Steven stond als aan de grond genageld. Roerloos staarde hij van Loreneah's lijkbleke gezicht, naar de donkerrode vlekken in haar broek, naar het vleesmes op de grond. Het duizelde hem. Loreneah bleef al even roerloos staan, Arjen stond achter haar met zijn handen voor zijn mond. Secondenlang stonden ze zwijgend tegenover elkaar, tot Andy de stilte verbrak.
"The fúck..." mompelde hij zachtjes. "Loreneah... Wat is dit?"
Loreneah keek strak voor zich uit en zei niets. Arjen zette voorzichtig een stap naar voren en keek haar van opzij bezorgd aan. Steven schraapte zijn keel.
"Loreneah?" zijn stem klonk bizar hoog. Vol vragen keek hij naar het afschuwelijke tafereel. Hij wilde niet eens denken aan wat het te betekenen had. Ineens kreeg hij get ijskoud, alsof hij net een liter ijskoude cola in één keer achterover had geslagen. Hij sloeg zijn ogen neer.
"Ik ben teruggekomen." zei hij, redelijk overbodig. "Niemand deed open. En ik kan niet..." Hij wierp een snelle blik op Andy. Hij had geen zin om uit te leggen waarom hij bij hem was. Hij beet op zijn lip en haalde diep adem.
"Ik wil Épica redden." zei hij toen. Loreneah hapte naar adem, maar dat negeerde hij.
"Ze is míjn vriendin!" het kwam er feller uit dan verwacht.
"Ik wil haar zien." voegde hij er nog aan toe, en toen keek hij weer op en zag dat de tranen over Loreneah's wangen liepen. Meteen begonnen zijn eigen ogen ook te prikken. Hij wilde niet denken aan de reden dat Loreneah huilde. Hij wilde het niet weten. Het mes op de grond, het bloed, Loreneah's tranen... Het maakte allemaal niet uit, als Épica maar in orde was.
"Loreneah?" vroeg hij zachtjes.
"Het spijt me!" riep Loreneah, en ze zakte snikkend in elkaar. Arjen greep haar arm, maar ze rukte zich los en liet zich voorover vallen op de koude tegelvloer.
"Loreneah?!" Steven's stem klonk nu ook dreigend. Hij voelde een enorm gevoel van angst en woede in zich oplaaien.
"Steven..." zei Arjen langzaam. "Épica is..."
"NEE!" schreeuwde Steven. Hij greep Arjen bij zijn shirt.
"Waar is ze?!" zijn stem sloeg over.
"De logeerkamer." zei Arjen kalm. Steven liet hem los. Hij keek naar zij handen. Ze trilden. Hij keek op naar Arjen, die zijn ogen sloot. Hij draaide zich om en rende naar de woonkamer. Joni zat
bij de deur.
"Steven!" riep ze verbaasd, maar Steven rende langs haar heen de logeerkamer in. Toen hij Épica zag liggen deinsde hij achteruit tot hij met zijn rug tegen de muur stond. Joni was hem gevolgd.
"Steven?" snikte ze voorzichtig.
Loreneah hoorde Steven schreeuwen vanuit de logeerkamer. Ze hoorde hoe zijn stem in zijn keel stokte en overging in een hartverscheurend gehuil. Ze drukte haar handen tegen de zijkanten van haar hoofd, maar het hielp niet.
"ÉPICAA!" klonk Steven's stem dramatisch door de muren heen. Loreneah tilde haar hoofd op. Arjen reikte haar een hand aan. Loreneah pakte zijn hand en liet zich overeind helpen. Langzaam strompelde ze naar de logeerkamer. Stephen zat ineengedoken tegen de muur en huilde met lange uithalen. Loreneah veegde met haar mauw over haar betraande wangen.
"Steven." zei ze zachtjes. "Het spijt me zo."
Steven keek op. Ineens stopte hij met huilen. De wanhoop op zijn gezicht maakte plaats voor woede. Hij beet op zijn lip en sperde zijn ogen wijd open. Langzaam kwam hij overeind. Loreneah deed instinctief een stapje achteruit.
"Jij..." fluisterde hij. "Jij hebt haar..."
Loreneah schudde haar hoofd. "Waar heb je het over?"
"Dit is allemaal jouw schuld!" schreeuwde Steven en hij rende de kamer uit. Loreneah rende achter hem aan, gevolgd door Arjen en Andy. Steven rende naar de gang en greep het mes dat Loreneah daar had laten vallen. Loreneah kreeg een akelig voorgevoel. Ze liep langzaam naar hem toe.
"Steven, wat ben je..."
"Blijf uit mijn buurt!" schreeuwde Steven. Hij richtte het mes dreigend op Loreneah. Loreneah sloeg ontzet haar handen voor haar gezicht en deinsde achteruit.
"Jij hebt haar vermoord." mompelde Steven, trillend van woede. "Het is jouw schuld!"
"Waar slaat dàt nou weer op?" Andy, die de hele tijd stil was geweest, deed verontwaardigd een stap naar voren.
"Kom op, Steven, Loreneah mocht Épica. Bovendien houdt ze van jou, zoiets zou ze nooit doen."
Steven begon steeds erger te trillen, maar hield het mes met beide handen op Loreneah gericht.
"We vinden het allemaal heel erg voor je, Steven." ging Andy verder, terwijl hij langzaam naar Steven toe liep.
"Maar je weet best dat dit niet Loreneah's schuld is, dus doe nou geen dingen waar je spijt van krijgt." Hij stond inmiddels voor Stephen en pakte zonder zichtbare twijfel zijn handen vast.
"Geef dit maar even aan mij." zei hij met een onzekere glimlach. Steven's ogen werden groter terwijl Andy voorzichtig het mes uit zijn handen trok. Toen hij het mes eenmaal had deed Andy een stap opzij en slaakte een zucht van opluchting. Loreneah keek verbaasd toe hoe de tranen geluidloos over Steven's wangen stroomde en hij langzaam in elkaar zakte. Naast zich hoorde ze een snik van Joni, die naar Steven toe rende en zich naast hem op haar knieën liet vallen en haar armen om hem heen sloeg. Loreneah volgde haar voorbeeld. Zo zaten ze daar een tijdje. Toen Loreneah weer opkeek, zag dat Arjen en Andy elkaar ongemakkelijk aankeken, en onwillekeurig krulde haar mondhoeken om in een glimlach, maar het lachen verging haar snel, toen ze de tuindeur dicht hoorde slaan, gevolgd door voetstappen in de woonkamer.
woensdag 3 maart 2010
maandag 1 maart 2010
Hoofdstuk 19
Loreneah legde haar vinger tegen haar lippen. Arjen knikte en drukte zijn rug tegen de muur. Joni keek voorzichtig om de hoek. Daarna keek ze achterom en gebaarde dat Loreneah en Arjen haar moesten volgen. Op haar wangen zaten nog half uitgeveegde zwarte strepen van de uitgelopen make-up. Loreneah en Arjen volgde haar door de openstaande tuindeur de woonkamer in. Joni sloop naar de deur naar de logeerkamer en legde haar hand op de klink. Haar ademhaling versnelde en ineens begon ze weer te snikken.
