Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

dinsdag 21 april 2009

Hoofdstuk 15

Stevens huis zag er verlaten uit. De voordeur stond op een kier. Loreneah schuifelde achter Arjen aan de oprit op. Bij de deur stonden ze stil. Arjen legde zijn vinger op zijn lippen en duwde de voordeur verder open om naar binnnen te kunnen kijken. 
"Niemand." fluisterde hij, en op zijn tenen stapte hij naar binnen. Loreneah volgde hem. Arjen keek zenuwachtig om het hoekje van de huiskamerdeur. Het licht in de huiskamer brandde. 
"Is er iemand?" fluisterde Loreneah.
"Ik weet niet..." zei Arjen gesmoord. "Ik denk het niet."
Hij gebaarde dat ze moest blijven staan en liep naar binnen. Loreneah keek hem na en wenste vurig dat er echt niemand in de woonkamer was.
"De kust is veilig." hoorde ze Arjen zeggen. Ze slaakte een zucht van opluchting en liep de woonkamer in. Nietsvermoedend liep ze naar de deur van de logeerkamer en wilde hem open doen, maar dat lukte niet. 
"Shit!" zei ze met opeengeklemde kaken. "Hij heeft de deur op slot gedaan."
Arjen vloekte zachtjes. "En nu?"
Loreneah aarzelde even. "Het dak op."
Arjen keek alsof hij haar niet goed verstaan had. "Het dak op?"
Loreneah knikte. "Steven en ik hoorde gisteravond en vandaag steeds rare geluiden op het dak. Zijn vader verbouwt er planten, zegt ie. Maar gisteravond hoorde ik glas breken. En vandaag..."
"Vond je bebloede glasscherven." vulde Arjen aan. "Dan ben ik benieuwd wat voor 'plantjes' hij verbouwt." Loreneah knikte. Door de open deur liepen ze weer naar buiten. Arjen staarde naar de dakgoot.
"En nu?" Loreneah liep langs de garage. "Nou, we moeten vinden hoe Steven's vader steeds op het dak kwam..." mompelde Loreneah. Arjen keek peinzend om zich heen. "Dan moe hier ergens een ladder ofzo zijn..." mompelde hij afwezig. Hij deed een paar stappen achteruit en verdween ineens in de heg. "AU!"
Loreneah draaide zich om. "Arjen?!" riep ze angstig. 
"Bingo." klonk het uit de bosjes. Arjen kwam tevoorschijn en schoof een lange metalen ladder onder de heg vandaan.
"Discreet." zei Loreneah vol bewondering.
"Ja, maar goed dat ik zo onhandig ben..." lachte Arjen. Hij hees de ladder overeind en zette hem tegen de muur van het huis.
"Gaat u voor." hij gebaarde naar het dak. Loreneah klom op de ladder en stond binnen een paar seconden op het dak. Arjen volgde haar. Toen hij ook op het dak stond keek Loreneah om zich heen. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Het dak stond vol met afgesloten glazen potten. Het was duidelijk dat er geen planten in zaten. Loreneah pakte één van de potten op en deed een stap achteruit om hem in het maanlicht te bekijken. Toen ze zag wat erin zat slaakte ze een kreet van afschuw. De pot gleed uit haar handen en viel een paar meter beneden hun aan scherven. Loreneah wankelde naar de rand van het dak en verloor haar evenwicht. Net op tijd pakte Arjen haar bij haar pols en trok haar bij de rand weg.
"Oh mijn God!" riep ze gesmoord en ze sloeg haar handen voor haar mond.
"Wat is er?" vroeg Arjen geschokt. "Wat zit er in die potten?"
Loreneah schudde ontzet haar hoofd. Arjen haalde een fietslampje uit zijn zak en klikte die aan. Hij hurkte tussen de glazen potten en bescheen ze één voor één met het lampje. Loreneah zakte trillend op haar knieën neer. "Jezus..." mompelde Arjen ongelovig. Sommige potten waren gevuld met een egaal rode vloeistof, waarvan Loreneah niet hoefde te raden wat het was. Arjen bescheen een pot met een heldergele vloeistof waar een gebogen ovaal, donkerrood ding in dreef. "Loreneah." Arjen wees met een trillende vinger naar het glas. "Is dat..."
Loreneah knikte. "Ja." fluisterde ze. "Dat is een nier."

