Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

zaterdag 28 maart 2009

Hoofdstuk 8

Het was doodstil aan tafel. Het enige dat je hoorde was het rinkelen van bestek op borden, en af en toe een glas dat neergezet werd. Loreneah keek naar haar bord, om de één of andere reden durfde ze de anderen niet aan te kijken. Ze vroeg zich af of het hier tijdens het eten altijd zo stil was. Een tijd lang werkte iedereen zwijgend zijn eten naar binnen, tot Steven de stilte verbrak. 
"Jullie raden nooit welke film ik vandaag heb gezien." zei hij met een grote grijns. "Confessions Of A Shopaholic." Steven's moeder keek Loreneah achterdochtig aan. 
"Het was níet mijn idee!" zei ze snel. "Steven wilde hem zelf zien!" Steven knikte.
Steven's vader lachte zachtjes.
"Is het nog gelukt met die tak?" vroeg Steven.
Steven's vader keek verbaasd op. "Tak? Welke tak?"
Steven trok een wenkbrauw op. "Die waar je die nieuwe heggeschaar voor hebt aangeschaft?"
Stevens vader wierp zenuwachtig een blik op zijn vrouw. "Uh... Ja, dat is gelukt."
Steven's moeder keek haar man verbaasd aan. "Nieuwe heggeschaar? Ik helemaal geen nieuwe heggeschaar gezien, je kwam met lege handen thuis."
Er viel een ongemakkelijke stilte. Loreneah wierp een verwarde blik naar Steven.
"Ik uh... Heb hem teruggebracht." zei Steven's vader uiteindelijk. "Ik vond hem toch niet zo fijn."
"Hoe wist je dat dan?" vroeg Steven "Je had hem toch nog niet uitgeprobeerd?"
"Ik had er geen goed gevoel over." zei Steven's vader nors.
"Waarom heb je hem dan in de eerste plaats gekocht?" vroeg Steven dwingend.
"Ik had een nieuwe heggeschaar nodig voor die tak, dat heb ik toch al verteld?"
"Lukte dat dan niet met onze oude heggeschaar?" ging Steven door.
Zijn vader hakte driftig met zijn mes in zijn biefstuk.
"Nee." zei hij geïrriteerd. "Anders had ik toch geen nieuwe nodig?"
Steven fronste zijn wenkbrauwen. "Maar je zei net nog dat het gelukt was met die tak. Hoe heb je dat dan voor elkaar gekregen?"
"Wat is dit voor kruisverhoor!?" schreeuwde Steven's vader. Hij gooide met een kletterend geluid zijn mes op tafel. "Het is maar een heggeschaar!" snauwde hij. Hij stond op en verliet de kamer. 
"Dat moest hij eens tegen die verkoper zeggen." fluisterde Steven
"Steven?" zei zijn moeder ontzet. "Waar was dat nu weer goed voor?"
Ze stond ook op,  pakte haar bord en dat van haar man en liep naar de keuken.
Loreneah slikte moeizaam een hap droge aardappel door. Het was alsof haar keel werd dichtgeknepen. Ze keek opzij naar Steven, die roerloos naar zijn bord staarde. 
"Heb jij nog honger?" vroeg hij zachtjes. 
Loreneah schudde haar hoofd. Steven stond op en bracht zwijgend zijn bord naar de keuken. Loreneah volgde zijn voorbeeld.