"Ik kan het niet." riep ze gesmoord. "Ik wil het niet zien."
Loreneah slikte moeizaam.
"Het is oké." mompelde ze. "Blijf jij maar hier." Een koude rilling kroop over haar rug. Even keek ze achterom naar Arjen. Zijn gezicht was lijkbleek, maar vastberaden. Hij sloot zijn ogen en knikte. Loreneah haalde diep adem en opende de deur. Zonder te kijken stapte ze de kamer binnen en zette een paar stappen. Langzaam opende ze haar ogen. Ze keek naar de grond. Het eerste was ze zag was een druppel bloed, en nog één, en nog één. Ze begon onbedaarlijk te trillen. Het bloed liep in een spoor richting het openstaande luik. Ze hoorde Arjen achter zich naar adem snakken. Langzaam volgde ze het spoor met haar ogen. Toen ze zag waar het vandaan kwam kneep ze haar ogen dicht en beet op haar lip. Hoewel ze wist wat ze zou zien sloeg haar hart een paar slagen over. Ze dwong zichzelf haar ogen weer te openen. Op de vloer bij het luik lag het levenloze lichaam van Épica. Haar rechter onderarm hing slap in het luik, terwijl het bloed langs haar vingers drupte. Loreneah slikte moeizaam. Tranen welden op in haar ogen en vervaagden het beeld van Épica's opengesperde ogen, die leeg naar het plafond staarden. Naast haar op de grond lag een groot vleesmes. Loreneah herkende het. De ochtend nadat ze in Amersfoort was aangekomen had Steven er nog zijn brood mee gesmeerd, en het vervolgens lachend in Loreneah's richting gestoken. Ze had speels gegild, en gedaan alsof ze echt met een mes bedreigd werd. Ze keek naar Épica's doorgesneden keel, en het stroompje bloed dat uit haar mondhoek liep. Ze dacht aan Steven's lachende gezichtop die ochtend. Hoe zou hij reageren als hij zag dat zijn vriendin met hetzelfde mes verwoord was? Langzaam liep Loreneah naar het lijk toe en liet zich op haar knieën vallen. Ze voelde hoe het bloed haar spijkerbroek doordrenkte.
"Lo-Loreneah?" vroeg Arjen bezorgd, zijn stem trilde. Loreneah schudde haar hoofd en veegde met de rug van haar hand langs haar wang.
"Steven..." snikte ze. "Steven zal..."
"Ik weet het." zei Arjen toen ze haar zin niet afmaakte. Hij hurkte achter haar en legde zijn hand op haar schouder. Loreneah draaide zich om en sloeg snikkend haar armen om hem heen. Arjen streek troostend over haar rug. Loreneah wist dat hij zocht naar woorden om het minder erg te maken, maar zelf kon ze er ook geen meer bedenken. Op dat moment klonk het geluid van de voordeur die opende, gevolgd door voetstappen in de gang. Joni slaakte een gesmoorde kreet. Loreneah liet Arjen los en griste het vleesmes van de vloer.
"Loreneah, wat ga je.." stamelde Arjen toen Loreneah opstond. Hij greep haar pols. Loreneah keek om. Arjen keek haar smekend aan. De tranen stonden ook in zijn ogen. Loreneah wendde haar blik af en rukte zich los.
"Loreneah, wacht!" riep Arjen nog, maar ze reageerde niet. Joni, die nog steeds ineengedoken bij de deur zat keek haar angstig aan. Voor ze zich kon bedenken rende ze naar de gang, waar ze abrupt bleef staan. Arjen volgde haar en bleef achter haar staan. Hij zei niks. Loreneah's gezicht betrok. Achter zich hoorde ze Arjen zachtjes vloeken. Opnieuw begonnen haar ogen te branden. Het mes viel met een kletterend geluid op de grond.
donderdag 17 december 2009
Hoofdstuk 18
Loreneah rende naar de rand van het dak en liet de ladder zakken. Vol spanning keek ze toe hoe Joni voorzichtig omhoog klom. Haar gezicht zag bleek en haar ogen stonden geschokt. Loreneah stak haar hand uit en hielp Joni omhoog. Joni omhelsde haar en Loreneah voelde dat ze trilde. Toen Joni op het dak stond ging haar blik naar de glaze potten. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Ze pakte een pot op en bekeek de inhoud. Loreaneah zag hoe haar ogen groot werden en keek naar de grond. Een schelle kreet van afschuw steeg op uit Joni's keel en de pot gleed uit haar handen. Loreneah wist hem op tijd op te vangen en zette hem tussen de andere potten. Ze sloeg haar armen om Joni heen en streek sussend over haar haar. "Rustig maar." mompelde ze. Ze voelde Joni naar adem happen. "Die... Die potten..." stamelde ze. "Is dat... Zijn dat... Oh my God..." Loreneah liet Joni los en haalde diep adem. "In één van de potten hebben we Martin's hand gevonden, dus ja, we kunnen er vanuit gaan dat in de andere potten ook..."
"Nee..." mompelde Joni. Ze sloeg haar handen voor haar mond en zakte langzaam op haar knieën neer. "Nee... Oh my God, nee." Loreneah sloeg haar ogen neer. "Maar Lisa... En Nanet... Oh my God... Jamira, Jamie.... Nee, dat meen je niet." Ze keek Loreneah smekend aan. "Waarschijnlijk wel." zei Loreneah gesmoord. "Nee..." Joni's tranen glinsterden is het licht van de opkomende zon. Ze begon hartstochtelijk te snikken. "Nee... Alsjeblieft, nee." Een tijdlang zei niemand iets. De pijnlijke stilte werd alleen onderbroken door Joni's lange, gierende uithalen. Toen ze na een tijdje weer iets tot rust was gekomen liet Loreneah zich op haar kniëen zakken en keek Joni ernstig aan.
"Joni..." begon ze voorzichtig. "Wat is er gebeurd? Waar is Épica?"
Andy keek Steven ongelovig aan. "Okée... Dus je pa heeft een zooi mensen, waaronder Loreneah ontvoerd en de bovenleidingen van de trein doorgeknipt met een dure heggeschaar. Vervolgens stond Arjen hier voor de deur om Loreneah te redden, maar die redde zichzelf door je vader neer te steken met een Ox-jambutton en met hulp van Arjen te ontsnappen. En nu zijn Loreneah en Arjen aan het proberen Joni en Épica te redden en hebben ze jou achtergelaten omdat de bad guy je eigen vader is, maar ben je nu onderweg naar huis om Épica alsnog eigenhandig te redden?"