zondag 19 april 2009

Hoofdstuk 14

Met half toegeknepen ogen keek Loreneah naar de helverlichte opening van het luik. Een zwart sihouette van een man verscheen in beeld.
"Joooooni! Ik kom je bevrijden!" Loreneah keek om; Joni zat tegen de muur aan gedrukt met haar handen tegen haar mond. De tranen stonden in haar ogen. Het silhouette boog zich naar voren en stak zijn hand uit. 
"Kom dan!" riep hij kruiperig. Loreneah probeerde na te denken, ze moest hier weg zien te komen. Plotseling viel haar blik op de Ox-Jambutton die nog steeds op haar T-shirt zat gespeld. Het was niet veel, maar het viel te proberen. Zo onopvallend mogelijk haalde ze de button van haar shirt en liet het pinnetje los. 
"Geef me een voetje." fluisterde ze tegen Épica, die een bijna onmerkbaar knikje gaf.
"Wat zeg je?" vroeg de gedaante achterdochtig. Hij had zich losgescheurd van Joni. Loreneah kon zijn gezicht niet zien, vanwege het tegenlicht.
"Oké, ik ga met je mee!" riep Joni, die het plan blijkbaar begrepen had. De man richtte zijn aandacht weer op Joni en kwam ietsjes overeind. Daar had Loreneah op gewacht.
"NU!" schreeuwde ze. En ze zette haar handen in van de opening van het luik. Épica duwde haar van onderen omhoog en binnen een paar seconden wist ze zich op te heisen en stond ze buiten het luik. 
"Wat ben jij van plan?" In het licht zag ze dat het inderdaad Steven's vader was. Ruw greep hij haar bij haar pols en probeerde haar terug te duwen door het luik. Met al haar kracht stak Loreneah het pinnetje van de button die ze nog in haar vrije hand had in de pols van Stevens vader. Hij schreeuwde het uit van de pijn en liet Loreneah los. Het bloed liep langs zijn vingers.
Loreneah draaide zich om om weg te rennen en zag dat ze zich in de logeerkamer in Stevens huis bevond, de kamer waar ze diezelfde nacht nog had geslapen.
Toen ze de deur openduwde stond ze oog in oog met Steven en Arjen, die haar beiden met een mengeling van onbegrip en opluchting aanstaarden.
"Aan de kant!" gilde ze paniekerig. Ze duwde hun aan de kant en rende naar de andere kant van de huiskamer, maar draaide zich toen meteen weer om. Stevens vader was haar gevolgd en stond nu voor haar neus.
"Ellending rotkind! Ik maak je kapot!" Hij had het pinnetje uit zijn pols getrokken en richte dat nu dreigend op Loreneah.
"Pa?" Steven stond als aan de grond genageld achter zijn vader en staarde met grote ogen naar het tafereel.
"Sta daar niet zo!" gilde Loreneah. "Ren weg en ga hulp halen!" Steven verroerde zich niet.
Loreneah stond met haar rug tegen de muur gedrukt en keek angstig naar het zilveren pinnetje dat Stevens vader nu langzaam naar haar keel bracht.
"Hé ouwe." werd er ineens geroepen. Stevens vader draaide zich om om te kijken waar het vandaan kwam. Hij had Arjen's aanwezigheid nog niet opgemerkt. Arjen sloeg hem hard met zijn vuist in zijn gezicht. Loreneah greep de gelegenheid aan en rende naar de andere kant van de kamer. Stevens vader stond op en balde zijn vuist. Er stroomde boed uit zijn neus. Hij wilde terugslaan maar was te traag, Arjen gaf hem een knietje in zijn maag en greep Steven bij zijn arm. 
"Rennen!" riep hij tegen Loreneah. Ze knikte en baande zich een weg naar de voordeur. Arjen volgde haar, Steven met zich meeslepend. Ze renden de voordeur uit, de straat op, en verder, zo hard ze maar konden. Net zo lang tot uiteindelijk Loreneah hijgend in elkaar zakte op een verlaten grasveldje.