Steven liep zenuwachtig rondjes door zij kamer. Loreneah zat in een hoekje op de grond.
Steven schudde fronsend zijn hoofd. 
"Het klopt niet!" zei hij wanhopig. "Eerst koopt hij een heggeschaar bij een dure winkel, om een tak door te knippen, dan worden toevalling met diezelfde heggeschaar de bovenleidingen doorgeknipt, de heggeschaar wordt daar in de bosjes gevonden, en mijn vader komt met lege handen terug uit de stad. Teruggebracht! Maar hij heeft wèl die tak door kunnen knippen. Hoe dan?" Steven hief met een dramatisch gebaar zijn handen op. "Met zijn tanden?"
Hij wierp een nijdige blik op het plafond. Er klonk gestommel op het dak.
"Maar waarom zou je vader in Godsnaam die bovenleidingen doorknippen?" vroeg Loreneah.
"Weet ík veel?" zei Steve fel. "Waarom zou hij panten in potten op het dak zetten? Dat slaat ook nergens op, maar dat doet hij óók!"
Loreneah sloeg zwijgend haar ogen neer.
"En dan ook die bebloedde glasscherf, het glas in de keuken, en de geluiden 's nachts." mompelde Steven. "Het lijkt erop dat hij 's nachts ook met die planten bezig is..."
Loreneah knikte bedachtzaam. "Dat verklaart het glas in de keuken, de aarde voor de schuifdeur, de geluiden, en als de geluiden die ik hoorde klopten ook dat hij hinkt."
Steven keek haar vragend aan.
"Ik hoorde ineens een harde klap, waarschijnlijk is hij toen gevallen." legde ze uit. "Bovendien hoorde ik ook brekend glas, dat verklaart de glasscherf."
"Behalve het feit dat er bloed op zat." zei Steven cynisch. "En trouwens, er lag maar één glasscherf, waar is de rest dan?"
Loreneah dacht na. "Misschien heeft hij de rest al opgeruimd, en heeft hij deze over het hoofd gezien... En dan heeft hij zich misschien gesneden aan degene die er nog lag...?"
"Klinkt bijna logisch..." gaf Steven toe. "Maar dan weten we nog steeds niet waarom hij de bovenleidingen heeft doorgeknipt. Bovendien..." 
"Bovendien wat?" vroeg Loreneah. 
Steven keek verbitterd voor zich uit. "Vond jij die glasscherf eruit zien alsof iemand zich er alleen maar aan gesneden had?"

Steven rende haastig de trap af. 
"Wacht nou even!" hijgde Loreneah. 
Steven liep naar de voordeur en legde zijn hand op de klink. 
"Kan hij ons niet zien vanaf het dak?" vroeg Loreneah zenuwachtig.
Steven schudde zijn hoofd. "Het dak is best wel groot, en de container staat onder een afdakje. Bovendien heeft hij waarschijnlijk alleen maar aandacht voor zijn plantjes."
"Oké dan." zei Loreneah. Steven opende de deur. Langzaam stapten ze het schemerdonker in. Steven drukte zich tegen de muur en schuifelde richting de container, Loreneah volgde hem. Ze hoorden Steven's vader over het dak lopen. Af en toe lachte hij. Steven keek omhoog met half toegeknepen ogen. 
"Hij heeft wel heel veel lol met z'n plantjes hè?" Loreneah knikte onzeker.
Steven liet de muur los en deed de container open. Hij zag precies wat hij verwachte; de overige glasscherven. Loreneah keek ook in de container. "Oké, je had gelijk." zei ze. "Wat weten nu meer dan dat we net wisten?" Ze rilde. Steven gaf geen antwoord. 
"Wacht eens even..." mompelde hij. "Waar heb je die zaklamp?" Loreneah reikte hem een grote zwarte zaklamp aan en wreef over haar armen.
Steven klikte de zaklamp aan een richtte de lichtbundel op de glasscherven. Zijn adem stokte in zijn keel. Loreneah sloeg ontzet haar handen voor haar mond. 
"J-Je kan me veel vertellen." zei Steven met trillende stem. "Maar dit krijg je niet voor elkaar door je simpelweg te snijden aan een glasscherf."
Loreneah schudde haar hoofd. Ze staarde angstig naar de scherven, die stok voor stuk aan een kant helemaal onder het opgedroogde bloed zaten."

donderdag 26 maart 2009

Hoofdstuk 7

Loreneah rekte zich uit, terwijl de aftiteling over het scherm gleed.
"Uh... Loreneah," mompelde Steven. "We hebben een probleem." 
Hij wees op het schermpje van zijn mobiel. Het was vijf voor zeven.
"Shit!" zei Loreneah gesmoord. "Halen we dat nog?"
Steven schudde zijn hoofd. Loreneah slaakt een diepe zucht. 
"Ga je dan nog mee naar mijn huis?" Loreneah knikte.
"Achja."