Steven knikte. Andy schoot in de lach.
"Dude, Steven, wat heb jij gezopen?"
Steven sloeg zijn ogen neer en begon langs Andy heen richting zijn huis te lopen.
"Helemaal niks." zei hij kil. "Ik meen het."
Andy volgde hem. "Serieus?"
Steven zweeg.
"Steven, wacht nou even!" Andy versnelde zijn pas en haalde Steven in.
"Steven kom op. Je neemt me toch in de maling?" Hij ging voor Steven staan.
Steven liep rood aan. Hij stond even stil en duwde Andy toen opzij en liep door.
"Steven..." begon Andy.
Steven draaide zich op.
"Denk nou eens na, man! Denk je nou echt, dat als dit allemaal een geintje was, dat ik hier dan zou staan te janken?! Dat ik hier dan midden in de nacht over straat zou zwerven in mijn eentje?" Andy zweeg. Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Ik heb hier geen tijd voor." zei Stephen, en hij draaide zich weer om en liep door. Andy volgde hem.
vrijdag 11 december 2009
Hoofdstuk 17
Steven rende door de uitgestorven straten. Hij had niet eens gemerkt dat hij zo ver van huis was. Verward keek hij om zich heen. Hij was vlak bij zijn huis. Even stond hij stil. Zijn ademhaling gierde door zijn keel van het rennen. Het zweet liep langs zijn rug. Uitgeput leunde hij voorover en zette zijn handen op zijn knieën. In het licht van de lantaarnpaal zag hij de uitgerekte schaduw van een jongen met halflang krullend haar.
"Steven? Dude, wat doe jij hier nou weer? Weet je wel hoe laat het is?"
Bij het horen van de bekende stem keek Steven op. Een jongen met een getinte huid en zwarte krullen grijnsde hem schaapachtig aan. Steven's mond viel open.
"Andy?! Wat doe jíj hier nou weer?!?"
"Ssh!" siste Andy. "De meeste mensen slapen op dit tijdstip hoor."
Steven dacht aan Épica en Joni. Hij keek zwijgend voor zicht uit. Andy nam Steven aandachtig op.
"Wat zie je eruit man! Je bent helemaal bezweet! Wacht eens even..." Andy viel even stil. "Heb je gehuild?"
Steven keek naar de grond en veegde met de rug van zijn hand langs zijn wang.
"Ik moet gaan." Hij wilde langs Andy heen verder lopen, maar Andy hield hem tegen.
"Laat me los!" riep Steven fel. Andy keek hem verbaasd aan.
"The Fuck... Steven, wat is er aan de hand?"
Loreneah wreef zachtjes over Arjen's rug. Hij staarde glazig voor zich uit. Ze had het gevoel dat ze zo al een eeuwigheid zaten. Arjen's ogen waren rood en zijn wangen waren nat van de tranen. Af en toe wierp hij vol afkeer een blik op de pot waar Martin's hand in zat.
"Misschien is dat zíjn nier wel." mompelde hij, terwijl hij met zijn hoofd gebaarde naar de eerste pot die hij bekeken had.
"En dat is misschien zijn bloed. Of dat." Hij ging met zijn vingers een paar rode potten langs."
"Hou op." zei Loreneah zachtjes. "Alsjeblieft."
"Het had ook jouw bloed kunnen zijn." ging hij verder. Zijn stem klonk vlak en monotoon.
"Of zelfs dat van mij." Loreneah zuchtte. Arjen stond op en liep naar de rand van het dak. Zwijgend staarde hij naar beneden.
"Arjen, kom hier..." Zei Loreneah gesmoord. Arjen verroerde zich niet.
"Alsjeblieft." Arjen schudde zijn hoofd.
"Het is mijn schuld." zei hij bitter. Zijn stem trilde.
"Bullshit." snikte Loreneah. "Kom nou gewoon hier."
Arjen zette nog een stap naar voren. Het dak kraakte. Één van de potten viel kletterend naar beneden en raakte met een smak de grond. Beneden klonken voetstappen.
"Arjen kom hier!" gilde Loreneah. Ze greep Arjen bij zijn arm en trok hem weg van de rand. Arjen struikende over een pot en viel achterover tussen de andere potten. Hij schreeuwde en kwam half overeind. Bij het zien van een vormeloos vaalroze object in één van de potten begon hij te kokhalzen en braakte over de rand van het dak. Loreanah kneep haar ogen dicht en wendde haar blik af. Beneden klonken opnieuw haastige voetstappen. En een hoge gil. Loreneah schrok op. Dat was niet de vader van Steven. Ze ging op haar buik liggen en gluurde over de rand omlaag. Een smal gezicht omlijst met blonde krullen keek angstig omhoog.
"Joni!" riep Loreneah. "Je leeft nog!"
woensdag 6 mei 2009
Hoofdstuk 16
Steven liep uitgeput langs de donkere ramen, hij had het gevoel dat hij al uren zocht, maar dat kon niet, want dan zou het al licht zijn. Voor één van de vele verlaten uitziende huizen bleef hij staan. Hijgend keek hij naar het plaatje boven de deurbel. Was hij hier niet al eens langsgelopen? Steven liet zijn hoofd hangen en sjokte verder. Het had geen zin. Iedereen sliep nog. Waarom hadden ze hem achter gelaten? Waarom mocht hij niet helpen Joni en Épica te bevrijden? Épica was zijn vriendin! En degene die dit allemaal op zijn geweten had was zíjn vader. Even stond hij stil. Dat was waarschijnlijk de reden dat hij niet mee mocht. Dat het allemaal de schuld van zijn vader was. Zijn vader was een kidnapper, misschien wel een moordenaar. Wanhopig liet hij zich in elkaar zakken op de koude klinkers. De tranen stroomde over zijn gezicht. Beelden van momenten van hem met Épica flitste door zijn hoofd. Hij wenste vurig dat het Loreneah en Arjen zou lukken. Plotseling flitste een ander beeld naar zijn hoofd. Loreneah in de logeerkamer, en zijn vader, met bloed aan zijn handen. Maar in de logeerkamer op de achtergrond... Een openstaand luik! Steven sperde zijn ogen wijd open. "Natuurlijk!" riep hij hardop uit. Het feit dat dit drama zich afspeelde in zijn huis kon ook in zijn voordeel werken. Abrupt stond hij op en begon in de richting van zijn huis te lopen. Steeds sneller, tot hij begon te sprinten. Hij kon niet wachten op Arjen en Loreneah. Hij ging Épica eigenhandig redden!
Loreneah keek angstig om zich heen en probeerde rudtig adem te halen.
"Oké..." zei Arjen trillerig. "Dus deze potten zijn gevuld met... Stukjes mens?"