"Ik... kan niet ...meer" stamelde ze. 
"Het is oké." hijgde Arjen, terwijl hij achterom keek. "Ik denk dat we hem kwijt zijn."
"Steven..." begon Loreneah. "Épica... en Joni... Ze zijn... Ze zijn daar nog."
Steven staarde zwijgend naar de grond.
"Steven? Hoor je me?" Loreneah stond op en schudde hem door elkaar.
"Hallo, Steven! Zeg verdomme iets!"
Hij bleef naar de grond staren, maar zijn schouders begonnen te schokken. Er klonk zachtjes gesnik.
"Sorry..." zei Loreneah geschrokken. Ze liet hem los en liet haat armen langzaam zakken. "Sorry, ik wou niet..."
Steven sloeg zijn handen voor zijn gezicht en zakte snikkend in elkaar. 
"Het spijt me." fluisterde hij.
"Ik had het moeten weten... Het was mijn vader, mijn bloedeigen vader."
Arjen sloeg zijn ogen neer. 
"Het spijt me." zei Steven opnieuw.
"Het spijt me zo."
Er viel een stilte. Loreneah naast Steven op de koude tegels zitten en Arjen volgde haar voorbeeld. Zo zaten ze daar. Met zijn drieën in op de stoep.
"We moeten de politie bellen." zei Arjen na een tijdje. Loreneah wierp onzeker een blik op Steven. Hij knikte.
Arjen haalde zijn telefoon uit zijn broekzak en wierp een blik op zijn beeldscherm.
"Nee hè... Batterij leeg." Hij keek naar Loreneah.
"Die eng- Stevens vader heeft mijn mobiel." Arjen slaakte een zucht. 
"Steven?" Steven keek Arjen even emotieloos aan, alsof hij heel diep over de vraag moest nadenken.
"Mijn telefoon ligt nog thuis."
"Shit!" Arjen stond op en trapte tegen de stoeprand. 
"Kunnen we niet ergens aanbellen?" opperde Loreneah.
Arjen wierp een blik op zijn horloge. "Om tien voor halfvijf?"
"Oh ja." Loreneah liet haar hoofd hangen. "Ik wist niet dat het al zo laat was."
"We moeten iets doen." zei Arjen beslist. "Als Martin echt ontvoerd is dan-"
"Martin?" Loreneah keek op. "Joni zei dat Martin daar al was toen zei er terechtkwam."
"Echt?" vroeg Arjen hoopvol. "Is hij daar nu nog?"
Loreneah schudde haar hoofd.
"Alleen Joni en Épica. Hij heeft Martin al opgehaald, net als de rest."
"Opgehaald?" Arjen keek haar angstig aan. "Wat heeft ie daarna met ze gedaan?"
Loreneah schudde haar hoofd. "Geen idee."
"Oké. Ik ga terug." 
Loreneah stond op. "Nee, je weet niet- Misschien is ie wel gewapend!"
"Misschien wel..." zei Arjen bitter. "Maar ik moet terug, misschien is Martin daar nog ergens."
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Dan ga ik met je mee." zei ze vastbesloten.
"Ik moet Joni en Épica helpen, zonder hun had ik niet weg kunnen komen." 
Arjen knikte.
"En ik?" Steven was ook opgestaan. Arjen aarzelde. "Het spijt me, maar het lijkt me geen goed idee dat jij ook meegaat." Steven deed zijn mond open om iets te zeggen, maar deed hem toen weer dicht.
"Het is oké." zei Loreneah. "Ik haal Joni en Épica daar weg." 
Steven keek naar de grond, maar zei niets.
"Steven," zei Arjen ernstig. "Ga op zoek naar een huis waar nog licht brand, en vraag of je de telefoon mag gebruiken. Over ongeveer anderhalf uur zullen de eerste mensen wel opstaan..."
Steven knikte. "Als ik de politie heb gewaarschuwd, kom ik naar jullie toe, oké?"
Arjen glimlachte voorzichtig. "Oké."
Hij draaide zich om en gebaarde Loreneah mee te komen.
"Jongens," mompelde Steven. Arjen keek over zijn schouder. "Wees voorzichtig."
"Jij ook." zei Loreneah.
Arjen knikte alleen maar.