Steven deed de deur open en ging Loreneah voor naar binnen. 
"Jij nog iets drinken?" Loreneah knikte en deed de deur dicht. Ze volgde Steven naar de woonkamer en plofte neer op de bank. Steven verdween in de keuken en kwam terug met twee glazen sinaasappelsap. Hij zette de glazen neer en plofte naar Loreneah op de bank. Loreneah pakte het glas aan en zette het aan haar lippen. Steven pakte de afstandsbediening en deed de tv aan. 
"Laten we het nieuws kijken." zei hij cynisch, en hij zette het geluid harder. Een magere vrouw met kastanjebruin geverft haar in een knotje keek ernstig in de camera.
"Slecht nieuws voor alle treinreizigers uit Amersfoort in omstreken." zei ze eentonig. Steven en Loreneah keken elkaar verbaasd aan. 
"Vanmiddag zijn op alle treinstations in Amersfoort de bovenleidingen opzettelijk doorgeknipt. Al het treinverkeer van en naar Amersfoort is stilgelegd. Volgens de woordvoerder van de ns gaat het een paar dagen duren voor het probleem is opgelost." 
Steven trok zijn wenkbrauwen op. "Dan kun je vandaag niet eens terug!"
"De Amersfoortse politie staat voor een raadsel, nog nooit eerder werden zoveel bovenleidingen op dezelfde dag opzettelijk doorgeknipt. De enige aanwijzing is een  rode heggeschaar van het merk Garden Artist die een paar meter van het spoor af in de bosjes is gevonden. De heggeschaar zag er zo uit."
Er verscheen een foto van een rode heggeschaar op het beeldscherm. Steven's mond viel open; dat was precies dezelfde heggeschaar die zijn vader vandaag gekocht had.
Loreneah keek Steven vertwijfeld aan. "Dat is dezelfde..."
"Ja, ik zie het" viel Steven haar in de reden. "Maar waarom zou mijn vader...?"
"Je hebt gelijk," zei Loreneah weinig overtuigend. "Het zegt niks. Die man in de winkel zei dat het een goed merk was, er zijn vast honderden mensen die zo'n heggeschaar hebben."
"Op de heggeschaar zijn geen vingerafdrukken gevonden. De dader droeg vermoedelijk handschoenen. De politie heeft een onderzoek gestart. Ondertussen probeert de ns het probleem zo snel mogelijk op te lossen. Dan het volgende; In Rotterdam is vanmorgen..."
Steven zette de tv weer zachter.
"Je kunt een trein naar huis dus wel vergeten vanavond." Loreneah knikte
"Ik ben mijn moeder zometeen wel."
"...familie van Bijsmin is erg bezorgd over hun zoontje. Jamie is twee dagen geleden voor het laatst gezien." 
"Hè?" Steven zette de tv weer harder. 
"Alweer iemand verdwenen?" zei Loreneah verward.
"Niet zomaar iemand." stamelde Steven. Hij staarde ontzet naar de foto die op het scherm verscheen. 
"Wéér iemand van de conventie!"

"Het klopt niet." mompelde Steven. "Het waren allemaal meisjes, waarom dan Jamie?"
Loreneah haalde haar schouders op. "Misschien was de ontvoerder de meisjes zat?"
Steven reageerde niet. Hij typte iets in op google. Het licht van het beeldscherm scheen op zijn gezicht. 
"Joni, Lisa, Jamira, Nanet, en nu Jamie..." mompelde Steven afwezig. Allemaal meisjes, behalve Jamie..."
"De ontvoerder verlegt zijn grenzen. Zou jij nu ook in gevaar zijn?" vroeg Loreneah angstig.
"Dat ligt eraan." zei Steven mysterieus. "We weten niet wat zijn criteria zijn. Als het alleen om mensen van de conventie gaat wel." 
"Maar dat zijn er honderden!" riep Loreneah. "Hij kan ze toch niet allemaal ontvoeren?"
Steven haalde zijn schouders op.
"Arme Joni..." zei Loreneah zacht. "Maar ik ben ook van de conventie! Denk je dat hij mij ook zou willen ontvoeren?"
Op dat moment ging de deur open. 
"Steven, we gaan eten."
Steven knikte en klikte het venster weg.
"Ik hoop dat het geen probleem is dat ik ook mee-eet?" zei Loreneah voorzichtig. "Het spijt me dat U het niet eerder wist."
"Geen probleem." zei Steven's vader met een brede grijns. "Er is genoeg."