Loreneah knikte. Ze wilde niet eens nadenken bij het idee dat de lichaamsdelen van mensen die ze op de conventie had ontmoet hier in potten op het dak stonden. Dat kon niet. Dat kon gewoon niet. Langzaam schuifelde ze tussen de potten door en bekeek de lugubere objecten die er in dreven. Arjen volgde haar. Het was als wanneer je in de trein zat tegenover een vrouw met een enorme hazenlip; je kon onmogelijk níet kijken. Bij de rand van het dak bleef ze staan. Ze staarde naar de grond en dacht aan Steven. Zou iemand hem al hebben binnengelaten? De koele avondwind blies door haar haren. Lorenean rilde. Ineens hoorde ze Arjen naar adem happen. Met een ruk draaide ze zich om. Arjen zat op zijn knieën bij één van de vele glazen potten. Zwaar ademend staarde hij naar de hand die in de gelige vloeistof dreef. Loreneah huiverde.
"Walgelijk." mompelde instemmend.
Arjen schudde zijn hoofd. Zijn gezicht vertrok en zijn ogen begonnen te glinsteren. Met een trillende vinger tikte hij tegen het glas. Loreneah boog voorover om beter te kunnen kijken, aan de ringvinger van de levenloze hand glinsterde een zilveren ring.
"Die... die ring..." mompelde Arjen gesmoord. "Dat is... dat is Martin's ring!"
Loreneah sloeg haar handen voor haar gezicht. Ze voelde zich misselijk worden. Ongelovig schudde ze haar hoofd. Arjen staarde anafgebroken naar de ring, en langzaam rolde er een traan over zijn gezicht. Loreneah aarzelde even, maar zette toen een paar stappen in zijn richting en legde een hand op zijn schokkende schouder. Zodra hij dat voelde sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht en begon hartstochtelijk te huilen.
dinsdag 21 april 2009
Hoofdstuk 15
Stevens huis zag er verlaten uit. De voordeur stond op een kier. Loreneah schuifelde achter Arjen aan de oprit op. Bij de deur stonden ze stil. Arjen legde zijn vinger op zijn lippen en duwde de voordeur verder open om naar binnnen te kunnen kijken.
"Niemand." fluisterde hij, en op zijn tenen stapte hij naar binnen. Loreneah volgde hem. Arjen keek zenuwachtig om het hoekje van de huiskamerdeur. Het licht in de huiskamer brandde.
"Is er iemand?" fluisterde Loreneah.
"Ik weet niet..." zei Arjen gesmoord. "Ik denk het niet."
Hij gebaarde dat ze moest blijven staan en liep naar binnen. Loreneah keek hem na en wenste vurig dat er echt niemand in de woonkamer was.
"De kust is veilig." hoorde ze Arjen zeggen. Ze slaakte een zucht van opluchting en liep de woonkamer in. Nietsvermoedend liep ze naar de deur van de logeerkamer en wilde hem open doen, maar dat lukte niet.
"Shit!" zei ze met opeengeklemde kaken. "Hij heeft de deur op slot gedaan."
Arjen vloekte zachtjes. "En nu?"
Loreneah aarzelde even. "Het dak op."
Arjen keek alsof hij haar niet goed verstaan had. "Het dak op?"
Loreneah knikte. "Steven en ik hoorde gisteravond en vandaag steeds rare geluiden op het dak. Zijn vader verbouwt er planten, zegt ie. Maar gisteravond hoorde ik glas breken. En vandaag..."
"Vond je bebloede glasscherven." vulde Arjen aan. "Dan ben ik benieuwd wat voor 'plantjes' hij verbouwt." Loreneah knikte. Door de open deur liepen ze weer naar buiten. Arjen staarde naar de dakgoot.
"En nu?" Loreneah liep langs de garage. "Nou, we moeten vinden hoe Steven's vader steeds op het dak kwam..." mompelde Loreneah. Arjen keek peinzend om zich heen. "Dan moe hier ergens een ladder ofzo zijn..." mompelde hij afwezig. Hij deed een paar stappen achteruit en verdween ineens in de heg. "AU!"
Loreneah draaide zich om. "Arjen?!" riep ze angstig.
"Bingo." klonk het uit de bosjes. Arjen kwam tevoorschijn en schoof een lange metalen ladder onder de heg vandaan.
"Discreet." zei Loreneah vol bewondering.
"Ja, maar goed dat ik zo onhandig ben..." lachte Arjen. Hij hees de ladder overeind en zette hem tegen de muur van het huis.
"Gaat u voor." hij gebaarde naar het dak. Loreneah klom op de ladder en stond binnen een paar seconden op het dak. Arjen volgde haar. Toen hij ook op het dak stond keek Loreneah om zich heen. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Het dak stond vol met afgesloten glazen potten. Het was duidelijk dat er geen planten in zaten. Loreneah pakte één van de potten op en deed een stap achteruit om hem in het maanlicht te bekijken. Toen ze zag wat erin zat slaakte ze een kreet van afschuw. De pot gleed uit haar handen en viel een paar meter beneden hun aan scherven. Loreneah wankelde naar de rand van het dak en verloor haar evenwicht. Net op tijd pakte Arjen haar bij haar pols en trok haar bij de rand weg.
"Oh mijn God!" riep ze gesmoord en ze sloeg haar handen voor haar mond.
"Wat is er?" vroeg Arjen geschokt. "Wat zit er in die potten?"
Loreneah schudde ontzet haar hoofd. Arjen haalde een fietslampje uit zijn zak en klikte die aan. Hij hurkte tussen de glazen potten en bescheen ze één voor één met het lampje. Loreneah zakte trillend op haar knieën neer. "Jezus..." mompelde Arjen ongelovig. Sommige potten waren gevuld met een egaal rode vloeistof, waarvan Loreneah niet hoefde te raden wat het was. Arjen bescheen een pot met een heldergele vloeistof waar een gebogen ovaal, donkerrood ding in dreef. "Loreneah." Arjen wees met een trillende vinger naar het glas. "Is dat..."
Loreneah knikte. "Ja." fluisterde ze. "Dat is een nier."
zondag 19 april 2009
Hoofdstuk 14
Met half toegeknepen ogen keek Loreneah naar de helverlichte opening van het luik. Een zwart sihouette van een man verscheen in beeld.
"Joooooni! Ik kom je bevrijden!" Loreneah keek om; Joni zat tegen de muur aan gedrukt met haar handen tegen haar mond. De tranen stonden in haar ogen. Het silhouette boog zich naar voren en stak zijn hand uit.
"Kom dan!" riep hij kruiperig. Loreneah probeerde na te denken, ze moest hier weg zien te komen. Plotseling viel haar blik op de Ox-Jambutton die nog steeds op haar T-shirt zat gespeld. Het was niet veel, maar het viel te proberen. Zo onopvallend mogelijk haalde ze de button van haar shirt en liet het pinnetje los.