maandag 13 april 2009

Hoofdstuk 13

"Steven, waar is Loreneah?" vroeg Arjen opnieuw toen Steven geen antwoord gaf.
Steven sloeg zijn ogen neer. "Weet ik niet."
"Hoe bedoel je?" Arjen verhief zijn stem. "Ze was hier toch?"
"Kom even binnen." zei Steven. Hij deed een stap achteruit en Arjen stapte langs hem heen naar binnen. Steven ging hem voor en liep naar de keuken. 
"Wil je iets drinken?" hij draaide zich om naar Arjen. Die schudde zijn hoofd. Steven schonk zichzelf een glas sinaasappelsap in en ging aan tafel zitten. Arjen nam plaats op de stoel tegenover hem.
"Wat is er gebeurd?" vroeg Arjen zachtjes. "Ik werd gebeld door Loreneah, en toen ik opnam hoorde ik allemaal geruis en gekraak, en op een gegeven moment werd er opgehangen. Ik heb daarna nog een paar keer geprobeerd te bellen, maar steeds werd er na één keer opgehangen."
Steven keek peinzend naar zijn glas.
"En daarom ben je hierheen gekomen, midden in de nacht?"
Arjen sloeg zijn ogen neer. "Ik weet niet... Het was zo raar, en het is niks voor Loreneah om eerst te bellen en dan niet op te nemen. Maar behalve dat, kreeg ik een heel naar gevoel, alsof er iets mis was. Omdat ik haar niet kon bereiken heb ik jou gebeld, maar je was steeds in gesprek. Ik werd helemaal gek van mezelf, ik kon gewoon niet wachten tot ik je kon bellen, dus heb ik de eerste trein hierheen gepakt."
Steven voelde tranen prikken in zijn ogen. 
"Ik probeerde Épica te bellen, mijn vriendin. Ik denk dat ze in gevaar is, met al die verdwijningen, het zijn allemaal mensen van CWN. Ik heb zes keer geprobeerd haar te bellen, maar iedere keer werd ik weggedrukt na één keer overgaan. Toen ik weer naar boven ging, waar Loreneah in mijn kamer had zitten wachten, zat er bloed aan de deurklink en op het tapijt in mijn kamer, en Loreneah was verdwenen."
Arjen keek geschrokken op. "Bloed?"
Steven knikte en stond op. Met zijn handen in zijn zakken liep hij naar het raam en staarde de nacht in. Arjen stond ook op en ging naast hem staan.
"Heb je haar gezocht?" vroeg hij voorzichtig.
"Wat denk jij dan? Natuurlijk, maar ik kan haar nergens vinden."
Arjen deed een stap naar voren en legde zijn vingers op het glas.
"We moeten haar vinden."

Langzaam deed Épica haar ogen open. Met een pijnlijk gezicht greep ze naar haar hoofd.
"Au..." zei ze zachtjes.
"Je hebt een flinke smak gemaakt." zei Joni bezorgd. Ze hielp Épica voorzichtig overeind en bekeek haar gezicht.
"Hij heeft je ook wel goed te pakken gehad..." peinzend staarde ze naar de striemen op Épica's gezicht.
"Hij?" vroeg Épica angstig. "Wie? Wie heeft dit gedaan?"
Joni wierp een twijfelachtige blik op Loreneah.
"We denken de vader van Steven."
"Wat? Steven?" riep Épica verbaasd. "Waar is Steven? Is hij oké?"
"Waarschijnlijk wel, als het echt zijn vader is." zei Loreneah ernstig. "Hij zou zijn eigen zoon waarschijnlijk niks aan doen..."
"Waarschijnlijk?" mompelde Épica.
Loreneah haalde haar schouders op. "Ik weet niet wat voor persoon het is... Als hij echt de bovenleidingen heeft doorgeknipt met een heggeschaar..."
"Hè?" vroeg Épica verbaasd. "Was hij dat?"
"Heb je dat nog gehoord dan?" vroeg Loreneah. Épica knipte.
"Het was één van de laatste dingen die ik me nog kan herinneren. Ik was op weg naar Steven toe, ik was bezorgd vanwege die verdwijningen. Toen ik op TV zag dat Jamie ook vermist werd, en het dus niet alleen meisjes waren, realiseerde ik me dat Steven in gevaar was. Toen ik hem belde nam hij niet op, dus nam ik de eerste trein richting Amersfoort. Het was een enorm gedoe om er te komen, omdat de bovenleidingen waren doorgesneden, dus duurde de reis langer dan normaal. Ik stond net op het station vlakbij Amersfoort op de bus te wachten toen ik een klap op mijn hoofd kreeg. Verder herinner ik me niks meer. "
Loreneah dacht even na. "Hoe laat belde je Steven?"
"Uh... Iets na vieren..."
Loreneah knikte langzaam. "Toen zaten we in de bioscoop, daarom nam hij niet op."
Épica trok een wenkbrauw op. "In de bioscoop?"
Loreneah zuchtte. "Ja, bij Confessions of a Shopaholic. Maar maak je maar geen zorgen hoor, ik heb hem met geen vinger aangeraakt. Trouwens, dat zou hij ook niet willen, hij had het de hele dag om de vijf minuten over hoe leuk jij wel niet bent."
Épica kreeg een kleur. "Echt waar?"
Loreneah knikte. Ineens klonken er voetstappen boven hun. Joni kromp angstig ineen en wees naar het plafond. Met piepende scharnieren ging het luik opnieuw open.