dinsdag 24 maart 2009

Hoofdstuk 6

"Dus... misschien heeft al eerder iemand zich aan die glasscherf gesneden..." opperde Loreneah. Steven zweeg. Ze liepen door de drukke winkelstraat van Amersfoort. Loreneah probeerde logische verklaringen te vinden voor de warrige gebeurtenissen van die ochtend. 
"Hoe verklaar je de vlek dan?" vroeg Steven.
Loreneah dacht even na. "Het hóeft geen bloed te zijn..."
"Wat dan wel?" vroeg Steven. "Koffie?"
Loreneah slaakte een diepe zucht. "Oké, wat denk jij dan?"
Steven sloeg zijn ogen neer. "Ik weet het niet. En ik weet ook niet of ik het wíl weten."
Loreneah haalde haar schouders op. Een tijdje liepen ze zwijgend door. 
"Hé Steven, is dat niet je pa?" Loreneah keek door de etalageruit van een hovenierszaak. Steven volgde haar blik. Ze had gelijk, zijn vader stond in de rij voor de kassa. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes. Wat had hij nou in zijn handen? Aarzelend duwde hij de glazen deur open en stapte naar binnen. Loreneah volgde hem. 
"Hé pa." Steven's vader draaide zich met een ruk om.
"Steven! Wat uh.... Wat doe jij hier?" Steven trok een wenkbrauw op.
"Ik ga zo met Loreneah naar de film, tot die tijd kijken we een beetje rond... Maar wat doe jij hier?" Steven's vader deed een stap achteruit. Steven zag dat hij hinkte.
"Ik moest even iets kopen." Hij hield een grote rode heggeschaar omhoog.
"Het is voor een nogal hardnekkige... Uh... Tak."
"Nou, daar zul je geen last meer van hebben." zei de lange, kale man achter de toonbank. "Met dit juweeltje kun je zelfs staalkabels doorknippen." De verkoper pakte de heggeschaar aan alsof het een pasgeboren baby was. Loreneah wierp Steven een veelbetekenende blik toe. Steven grijnsde terug en richtte zich weer tot zijn vader. 
"Uh... Pa, wat heb je met je knie?" Stevens vader keek verwilderd op. "Mijn knie?"
"Je hinkt." verklaarde Steven. Zijn vader keek omlaag, alsof hij zijn knie nu pas zag.
"Oh dat..." mompelde hij. "Gevallen."
Steven knikte langzaam. "Gevallen..."
"Zeg Meneer, wilt u dit nog afrekenen?" de verkoper tikte ongeduldig met zijn nagels op de toonbank.
Steven sloeg zijn ogen ten hemel. "Achja, dan gaan wij weer verder."
Zijn vader knikte verward. "Ja... Tot vanavond." mompelde hij.
"Tot vanavond." zei Steven langzaam.

"Oké, hij deed raar." zei Steven toen ze weer buiten stonden.
"Hoezo raar?" vroeg Loreneah.
"Ik weet niet." zei Steven aarzelend. "Anders..."
"Sorry hoor, zijn raarheid viel me vast niet op omdat hij werd overtroffen door die verkoper. Wat een engerd!"
Steven lachte. "Inderdaad! Die hield wel erg van heggescharen; 'Met dit juweeltje kun je zelfs staalkabels doorknippen...'" 
Loreneah proestte het uit. "Oké, zo vind ik je eng!"
Steven glimlachte. "Ja ik ook, laten we maar vast naar de bioscoop gaan."
"Ja," antwoordde Loreneah, nog steeds lachend. "Weet je zeker dat je niet liever naar een thriller gaat?"
"Nee man," zei Steven stoer. 'Chick-flicks zijn cool."

donderdag 19 maart 2009

Hoofdstuk 5

Steven slaakte een diepe zucht van opluchting. "Dus je bent oké?"
"Ja hoor, alive and kicking." giechelde Épica.
"Oké. Ik eh... Ik moet ophangen denk ik." Steven wierp een nerveuze blik op Loreneah, die ongeduldig met haar nagels op het tafelblad tikte.
"Oké." zei Épica. "Maak je geen zorgen, ik red me wel."
"Mooi." mompelde Steven. "Ik hou van je."
Loreneah kuchte.
"Ik ook van jou." zei Épica.
Steven hing op. 
"Sorry hoor." zei Steven geprikkeld. "Ik mag toch wel bezorgd zijn?"
"Ja hoor." zei Loreneah.
"Bezorgdheid siert een jongen."