"Geef me een voetje." fluisterde ze tegen Épica, die een bijna onmerkbaar knikje gaf.
"Wat zeg je?" vroeg de gedaante achterdochtig. Hij had zich losgescheurd van Joni. Loreneah kon zijn gezicht niet zien, vanwege het tegenlicht.
"Oké, ik ga met je mee!" riep Joni, die het plan blijkbaar begrepen had. De man richtte zijn aandacht weer op Joni en kwam ietsjes overeind. Daar had Loreneah op gewacht.
"NU!" schreeuwde ze. En ze zette haar handen in van de opening van het luik. Épica duwde haar van onderen omhoog en binnen een paar seconden wist ze zich op te heisen en stond ze buiten het luik.
"Wat ben jij van plan?" In het licht zag ze dat het inderdaad Steven's vader was. Ruw greep hij haar bij haar pols en probeerde haar terug te duwen door het luik. Met al haar kracht stak Loreneah het pinnetje van de button die ze nog in haar vrije hand had in de pols van Stevens vader. Hij schreeuwde het uit van de pijn en liet Loreneah los. Het bloed liep langs zijn vingers.
Loreneah draaide zich om om weg te rennen en zag dat ze zich in de logeerkamer in Stevens huis bevond, de kamer waar ze diezelfde nacht nog had geslapen.
Toen ze de deur openduwde stond ze oog in oog met Steven en Arjen, die haar beiden met een mengeling van onbegrip en opluchting aanstaarden.
"Aan de kant!" gilde ze paniekerig. Ze duwde hun aan de kant en rende naar de andere kant van de huiskamer, maar draaide zich toen meteen weer om. Stevens vader was haar gevolgd en stond nu voor haar neus.
"Ellending rotkind! Ik maak je kapot!" Hij had het pinnetje uit zijn pols getrokken en richte dat nu dreigend op Loreneah.
"Pa?" Steven stond als aan de grond genageld achter zijn vader en staarde met grote ogen naar het tafereel.
"Sta daar niet zo!" gilde Loreneah. "Ren weg en ga hulp halen!" Steven verroerde zich niet.
Loreneah stond met haar rug tegen de muur gedrukt en keek angstig naar het zilveren pinnetje dat Stevens vader nu langzaam naar haar keel bracht.
"Hé ouwe." werd er ineens geroepen. Stevens vader draaide zich om om te kijken waar het vandaan kwam. Hij had Arjen's aanwezigheid nog niet opgemerkt. Arjen sloeg hem hard met zijn vuist in zijn gezicht. Loreneah greep de gelegenheid aan en rende naar de andere kant van de kamer. Stevens vader stond op en balde zijn vuist. Er stroomde boed uit zijn neus. Hij wilde terugslaan maar was te traag, Arjen gaf hem een knietje in zijn maag en greep Steven bij zijn arm.
"Rennen!" riep hij tegen Loreneah. Ze knikte en baande zich een weg naar de voordeur. Arjen volgde haar, Steven met zich meeslepend. Ze renden de voordeur uit, de straat op, en verder, zo hard ze maar konden. Net zo lang tot uiteindelijk Loreneah hijgend in elkaar zakte op een verlaten grasveldje.
"Ik... kan niet ...meer" stamelde ze.
"Het is oké." hijgde Arjen, terwijl hij achterom keek. "Ik denk dat we hem kwijt zijn."
"Steven..." begon Loreneah. "Épica... en Joni... Ze zijn... Ze zijn daar nog."
Steven staarde zwijgend naar de grond.
"Steven? Hoor je me?" Loreneah stond op en schudde hem door elkaar.
"Hallo, Steven! Zeg verdomme iets!"
Hij bleef naar de grond staren, maar zijn schouders begonnen te schokken. Er klonk zachtjes gesnik.
"Sorry..." zei Loreneah geschrokken. Ze liet hem los en liet haat armen langzaam zakken. "Sorry, ik wou niet..."
Steven sloeg zijn handen voor zijn gezicht en zakte snikkend in elkaar.
"Het spijt me." fluisterde hij.
"Ik had het moeten weten... Het was mijn vader, mijn bloedeigen vader."
Arjen sloeg zijn ogen neer.
"Het spijt me." zei Steven opnieuw.
"Het spijt me zo."
Er viel een stilte. Loreneah naast Steven op de koude tegels zitten en Arjen volgde haar voorbeeld. Zo zaten ze daar. Met zijn drieën in op de stoep.
"We moeten de politie bellen." zei Arjen na een tijdje. Loreneah wierp onzeker een blik op Steven. Hij knikte.
Arjen haalde zijn telefoon uit zijn broekzak en wierp een blik op zijn beeldscherm.
"Nee hè... Batterij leeg." Hij keek naar Loreneah.
"Die eng- Stevens vader heeft mijn mobiel." Arjen slaakte een zucht.
"Steven?" Steven keek Arjen even emotieloos aan, alsof hij heel diep over de vraag moest nadenken.
"Mijn telefoon ligt nog thuis."
"Shit!" Arjen stond op en trapte tegen de stoeprand.
"Kunnen we niet ergens aanbellen?" opperde Loreneah.
Arjen wierp een blik op zijn horloge. "Om tien voor halfvijf?"
"Oh ja." Loreneah liet haar hoofd hangen. "Ik wist niet dat het al zo laat was."
"We moeten iets doen." zei Arjen beslist. "Als Martin echt ontvoerd is dan-"
"Martin?" Loreneah keek op. "Joni zei dat Martin daar al was toen zei er terechtkwam."
"Echt?" vroeg Arjen hoopvol. "Is hij daar nu nog?"
Loreneah schudde haar hoofd.
"Alleen Joni en Épica. Hij heeft Martin al opgehaald, net als de rest."
"Opgehaald?" Arjen keek haar angstig aan. "Wat heeft ie daarna met ze gedaan?"
Loreneah schudde haar hoofd. "Geen idee."
"Oké. Ik ga terug."
Loreneah stond op. "Nee, je weet niet- Misschien is ie wel gewapend!"
"Misschien wel..." zei Arjen bitter. "Maar ik moet terug, misschien is Martin daar nog ergens."
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Dan ga ik met je mee." zei ze vastbesloten.
"Ik moet Joni en Épica helpen, zonder hun had ik niet weg kunnen komen."
Arjen knikte.
"En ik?" Steven was ook opgestaan. Arjen aarzelde. "Het spijt me, maar het lijkt me geen goed idee dat jij ook meegaat." Steven deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Het is oké." zei Loreneah. "Ik haal Joni en Épica daar weg."
Steven keek naar de grond, maar zei niets.
"Steven," zei Arjen ernstig. "Ga op zoek naar een huis waar nog licht brand, en vraag of je de telefoon mag gebruiken. Over ongeveer anderhalf uur zullen de eerste mensen wel opstaan..."