donderdag 9 april 2009

Hoofdstuk 12

"Bloed?" herhaalde Joni geschokt. Loreneah knikte.
"Op alle glasscherven?" Loreneah knikte opnieuw.
Joni staarde voor zich uit. "Dus jullie denken dat die verdwijningen, die bovenleidingen op het station en dat bloed iets met elkaar te maken hebben?"
Loreneah haalde haar schouders op.
"Ik weet het niet... Het is alleen zo raar dat het allemaal tegelijk gebeurd. En allemaal als ík bij Steven ben... En nu dit."
Joni trok haar wenkbrauwen op. "Maar dat met die bovenleidingen... Alles wijst erop dat Stevens vader dat gedaan heeft toch?" Loreneah knikte bedachtzaam.
"Maar je denkt toch niet..." ging Joni verder, "Dat Stevens vader ook iets te maken heeft met die verdwijningen?" Loreneah gaf geen antwoord.
"Wacht eens even!" zei Joni opeens. "De meisjes die ontvoerd zijn, waren allemaal mensen van de conventie waarmee Steven veel omgaat, inclusief jij en ik!"
"Dus...?" vroeg Loreneah onzeker.
"Nou," zei Joni enthousiast. "Misschien is Stevens vriendin jaloers en wil ze alle concurrentie uitroeien!"
"Wat? Épica?" vroeg Loreneah verbaasd.
"Ja!" riep Joni overtuigd.
Loreneah moest onwillekeurig lachen. "Waarom heeft ze Martin dan ontvoerd?"
Joni legde haar vinger tegen haar kin. "Ik vond hem altijd al wat gay overkomen..."
"En Jamie dan?" giechelde Loreneah.
Joni dacht diep na. "Misschien mocht ze die gewoon niet."
Opeens klonk er gestommel boven hun hoofden. Het lachen verging Loreneah spontaan, ze hield haar adem in. In het lage plafond van de ruimte ging een luik open en een streep wit licht viel naar binnen. Joni kroop angstig achteruit. Haar handen trilden.
Doodsbang keek Loreneah toe hoe een meisje ruw door het luik werd geduwd en met een doffe dreun op de grond terechtkwam, waar ze roerloos bleef liggen. Met een piepend geluid ging het luik weer dicht. Ademloos luisterde Loreneah naar de steeds zachter wordende voetstappen.
"Hij hinkt." fluisterde ze geschokt.
"Hè?" Joni zat ineengedoken in een hoekje van de stoffige ruimte.
"Hij hinkt." herhaalde Loreneah. "Dat hoor je aan de voetstappen."
"Nou en?" Joni keek haar vragend aan.
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Stevens vader hinkt ook."
Joni zei niets en kroop langzaam naar het meisje dat zojuist door het luik was geduwd. Ze had zich nog steeds niet bewogen. Nog steeds met hevig trillende handen pakte Joni haar pols.
"Ze leeft nog." zei ze zachtjes. Loreneah slaakte een zucht van opluchting en kroop naar Joni en het meisje toe.
"Wacht eens even..." Joni streek voorsichtig het lange haar van het meisje uit haar gezicht. Verbaasd staarde ze naar de gesloten ogen.
"Oké," zei ze zachtjes. "Mijn theorie klopte niet."
Loreneah boog zich voorover en bekeek het bleke gezicht van het meisje. Zelfs met haar lichtjes gezwollen oog en de striem op haar wang herkende Loreneah haar meteen van de foto's op Stevens Ipod. Épica.