"Weet je zeker dat je nog steeds naar de bioscoop wilt?" vroeg Loreneah aarzelend?
"Ja." zei Steven vastbesloten. "We kunnen allebei wel wat afleiding gebruiken."
Loreneah knikte. "Ja, da's waar."
Steven deed de deur open en Loreneah liep langs hem heen naar buiten. Steven kwam achter haar aan en trok de deur achter zich dicht.
"Wat is dit?" Loreneah hurkte bij een roodbruine vlek op de tegels voor het huis, het zag eruit alsof er een vloeistof van een grote hoogte op was gevallen. Steven fronste.
"Dit zat er gisteren nog niet..."
Loreneah boog voorover om de vlek beter te kunnen bekijken en steunde op haar hand. Meteen voelde ze een stekende pijn in haar handpalm. Ze trok haar hand terug en verloor haar evenwicht. Steven pakte haar bij haar pols en hield haar tegen. 
"Wat is er?" vroeg hij geschrokken. Loreneah kwam overeind en bekeek haar hand. Er zat een diepe snee in.
"Je bloedt!" riep Steven "Gaat het wel?"
Loreneah keek naar de plek waar ze haar hand had neergezet. 
"Glas." zei ze verbaasd. Steven volgde haar blik, een paar centimeter van de vlek glinsterde een glasscherf. Loreneah pakte de scherf en hield hem tegen het licht.
"Loreneah..." begon Steven. Zijn stem trilde.
"Zei je vanmorgen niet dat je vannacht... Glas hoorde breken?"
Loreneah gaf geen antwoord. Ze staarde gefascineerd naar de doffe scherf. Ineens liet ze hem vallen en sloeg haar hand voor haar mond.
"Steven, op deze scherf zit veel meer bloed dan van mijn hand af kan zijn gekomen!"
Steven raapte de scherf op en kraste met zijn nagel over het gladde oppervak.
"Oh mijn God!" riep hij geschokt.
"Loreneah... Dit bloed is... Dit bloed is... Opgedroogd!"

woensdag 18 maart 2009

Hoofdstuk 4

Steven deed zijn ogen open en staarde naar het plafond. Zijn hoofd bonkte. Hij had die droom weer gehad. Hij keek op zijn mobiel; kwart over tien al. Hij sloot zijn ogen weer en dacht aan zijn droom. Er werd op zijn deur geklopt, en vervolgens kwam Loreneah binnen. Ze was al helemaal aangekleed. 
"Goeiemorgen!" zei ze opgewekt.
Steven rekte zich uit.
"Goeiemorgen..." mompelde hij slaperig.
"Goed geslapen?" vroeg Loreneah.
"Gaawel." geeuwde Steven "Jij?"
" Ja... Nee... Of nou ja... Ik heb het me waarschijnlijk verbeeld..."
Steven kwam half overeind.
"Wat heb je je verbeeld?"
Loreneah sloeg haar ogen neer.
"Ik dacht even dat ik... Geluiden hoorde. Op het dak. Voetstappen... En brekend glas..."
Steven fronste zijn wenkbrauwen.
"Maar ik was ook heel moe hoor, ik sliep al half!" zei Loreneah. "Het was vast de wind ofzo."
"Ja..." mompelde Steven. "De wind..."
Loreneah stond op. "Ik ga vast naar beneden, kleed jij je maar aan."
Steven knikte. "Tot zo."

Loreneah liep de trap af en liep de woonkamer binnen. Op de salontafel zag ze de krant liggen. Ze ging op de bank zitten en legde de krant op haar schoot. Haar aandacht werd getrokken door het artikel op de voorpagina.


Drie meisjes in één nacht verdwenen

Vrijdagochtend zijn er drie meisjes als vermist op gegeven, alle drie de meisjes zouden zijn verdwenen in de nacht van donderdag op vrijdag. Het betreft de 15-jarige Lisa Barenn, de 17-jarige Jamira Mijmurok en de 19- jarige Nanet Loorsschen. Alledrie de meisjes waren thuis vlak voordat ze verdwenen. De politie denkt aan ontvoering, want hun slaapkamerramen waren open. De moeder van Lisa Barenn verklaarde met betraande ogen dat haar dochter om elf uur de vorige avond was gaan slapen, en dat zij een uurtje later zelf ook naar bed ging. Rond drie uur 's nachts hoorde ze rare geluiden op het dak, en toen ze na een tijdje in Lisa's kamer ging kijken of alles goed ging was haar dochter verdwenen. "Ik voelde gewoon dat er iets niet goed was!" zei Mevrouw Barenn ontstemt tegen onze journalist. "Dus ik besloot een kijkje te gaan nemen, en toen stond het raam wagewijd open, en was mijn lieve Liesje nergens te bekennen!" 
Ook vertelde Mevrouw Barenn dat Lisa's bed nog warm was, dit wijst erop dat ze rond drie uur is verdwenen. De ouders van de andere twee meisjes wilden onze journalist niet te woord staan. De politie heeft een onderzoek gestart en vermoedt dat het om een drievoudige ontvoering door één en dezelfde persoon gaat.