Steven knikte. "Als ik de politie heb gewaarschuwd, kom ik naar jullie toe, oké?"
Arjen glimlachte voorzichtig. "Oké."
Hij draaide zich om en gebaarde Loreneah mee te komen.
"Jongens," mompelde Steven. Arjen keek over zijn schouder. "Wees voorzichtig."
"Jij ook." zei Loreneah.
Arjen knikte alleen maar.
maandag 13 april 2009
Hoofdstuk 13
"Steven, waar is Loreneah?" vroeg Arjen opnieuw toen Steven geen antwoord gaf.
Steven sloeg zijn ogen neer. "Weet ik niet."
"Hoe bedoel je?" Arjen verhief zijn stem. "Ze was hier toch?"
"Kom even binnen." zei Steven. Hij deed een stap achteruit en Arjen stapte langs hem heen naar binnen. Steven ging hem voor en liep naar de keuken.
"Wil je iets drinken?" hij draaide zich om naar Arjen. Die schudde zijn hoofd. Steven schonk zichzelf een glas sinaasappelsap in en ging aan tafel zitten. Arjen nam plaats op de stoel tegenover hem.
"Wat is er gebeurd?" vroeg Arjen zachtjes. "Ik werd gebeld door Loreneah, en toen ik opnam hoorde ik allemaal geruis en gekraak, en op een gegeven moment werd er opgehangen. Ik heb daarna nog een paar keer geprobeerd te bellen, maar steeds werd er na één keer opgehangen."
Steven keek peinzend naar zijn glas.
"En daarom ben je hierheen gekomen, midden in de nacht?"
Arjen sloeg zijn ogen neer. "Ik weet niet... Het was zo raar, en het is niks voor Loreneah om eerst te bellen en dan niet op te nemen. Maar behalve dat, kreeg ik een heel naar gevoel, alsof er iets mis was. Omdat ik haar niet kon bereiken heb ik jou gebeld, maar je was steeds in gesprek. Ik werd helemaal gek van mezelf, ik kon gewoon niet wachten tot ik je kon bellen, dus heb ik de eerste trein hierheen gepakt."
Steven voelde tranen prikken in zijn ogen.
"Ik probeerde Épica te bellen, mijn vriendin. Ik denk dat ze in gevaar is, met al die verdwijningen, het zijn allemaal mensen van CWN. Ik heb zes keer geprobeerd haar te bellen, maar iedere keer werd ik weggedrukt na één keer overgaan. Toen ik weer naar boven ging, waar Loreneah in mijn kamer had zitten wachten, zat er bloed aan de deurklink en op het tapijt in mijn kamer, en Loreneah was verdwenen."
Arjen keek geschrokken op. "Bloed?"
Steven knikte en stond op. Met zijn handen in zijn zakken liep hij naar het raam en staarde de nacht in. Arjen stond ook op en ging naast hem staan.
"Heb je haar gezocht?" vroeg hij voorzichtig.
"Wat denk jij dan? Natuurlijk, maar ik kan haar nergens vinden."
Arjen deed een stap naar voren en legde zijn vingers op het glas.
"We moeten haar vinden."
Langzaam deed Épica haar ogen open. Met een pijnlijk gezicht greep ze naar haar hoofd.
"Au..." zei ze zachtjes.
"Je hebt een flinke smak gemaakt." zei Joni bezorgd. Ze hielp Épica voorzichtig overeind en bekeek haar gezicht.
"Hij heeft je ook wel goed te pakken gehad..." peinzend staarde ze naar de striemen op Épica's gezicht.
"Hij?" vroeg Épica angstig. "Wie? Wie heeft dit gedaan?"
Joni wierp een twijfelachtige blik op Loreneah.
"We denken de vader van Steven."
"Wat? Steven?" riep Épica verbaasd. "Waar is Steven? Is hij oké?"
"Waarschijnlijk wel, als het echt zijn vader is." zei Loreneah ernstig. "Hij zou zijn eigen zoon waarschijnlijk niks aan doen..."
"Waarschijnlijk?" mompelde Épica.
Loreneah haalde haar schouders op. "Ik weet niet wat voor persoon het is... Als hij echt de bovenleidingen heeft doorgeknipt met een heggeschaar..."
"Hè?" vroeg Épica verbaasd. "Was hij dat?"
"Heb je dat nog gehoord dan?" vroeg Loreneah. Épica knipte.
"Het was één van de laatste dingen die ik me nog kan herinneren. Ik was op weg naar Steven toe, ik was bezorgd vanwege die verdwijningen. Toen ik op TV zag dat Jamie ook vermist werd, en het dus niet alleen meisjes waren, realiseerde ik me dat Steven in gevaar was. Toen ik hem belde nam hij niet op, dus nam ik de eerste trein richting Amersfoort. Het was een enorm gedoe om er te komen, omdat de bovenleidingen waren doorgesneden, dus duurde de reis langer dan normaal. Ik stond net op het station vlakbij Amersfoort op de bus te wachten toen ik een klap op mijn hoofd kreeg. Verder herinner ik me niks meer. "
Loreneah dacht even na. "Hoe laat belde je Steven?"
"Uh... Iets na vieren..."
Loreneah knikte langzaam. "Toen zaten we in de bioscoop, daarom nam hij niet op."
Épica trok een wenkbrauw op. "In de bioscoop?"
Loreneah zuchtte. "Ja, bij Confessions of a Shopaholic. Maar maak je maar geen zorgen hoor, ik heb hem met geen vinger aangeraakt. Trouwens, dat zou hij ook niet willen, hij had het de hele dag om de vijf minuten over hoe leuk jij wel niet bent."
Épica kreeg een kleur. "Echt waar?"
Loreneah knikte. Ineens klonken er voetstappen boven hun. Joni kromp angstig ineen en wees naar het plafond. Met piepende scharnieren ging het luik opnieuw open.
donderdag 9 april 2009
Hoofdstuk 12
"Bloed?" herhaalde Joni geschokt. Loreneah knikte.
"Op alle glasscherven?" Loreneah knikte opnieuw.
Joni staarde voor zich uit. "Dus jullie denken dat die verdwijningen, die bovenleidingen op het station en dat bloed iets met elkaar te maken hebben?"
Loreneah haalde haar schouders op.
"Ik weet het niet... Het is alleen zo raar dat het allemaal tegelijk gebeurd. En allemaal als ík bij Steven ben... En nu dit."
Joni trok haar wenkbrauwen op. "Maar dat met die bovenleidingen... Alles wijst erop dat Stevens vader dat gedaan heeft toch?" Loreneah knikte bedachtzaam.
"Maar je denkt toch niet..." ging Joni verder, "Dat Stevens vader ook iets te maken heeft met die verdwijningen?" Loreneah gaf geen antwoord.