Stevens vader kwam de logeerkamer uit en trok de deur achter zich dicht. Steven zat nog steeds op de bank met zijn hoofd in zijn handen.
"Gaat het?" vroeg hij, met een blik op Steven, die glazig voor zich uitstaarde.
Steven schrok op. "Eh... Ja." Stevens blik gleed over zijn vader. Hij droeg een tuinbroek vol vlekken, en lange, groene laarzen.
"Zou je niet eens gaan slapen?" vroeg hij streng. "Het is half drie geweest."
"Uh... Ja. Is goed. Welterusten." Steven stond op en liep de kamer uit. In de gang bleef hij staan. Het had geen zin om naar bed te gaan. Slapen kon hij toch niet. Verslagen liet hij zich zakken op de onderste trede van de trap. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Waarom ging zijn vader nou niet ook gewoon slapen? Steven staarde naar de grond. Er klonk een doffe bons. Steven schrok op. Dat was niet op het dak. Opnieuw een bons. Steven keek naar de voordeur; Er bonsde iemand op het raam. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes om beter te kunnen kijken. Toen hij zag wie het was rende hij naar de deur om open te doen.
"Wat doe jij hier nu weer?" riep Steven verbaasd. "Weet je wel hoe laat het is."
"Bijna kwart voor drie." zei Arjen. "Waar is Loreneah?"

dinsdag 7 april 2009

Hoofdstuk 11

"Loreneah...?" Loreneah kreunde zachtjes. Haar hoofd bonkte, ze wilde haar ogen niet openen. De vloer onder haar lichaam voelde koud en hard aan. Waar was ze?
"Loreneah! Zeg iets!" Een stem. Ineens realiseerde ze zich dat er iemand tegen haar praatte. Ze herkende die stem. Koortsachtig probeerde ze zich iets te herinneren. Waarom deed haar hoofd zo'n pijn?
"Loreneah, alsjeblieft!" De stem klonk angstig. Langzaam opende Loreneah haar ogen.
"Waar ben ik...?"
"Oh, je leeft nog!" Een omhelzing. Krullen. Blonde krullen.
"Joni...!" Langzaam kwam alles terug. Ze was op Steven's kamer, maar ze was alleen... Er kwam iemand binnen, en... Een klap op haar hoofd. Loreneah voelde aan haar achterhoofd. Een warme vloeistof kleefde aan haar vingers.
"Bloed..." mompelde ze. "Waar zijn we?" Ze keek verward om zich heen. Het was aardedonker.
"Geen idee..." zei Joni wanhopig. "Ik herinner me niks meer. Ik was thuis, en even later werd ik hier wakker..." Loreneah wilde opstaan. 
"Kijk uit!" riep Joni.
Ze stootte haar hoofd tegen het plafond en liet zich weer op haar knieën vallen.
"Wat is dit voor plaats?" mompelde ze.
"Ik weet het niet..." zei Joni onzeker. "Toen ik hier wakker werd probeerde Martin ook al-"
"Hè?" Loreneah's ogen lichtten op. "Was Martin hier?"
Joni sloeg haar ogen neer. "Ja, in het begin wel, maar toen werd hij opgehaald..."
"Opgehaald? Door wie?"
Joni sloeg haar handen tegen haar gezicht. "Ik weet het niet, het luik ging open, maar ik kon niets zien, hij scheen in mijn ogen met een zaklamp en toen het weer donker werd was Martin weg." Loreneah dacht na.
"Hoe lang is dat geleden?"
Joni haalde haar schouders op. "Een uur... Een dag... Een week?"
"Een week?" herhaalde Loreneah geschokt.
"Ik weet het niet!" riep Joni. "Hij heeft mijn mobieltje afgepakt, en er komt hier geen daglicht binnen... Ik heb geen idee hoe lang ik hier al zit, iedere seconde duurt een eeuwigheid."
"Shit." mompelde Loreneah. "We moeten hier weg zien te komen!" 
Joni lachte vreugdeloos. "De enige manier waarop je hier wegkomt is als hij je komt halen."
"Zeg dat niet!" Loreneah sloeg met haar vuist op de grond. "We vinden wel een manier!"
"Maar hij kan ieder moment komen om me op te halen! Net als die andere mensen!"
Loreneah viel even stil. 
"Waren er hier behalve Martin nog anderen?"
Joni telde op haar vingers. "Lisa, Jamira, Nanet... Oh en Jamie."
Loreneah kneep haar ogen tot spleetjes. "Ik wist het."
"Wat wist je?" vroeg Joni verward.
"Dat er een link was tussen al die verdwijningen." 
Joni sloeg haar ogen neer. "De conventies."