"Interessant?" Steven liep de kamer binnen en wierp een blik op de krant. Loreneah keek op.
"Alweer drie meisjes vermist." zei ze geschokt. "Jamira Mijmurok... Kijk, zij was toch ook op de conventie?" Loreneah wees op de middelste foto. Steven's mond viel open. "Niet alleen Jamira! Lisa en Nanet ook!"
"Wat?!" riep Loreneah ontzet.
Op dat moment kwam Steven's vader de kamer binnen. Hij zat onder de modder en hij hinkte een beetje.
"Goedemorgen!" zei hij opgewekt.
"Goedemorgen." zei Steven afwezig. 
Hij staarde naar de foto's in de krant. 
"Denk je dat dit dezelfde persoon is die Nina en Joni ontvoerd heeft?" vroeg hij vertwijfeld.
Loreneah keek peinzend voor zich uit. "Ik denk het wel..." mompelde ze. "Dit kan bijna geen toeval zijn, ik zie ook geen andere link... Maar waarom zou iemand vijf meisjes van dezelfde conventie ontvoeren?"
"Geen idee." Steven dacht na.
Plotseling greep hij Loreneah's arm. "Oh nee!" 
Loreneah schrok. "Wat is er?"
"Épica!"

dinsdag 17 maart 2009

Hoofdstuk 3

Loreneah plofte op haar bed neer en zette haar tas op de grond. Ineens voelde ze hoe moe ze was. Ze schopt haar schoenen uit en liet zich achterover op het bed vallen.  Ze dacht aan Joni, en aan Nina. Bizar dat ze allebei vermist werden. En uitgerekend nu ze bij Steven was... Moeizaam kwam ze overeind, kleedde zich uit en ging onder de dekens liggen. Verward staarde ze naar het plafond. Ze was doodmoe, waarom kon ze nou niet slapen? 
Ze boog zich voorover om haar camera uit haar tas te pakken, ze moest aan iets anders denken. Ze bekeek de filmpjes die ze bij het concert had gemaakt, en meteen verscheen er een glimlach op haar gezicht. Haar blik gleed naar de nieuwe bassist. Waarom zouden ze Martin vervangen hebben? Misschien wilde hij niet meer verder.
Loreneah schrok op uit haar overpeinzingen, boven haar hoorde ze gebonk. Ze dacht even na, zat er nou nog een kamer boven haar? Misschien ging er iemand naar de wc... Ze kwam half overeind en luisterde aandachtig. Weer hoorde ze het, deze keer duidelijker. Voetstappen, alsof er iemand over het dak liep. Loreneah wierp een blik op haar mobiel; kwart over twee. Onwillekeurig lachte ze om haar eigen gedachten, wie kon er nu nou nog op het dak lopen? Ineens hoorde ze het weer, maar deze keer harder, een geluid alsof er iets of iemand op het dak viel, gevolgd door het geluid van brekend glas. Ze kneep haar ogen tot spleetjes, hoorde ze nou een stem? 
Loreneah schudde haar hoofd. Ze hoorde niks meer, ze moest het zich verbeeld hebben. Het was al laat, en ze had een lange dag gehad. Ze stopte haar camera terug in haar tas en ging weer liggen. "Ga slapen." zei ze tegen zichzelf. Ze draaide zich op haar zij en trok de deken hoog op. Langzaam vielen haar ogen dicht...

Steven schrok wakker, zijn ademhaling gierde door zijn borst. Hij had iets weer iets gehoord hij wist het zeker. Hij keek op de klok, het was tien voor vier. Steven slaakte een diepe zucht. Misschien moest hij eens met iemand gaan praten, hij had al maanden nachtmerries. Of nou ja, nachtmerries. Hij schrok wakker van geluiden op het dak, maar hij had geen idee hoe dat kwam. Vaak hoorde hij na even luisteren niks meer, dus nam hij aan dat hij het had gedroomd. Zo ging het bijna iedere nacht. Hij wilde net weer gaan slapen, toen hij zich realiseerde dat hij uitgedroogd was. Geeuwend kwam hij overeind en liep naar beneden. In de keuken schonk hij zichzelf een glas sinaasappelsap in. Zijn oog viel op een ander glas dat op het aanrecht stond.
Dat is raar, dacht hij, ik heb de glazen van mij en Loreneah in de vaatwasser gezet, en verder stond er niets meer. Zeker over het hoofd gezien. Steven pakte het glas en zette het in de vaatwasser. Toen pake hij zijn eigen glas en nam het mee naar de woonkamer en plofte neer op de bank. Hij keek om zich heen. De gordijnen waren open en de maan scheen de kamer op de glanzende laminaatvloer. De vloer was brandschoon; hij was diezelfde middag nog gedweild, maar bij de schuifdeur naar de tuin lag een hoopje dikke zwarte aarde...