"Wacht eens even!" zei Joni opeens. "De meisjes die ontvoerd zijn, waren allemaal mensen van de conventie waarmee Steven veel omgaat, inclusief jij en ik!"
"Dus...?" vroeg Loreneah onzeker.
"Nou," zei Joni enthousiast. "Misschien is Stevens vriendin jaloers en wil ze alle concurrentie uitroeien!"
"Wat? Épica?" vroeg Loreneah verbaasd.
"Ja!" riep Joni overtuigd.
Loreneah moest onwillekeurig lachen. "Waarom heeft ze Martin dan ontvoerd?"
Joni legde haar vinger tegen haar kin. "Ik vond hem altijd al wat gay overkomen..."
"En Jamie dan?" giechelde Loreneah.
Joni dacht diep na. "Misschien mocht ze die gewoon niet."
Opeens klonk er gestommel boven hun hoofden. Het lachen verging Loreneah spontaan, ze hield haar adem in. In het lage plafond van de ruimte ging een luik open en een streep wit licht viel naar binnen. Joni kroop angstig achteruit. Haar handen trilden.
Doodsbang keek Loreneah toe hoe een meisje ruw door het luik werd geduwd en met een doffe dreun op de grond terechtkwam, waar ze roerloos bleef liggen. Met een piepend geluid ging het luik weer dicht. Ademloos luisterde Loreneah naar de steeds zachter wordende voetstappen.
"Hij hinkt." fluisterde ze geschokt.
"Hè?" Joni zat ineengedoken in een hoekje van de stoffige ruimte.
"Hij hinkt." herhaalde Loreneah. "Dat hoor je aan de voetstappen."
"Nou en?" Joni keek haar vragend aan.
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Stevens vader hinkt ook."
Joni zei niets en kroop langzaam naar het meisje dat zojuist door het luik was geduwd. Ze had zich nog steeds niet bewogen. Nog steeds met hevig trillende handen pakte Joni haar pols.
"Ze leeft nog." zei ze zachtjes. Loreneah slaakte een zucht van opluchting en kroop naar Joni en het meisje toe.
"Wacht eens even..." Joni streek voorsichtig het lange haar van het meisje uit haar gezicht. Verbaasd staarde ze naar de gesloten ogen.
"Oké," zei ze zachtjes. "Mijn theorie klopte niet."
Loreneah boog zich voorover en bekeek het bleke gezicht van het meisje. Zelfs met haar lichtjes gezwollen oog en de striem op haar wang herkende Loreneah haar meteen van de foto's op Stevens Ipod. Épica.
Stevens vader kwam de logeerkamer uit en trok de deur achter zich dicht. Steven zat nog steeds op de bank met zijn hoofd in zijn handen.
"Gaat het?" vroeg hij, met een blik op Steven, die glazig voor zich uitstaarde.
Steven schrok op. "Eh... Ja." Stevens blik gleed over zijn vader. Hij droeg een tuinbroek vol vlekken, en lange, groene laarzen.
"Zou je niet eens gaan slapen?" vroeg hij streng. "Het is half drie geweest."
"Uh... Ja. Is goed. Welterusten." Steven stond op en liep de kamer uit. In de gang bleef hij staan. Het had geen zin om naar bed te gaan. Slapen kon hij toch niet. Verslagen liet hij zich zakken op de onderste trede van de trap. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Waarom ging zijn vader nou niet ook gewoon slapen? Steven staarde naar de grond. Er klonk een doffe bons. Steven schrok op. Dat was niet op het dak. Opnieuw een bons. Steven keek naar de voordeur; Er bonsde iemand op het raam. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes om beter te kunnen kijken. Toen hij zag wie het was rende hij naar de deur om open te doen.
"Wat doe jij hier nu weer?" riep Steven verbaasd. "Weet je wel hoe laat het is."
"Bijna kwart voor drie." zei Arjen. "Waar is Loreneah?"
"Op alle glasscherven?" Loreneah knikte opnieuw.
Joni staarde voor zich uit. "Dus jullie denken dat die verdwijningen, die bovenleidingen op het station en dat bloed iets met elkaar te maken hebben?"
Loreneah haalde haar schouders op.
"Ik weet het niet... Het is alleen zo raar dat het allemaal tegelijk gebeurd. En allemaal als ík bij Steven ben... En nu dit."
Joni trok haar wenkbrauwen op. "Maar dat met die bovenleidingen... Alles wijst erop dat Stevens vader dat gedaan heeft toch?" Loreneah knikte bedachtzaam.
"Maar je denkt toch niet..." ging Joni verder, "Dat Stevens vader ook iets te maken heeft met die verdwijningen?" Loreneah gaf geen antwoord.
"Wacht eens even!" zei Joni opeens. "De meisjes die ontvoerd zijn, waren allemaal mensen van de conventie waarmee Steven veel omgaat, inclusief jij en ik!"
"Dus...?" vroeg Loreneah onzeker.
"Nou," zei Joni enthousiast. "Misschien is Stevens vriendin jaloers en wil ze alle concurrentie uitroeien!"
"Wat? Épica?" vroeg Loreneah verbaasd.
"Ja!" riep Joni overtuigd.
Loreneah moest onwillekeurig lachen. "Waarom heeft ze Martin dan ontvoerd?"
Joni legde haar vinger tegen haar kin. "Ik vond hem altijd al wat gay overkomen..."
"En Jamie dan?" giechelde Loreneah.
Joni dacht diep na. "Misschien mocht ze die gewoon niet."
Opeens klonk er gestommel boven hun hoofden. Het lachen verging Loreneah spontaan, ze hield haar adem in. In het lage plafond van de ruimte ging een luik open en een streep wit licht viel naar binnen. Joni kroop angstig achteruit. Haar handen trilden.
Doodsbang keek Loreneah toe hoe een meisje ruw door het luik werd geduwd en met een doffe dreun op de grond terechtkwam, waar ze roerloos bleef liggen. Met een piepend geluid ging het luik weer dicht. Ademloos luisterde Loreneah naar de steeds zachter wordende voetstappen.
"Hij hinkt." fluisterde ze geschokt.
"Hè?" Joni zat ineengedoken in een hoekje van de stoffige ruimte.
"Hij hinkt." herhaalde Loreneah. "Dat hoor je aan de voetstappen."
"Nou en?" Joni keek haar vragend aan.
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Stevens vader hinkt ook."
Joni zei niets en kroop langzaam naar het meisje dat zojuist door het luik was geduwd. Ze had zich nog steeds niet bewogen. Nog steeds met hevig trillende handen pakte Joni haar pols.
"Ze leeft nog." zei ze zachtjes. Loreneah slaakte een zucht van opluchting en kroop naar Joni en het meisje toe.
"Wacht eens even..." Joni streek voorsichtig het lange haar van het meisje uit haar gezicht. Verbaasd staarde ze naar de gesloten ogen.