Steven plofte moedeloos neer op de bank. Hij had elke kamer in het huis doorzocht. Geen Loreneah. Hij had zes keer naar haar mobiel gebeld. Hij kreeg steeds na één keer overgaan de voicemail. Misschien was het een grap, maar ze leek niet in de stemming om zo'n soort grap uit te halen, hoewel je het met Loreneah nooit wist. Steven liet zijn gezicht in zijn handen zakken en sloot zijn ogen. De doorgeknipte boverleidingen, de bebloede glasscherven, de heggeschaar van zijn vader, de verdwijningen, de reactie vanzijn vader, Épica die niet opneemt, en nu was Loreneah ook verdwenen. Steven voelde zijn gesloten ogen prikken en kneep ze stijf dicht. Hij dacht aan het bloed op de deurklink en wenste vurig dat het niet van Loreneah was. Vaag hoorde hij gestommel op het dak, maar hij schonk er geen aandacht aan. Hij pakte zijn mobiel om opnieuw Épica te bellen, maar zag dat het al kwart voor één was. "Misschien slaapt ze." sprak hij zichzelf tegen beter weten toe. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Langzaam drong het tot hem door. Kwart voor één, en zijn vader liep nog steeds op het dak. Wat dééd hij op dat dak? Steven balde zijn handen tot vuisten. Het kon niet. Zijn vader kon het niet gedaan hebben, het was zijn vader, geen ontvoerder. Bovendien, waar zou zijn vader al die mensen kwijt moeten zonder dat Steven en zijn moeder het hoorde. Hij kwam overeind en haalde diep adem. Tevergeefs probeerde hij helder te denken, maar hij kon het niet. Een traan drupte op zijn broek.
"Waar ben je, Loreneah." fluisterde hij tegen zichzelf. "Waar zijn jullie."

vrijdag 3 april 2009

Hoofdstuk 10

"Steven, kun je alsjeblieft gaan zitten?" vroeg Loreneah geïrriteerd. "Ik word een beetje zenuwachtig van je." Ze zat nog steeds op Steven's bed, met haar rug tegen de muur. Steven liep nerveus heen en weer in de kamer.
"Sorry." Steven stond even stil. "Ik ga Épica bellen."
Loreneah zuchtte. "Alweer?"
"Hoe bedoel je 'Alweer'? De laatste keer dat ik haar belde was vanmorgen!"
"Wat jij wil." mompelde Loreneah slaperig. Steven liep de kamer uit. Loreneah keek op haar mobiel, het was inmiddeld halftwaalf, maar ze had het gevoel alsof het al veel later was. Ze rekte zich uit, en op hetzelfde moment hoorde ze gebonk. Ze bleef in haar beweging hangen. Had ze tegen de muur aan gestoten? Roerloos bleef ze zitten en spitste haar oren. Meer gebonk, en voetstappen, net als de vorige nacht. Loreneah veerde overeind. Was Steven's vader nu nog met zijn planten bezig? Ze ging op de rand van het bed zitten en luisterde aandachtig. Geen geluiden meer. Onwillekeurig begon Loreneah te trillen. Het was te stil. Het klopte niet. Loreneah sloot haar ogen. Tegelijkertijd werd de stilte verstoord door het geluid van de buitendeur. Wat betekende dit? Ging Steven naar buiten? De deur viel weer dicht, er klonken voetstappen op de trap. Dat was een kort gesprek, misschien sliep Épica al. Maar waarom deed Steven de buitendeur open en dicht, om vervolgens naar boven te komen? Loreneah stond op om te gaan kijken, op dat moment vloog de deur van Steven's kamer open....