Hoofdstuk 2

Loreneah stapte struikelend de trein uit. Waar nu heen? Ze haalde haar schouders op en liep een trap op. Verkeerde trap. Sommige stations zijn echt doolhoven! Ze liep de brug over en weer naar beneden. Nu stond ze op een ander perron! Aan de andere kant van het perron was nog een trap. Loreneah zuchtte, en liep richting de trap, tot ze halverwege weer op een aanplakbiljet stuitte. Ze boog zich voorover om het beter te kunnen zien. Weer iemand vermist. Loreneah bekeek de foto. Dat korte haar... Die bril, dat was Nina! Ineens schoot het andere aanplakbiljet haar weer te binnen; Joni. Wat raar, allebei van de conventie... Kon dat toeval zijn? 
Loreneah schrok op uit haar overpeinzingen doordat haar mobiel trilde in haar broekzak.
"Hallo?"
"Hé, waar ben je?" Steven's stem klonk opgewekt.
"Uh... Op het station." stamelde Loreneah
"Ja, oké, maar waar?"
Loreneah keek om zich heen op zoek naar een bordje.
"Spoor 6."
"Oké, dan kom ik daar heen." zei Steven, en hij hing op. 
Loreneah haalde diep adem en liep de trap op. Boven aan de trap stond Steven te wachten. Loreneah omhelsde hem en keek hem ernstig aan. 
"Wat is er?" vroeg Steven verbaasd.
"Joni wordt vermist."
"Joni?" riep Steven "Joni Korfeennhoef?"
Loreneah knikte.
"En Nina ook."
"Hoe weet je dat?" vroeg Steven.
"Ik zag aanplakbiljetten." zei Loreneah zachtjes. "Vind je het niet raar? Ze zijn allebei van de conventie..."
Steven keek peinzend voor zich uit. "Toeval?"
Loreneah haalde haar schouders op. Ze rilde.
"Zullen we maar gaan? Ik heb het best wel koud."
Steven knikte. "Oké."

Steven zette zijn fiets op de standaard en deed de deur open. 
"Kom binnen." zei hij met een zwierig gebaar. 
Loreneah stapte de warme gang binnen en Steven volgde haar. Ze trokken hun jassen uit en liepen door naar de woonkamer. 
"Ga zitten." zei Steven, en hij liep naar de keuken om drinken in te schenken. 
Loreneah keek om zich heen.
"Dat is m'n vaders gekke hobby." ze Steven, en hij gebaarde met zijn hoofd naar de grote hoeveelheid plastic bakken in de vensterbank, terwijl hij een groot glas sinaassappelsap voor Loreneah's neus neerzette. 
"Als ze groot zijn zet hij ze op het dak, daar komt het meeste zon."
Loreneah bekeek de etiketten op de bakken en las ze hardop voor. 
"Tomaat... Basilicum... Afrikaantjes?!"
Steven lachte. "Het zijn planten!"
"Oh..." Loreneah zette haar glas aan haar lippen.
Steven rekte zich uit.
"Zullen we maar gaan slapen?"
Loreneah knikte.
 "Ja, ik ben kapot."
Ze geeuwde.
"Oh wacht! Ik zou Arjen bellen!" ze pakte haar mobiel en drukte op telefoonlijst. Het was het eerste nummer in haar lijst. 
"Je mag de huistelefoon ook wel gebruiken hoor..." mompelde Steven.
"Nee, hoeft niet." zei Loreneah, en ze luisterde naar de pieptoon aan de andere kant van de lijn.
"Hallo?"
"Hé Arjen!" zei ze opgewekt. "Ik bel even om te zeggen dat ik veilig ben aangekomen!"
"Oké." zei Arjen tevreden. "Bedankt dat je even belt."
"Nou, ik ga slapen." gaapte Loreneah. 
"Slaap lekker." zei Arjen.
"Ja, jij ook." Loreneah verbrak de verbinding.
"Kom," zei Steven. "Ik breng je naar je kamer."