"Oké," zei ze zachtjes. "Mijn theorie klopte niet."
Loreneah boog zich voorover en bekeek het bleke gezicht van het meisje. Zelfs met haar lichtjes gezwollen oog en de striem op haar wang herkende Loreneah haar meteen van de foto's op Stevens Ipod. Épica.
Stevens vader kwam de logeerkamer uit en trok de deur achter zich dicht. Steven zat nog steeds op de bank met zijn hoofd in zijn handen.
"Gaat het?" vroeg hij, met een blik op Steven, die glazig voor zich uitstaarde.
Steven schrok op. "Eh... Ja." Stevens blik gleed over zijn vader. Hij droeg een tuinbroek vol vlekken, en lange, groene laarzen.
"Zou je niet eens gaan slapen?" vroeg hij streng. "Het is half drie geweest."
"Uh... Ja. Is goed. Welterusten." Steven stond op en liep de kamer uit. In de gang bleef hij staan. Het had geen zin om naar bed te gaan. Slapen kon hij toch niet. Verslagen liet hij zich zakken op de onderste trede van de trap. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Waarom ging zijn vader nou niet ook gewoon slapen? Steven staarde naar de grond. Er klonk een doffe bons. Steven schrok op. Dat was niet op het dak. Opnieuw een bons. Steven keek naar de voordeur; Er bonsde iemand op het raam. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes om beter te kunnen kijken. Toen hij zag wie het was rende hij naar de deur om open te doen.
"Wat doe jij hier nu weer?" riep Steven verbaasd. "Weet je wel hoe laat het is."
"Bijna kwart voor drie." zei Arjen. "Waar is Loreneah?"
dinsdag 7 april 2009
Hoofdstuk 11
"Loreneah...?" Loreneah kreunde zachtjes. Haar hoofd bonkte, ze wilde haar ogen niet openen. De vloer onder haar lichaam voelde koud en hard aan. Waar was ze?
"Loreneah! Zeg iets!" Een stem. Ineens realiseerde ze zich dat er iemand tegen haar praatte. Ze herkende die stem. Koortsachtig probeerde ze zich iets te herinneren. Waarom deed haar hoofd zo'n pijn?
"Loreneah, alsjeblieft!" De stem klonk angstig. Langzaam opende Loreneah haar ogen.
"Waar ben ik...?"
"Oh, je leeft nog!" Een omhelzing. Krullen. Blonde krullen.
"Joni...!" Langzaam kwam alles terug. Ze was op Steven's kamer, maar ze was alleen... Er kwam iemand binnen, en... Een klap op haar hoofd. Loreneah voelde aan haar achterhoofd. Een warme vloeistof kleefde aan haar vingers.
"Bloed..." mompelde ze. "Waar zijn we?" Ze keek verward om zich heen. Het was aardedonker.
"Geen idee..." zei Joni wanhopig. "Ik herinner me niks meer. Ik was thuis, en even later werd ik hier wakker..." Loreneah wilde opstaan.
"Kijk uit!" riep Joni.
Ze stootte haar hoofd tegen het plafond en liet zich weer op haar knieën vallen.
"Wat is dit voor plaats?" mompelde ze.
"Ik weet het niet..." zei Joni onzeker. "Toen ik hier wakker werd probeerde Martin ook al-"
"Hè?" Loreneah's ogen lichtten op. "Was Martin hier?"
Joni sloeg haar ogen neer. "Ja, in het begin wel, maar toen werd hij opgehaald..."
"Opgehaald? Door wie?"
Joni sloeg haar handen tegen haar gezicht. "Ik weet het niet, het luik ging open, maar ik kon niets zien, hij scheen in mijn ogen met een zaklamp en toen het weer donker werd was Martin weg." Loreneah dacht na.
"Hoe lang is dat geleden?"
Joni haalde haar schouders op. "Een uur... Een dag... Een week?"
"Een week?" herhaalde Loreneah geschokt.
"Ik weet het niet!" riep Joni. "Hij heeft mijn mobieltje afgepakt, en er komt hier geen daglicht binnen... Ik heb geen idee hoe lang ik hier al zit, iedere seconde duurt een eeuwigheid."
"Shit." mompelde Loreneah. "We moeten hier weg zien te komen!"
Joni lachte vreugdeloos. "De enige manier waarop je hier wegkomt is als hij je komt halen."
"Zeg dat niet!" Loreneah sloeg met haar vuist op de grond. "We vinden wel een manier!"
"Maar hij kan ieder moment komen om me op te halen! Net als die andere mensen!"
Loreneah viel even stil.
"Waren er hier behalve Martin nog anderen?"
Joni telde op haar vingers. "Lisa, Jamira, Nanet... Oh en Jamie."
Loreneah kneep haar ogen tot spleetjes. "Ik wist het."
"Wat wist je?" vroeg Joni verward.
"Dat er een link was tussen al die verdwijningen."
Joni sloeg haar ogen neer. "De conventies."
Steven plofte moedeloos neer op de bank. Hij had elke kamer in het huis doorzocht. Geen Loreneah. Hij had zes keer naar haar mobiel gebeld. Hij kreeg steeds na één keer overgaan de voicemail. Misschien was het een grap, maar ze leek niet in de stemming om zo'n soort grap uit te halen, hoewel je het met Loreneah nooit wist. Steven liet zijn gezicht in zijn handen zakken en sloot zijn ogen. De doorgeknipte boverleidingen, de bebloede glasscherven, de heggeschaar van zijn vader, de verdwijningen, de reactie vanzijn vader, Épica die niet opneemt, en nu was Loreneah ook verdwenen. Steven voelde zijn gesloten ogen prikken en kneep ze stijf dicht. Hij dacht aan het bloed op de deurklink en wenste vurig dat het niet van Loreneah was. Vaag hoorde hij gestommel op het dak, maar hij schonk er geen aandacht aan. Hij pakte zijn mobiel om opnieuw Épica te bellen, maar zag dat het al kwart voor één was. "Misschien slaapt ze." sprak hij zichzelf tegen beter weten toe. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Langzaam drong het tot hem door. Kwart voor één, en zijn vader liep nog steeds op het dak. Wat dééd hij op dat dak? Steven balde zijn handen tot vuisten. Het kon niet. Zijn vader kon het niet gedaan hebben, het was zijn vader, geen ontvoerder. Bovendien, waar zou zijn vader al die mensen kwijt moeten zonder dat Steven en zijn moeder het hoorde. Hij kwam overeind en haalde diep adem. Tevergeefs probeerde hij helder te denken, maar hij kon het niet. Een traan drupte op zijn broek.
"Waar ben je, Loreneah." fluisterde hij tegen zichzelf. "Waar zijn jullie."
Abonneren op:
Reacties (Atom)