit zijn broekzak. "Ik geef je mijn nummer," zei hij "Bel me als je bent aangekomen, oké?" Loreneah knikte. "En als er iets misgaat moet je ook bellen." Loreneah knikte opnieuw. "Bedankt." mompelde ze. Arjen stak zijn armen uit. "Leuk dat je er was." Loreneah omhelsde hem. "Vond ik ook, ik kom zo snel mogelijk weer. En laat me weten wanneer de EP uitkomt!" Arjen liet haar los en knikte. Loreneah zwaaide en liep de trap af naar spoor 9. De trein stond er nog niet, dus deed ze de oordopjes van haar MP3-speler in en ging zitten op een bankje. Naast haar zat een vrouw van rond de veertig. Ze nam Loreneah zorgvuldig op en keek toen om zich heen, alsof ze verwachtte nog iemand te zien. Loreneah grijnsde. Die vrouw vroeg zich vast af wat een meisje van haar leeftijd om één uur 's nachts in haar eentje op het station te zoeken had. Ze had het eerst ook wel een beetje eng gevonden om in haar ééntje van het station naar het zaaltje te lopen, vooral omdat ze erg goed was in verdwalen, maar het was haar gelukt, en ze was blij dat ze het gedaan had. Even dacht ze aan het meisje op het aanplakbiljet. Zou zij ook in haar eentje over straat hebben gelopen? Of misschien 's nachts met de trein hebben gerezen?
De trein reed het station binnen en kwam schokkend tot stilstand. Loreneah hees haar tas op haar schouders en stapte de trein in. Ze zette haar MP3-speler uit en viste haar mobiel uit haar broekzak.

Steven staarde glazig naar zijn beeldscherm. Het meisje op het beeldscherm staarde glazig terug. "Ik hou van je." mompelde hij in het microfoontje.
"Ik ook van jou." mompelde ze terug.
Steven schrok op van zijn mobiel die overging. 
"Loreneah." las hij op zijn schermpje.
"Hallo?"
"Hai!" klonk het opgewekt aan de andere kant van de lijn. "Ik stap net in de trein, ben om tien over één daar!"
"Oké," zei Steven. "Dan haal ik je zo op. Hoe was het concert?"
Het meisje op het beeldscherm trok een pruillipje.
"Het was ècht mégavet!" gilde Loreneah enthousiast. "Maar daar vertel ik je zo nog wel meer over."
Steven lachte. "Oké, ik zie je zo."
"Oké, tot zo!"
Steven hing op en richtte zich weer op zijn beeldscherm. 
"Ik moet weg." zei hij met een zielig stemmetje.
"Oh." zei Épica beteuterd.
"Slaap lekker." zei Steven, en hij sloot de computer af en liep naar beneden. Op de trap stond hij stil. Hij hoorde gestommel op het dak. Was zijn vader nou nog steeds met zijn gestoorde hobby bezig? Het was tien voor één! Steven luisterde opnieuw. Hij hoorde niks meer. Misschien had hij het zich dan toch verbeeldt...