maandag 16 maart 2009

Hoofdstuk 1

"Nu maar hopen dat ik de trein van tien voor één nog haal..." mompelde Loreneah vertwijfeld met een blik op haar mobiel.
"Vast wel." zei Arjen. "En anders ga je gewoon met ons mee."
Loreneah grijnsde. "Of ik ga gewoon op het station slapen tot ik de trein van zes uur kan nemen." lachte ze.
"Nee!" zei Arjen beslist "Dat zou ik mezelf echt nooit vergeven!"
Loreneah glunderde. "We halen het vast wel." zei Tom. Arjen knikte.
Terwijl ze over de felverlichte straat slenterden viel Loreneah's oog op een aanplakbiljet dat aan een muurtje zat bevestigd. Het ging om een meisje dat vermist werd. Loreneah zette een paar stappen richting het muurtje.
"Wat ga je doen?" vroeg Arjen. Hij bleef staan.
"Loop maar door hoor," zei Loreneah. "Ik haal jullie zo wel in.
Arjen bleef staan. Loreneah grijnsde onwillekeurig, tot ze het gezicht op het aanplakbiljet zag. Ze herkende de blonde krullen meteen en haar hart sloeg een slag over.
"Gaat het wel?" vroeg Arjen.
"Uh... ja." zei Loreneah, en ze scheurde haar blik los van het aanplakbiljet.
"Ik kom al."

Loreneah liet haar vinger over het bord met treintijden glijden. "Spoor 9" zei ze opgewekt. "Ik ben nog op tijd!" Arjen pakte zijn mobiel uit zijn broekzak. "Ik geef je mijn nummer," zei hij "Bel me als je bent aangekomen, oké?" Loreneah knikte. "En als er iets misgaat moet je ook bellen." Loreneah knikte opnieuw. "Bedankt." mompelde ze. Arjen stak zijn armen uit. "Leuk dat je er was." Loreneah omhelsde hem. "Vond ik ook, ik kom zo snel mogelijk weer. En laat me weten wanneer de EP uitkomt!" Arjen liet haar los en knikte. Loreneah zwaaide en liep de trap af naar spoor 9. De trein stond er nog niet, dus deed ze de oordopjes van haar MP3-speler in en ging zitten op een bankje. Naast haar zat een vrouw van rond de veertig. Ze nam Loreneah zorgvuldig op en keek toen om zich heen, alsof ze verwachtte nog iemand te zien. Loreneah grijnsde. Die vrouw vroeg zich vast af wat een meisje van haar leeftijd om één uur 's nachts in haar eentje op het station te zoeken had. Ze had het eerst ook wel een beetje eng gevonden om in haar ééntje van het station naar het zaaltje te lopen, vooral omdat ze erg goed was in verdwalen, maar het was haar gelukt, en ze was blij dat ze het gedaan had. Even dacht ze aan het meisje op het aanplakbiljet. Zou zij ook in haar eentje over straat hebben gelopen? Of misschien 's nachts met de trein hebben gerezen?
De trein reed het station binnen en kwam schokkend tot stilstand. Loreneah hees haar tas op haar schouders en stapte de trein in. Ze zette haar MP3-speler uit en viste haar mobiel uit haar broekzak.

Steven staarde glazig naar zijn beeldscherm. Het meisje op het beeldscherm staarde glazig terug. "Ik hou van je." mompelde hij in het microfoontje.
"Ik ook van jou." mompelde ze terug.
Steven schrok op van zijn mobiel die overging. 
"Loreneah." las hij op zijn schermpje.
"Hallo?"
"Hai!" klonk het opgewekt aan de andere kant van de lijn. "Ik stap net in de trein, ben om tien over één daar!"
"Oké," zei Steven. "Dan haal ik je zo op. Hoe was het concert?"
Het meisje op het beeldscherm trok een pruillipje.
"Het was ècht mégavet!" gilde Loreneah enthousiast. "Maar daar vertel ik je zo nog wel meer over."
Steven lachte. "Oké, ik zie je zo."
"Oké, tot zo!"
Steven hing op en richtte zich weer op zijn beeldscherm. 
"Ik moet weg." zei hij met een zielig stemmetje.
"Oh." zei Épica beteuterd.
"Slaap lekker." zei Steven, en hij sloot de computer af en liep naar beneden. Op de trap stond hij stil. Hij hoorde gestommel op het dak. Was zijn vader nou nog steeds met zijn gestoorde hobby bezig? Het was tien voor één! Steven luisterde opnieuw. Hij hoorde niks meer. Misschien had hij het zich dan toch verbeeldt...