"Nog één keer." zei Steven tegen zichzelf, en hij toetste voor de derde keer het nummer van Épica in. Opnieuw kreeg hij na één keer overgaan de voicemail. Steven dacht na. De telefoon ging wel over, dus werd hij weggedrukt. Een angstig gevoel bekroop hem. Hij kon zich niet voorstellen dat Épica hem weg zou drukken. Moedeloos zakte hij neer op de bank. Wat als Épica...? Hij schudde zijn hoofd om de gedachte kwijt te raken. Dat kon niet. Dat mocht niet. Épica was veilig, er moest een andere verklaring voor zijn. Steven stond op en liep de gang op. De aarde die bij de voordeur lag viel hem niet eens op. Langzaam hees hij zichzelf de trap op. Voor de deur van zijn slaapkamer bleef hij even staan. Hij staarde naar de grond. 
"Loreneah.... Ze nam niet op." zijn stem trilde. Hij wilde naar binnen gaan, maar zijn hand bleef hangen boven de deurklink. Terwijl hij naar zijn hand keek werden zijn ogen groot. Snel  trok hij zijn hand terug en sloeg hem voor zijn gezicht. Hij deinsde achteruit. Een dieprode vloeistof drupte vanaf de deurknop op het blauwe tapijt. Bloed.
"Lo-Loreneah?" stotterde hij. Geen reactie.
"Loreneah, als dit een grapje is, is het niet grappig." Opnieuw bleef het stil. Er ging een koude rilling over Steven's rug. Aarzelend deed hij een stap naar voren. Hij haalde diep adem en duwde de deur open.

donderdag 2 april 2009

Hoofdstuk 9

Steven en Loreneah zaten samen op Steven's bed. Steven staarde geschokt voor zich uit. Loreneah keek naar de grond.
"Wat betekent dit?" vroeg Loreneah radeloos."Wat is hier aan de hand?"
Steven schudde zijn hoofd. "Er moet een logische verklaring voor zijn." zei hij vastbesloten. "Mijn vader zou nooit..."
"Dat weet ik wel." zei Loreneah. "We komen er wel uit."
Steven sloeg zijn handen voor zijn mond. "Ik wil het niet eens weten."
Loreneah voelde iets trillen in haar broekzak. Haar telefoon. 
"Hallo?"
"Hé, Loreneah, had je me gebeld?" Arjen's stem klonk door de telefoon. 
Steven keek Loreneah vragend aan. 
"Arjen." fluisterde ze, wijzend naar haar mobiel.
"Nee... Niet sinds gisteravond..." mompelde Loreneah vertwijfeld.
"Oh... Ik had een gemiste oproep van je..."
"Oh, je staat bovenaan mijn lijst." zei Loreneah. "Dat was waarschijnlijk per ongeluk."
"Oké." zei Arjen. "Gaat het wel? Je klinkt een beetje trillerig."
"Ja hoor." zei Loreneah, haar stem klonk onnatuurlijk hoog.
"Oké... Als er iets is kun je gewoon bellen hè?" zei Arjen vertwijfeld.
"J-ja. Oké." Loreneah wilde net ophangen toen haar ineens iets tebinnen schoot.
"Arjen?"
"Ja?"
"Waarom... Waarom hebben jullie Martin vervangen?" Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn.
"Hij kwam een paar weken geleden ineens niet meer opdagen voor de bandrepetities. Sindsdien hebben we niks meer van  hem gehoord." Loreneah kon haar oren niet geloven.
"Hè? Maar je kunt toch bellen?"
"Ja natuurlijk!" zei Arjen. "Alsof we dat niet geprobeerd hadden, maar hij nam niet op, we kregen altijd na één keer overgaan de voicemail." Arjen zweeg even. "Hij deed de laatste tijd steeds een beetje negatief, over alles." ging hij verder. "Hij was snel op zijn tenen getrapt, en we hadden de hele tijd ruzie. Toen hij niets meer van zich liet horen namen we aan dat hij ermee wilde kappen. Totdat..."
"Totdat wat?" vroeg Loreneah nieuwgierig.
Arjen haalde diep adem. "Totdat hij door zijn ouders als vermist werd opgegeven."
Loreneah hapte naar adem.
"Wat?" vroeg Steven geschrokken, maar Loreneah schudde haar hoofd.
"Hij is nog steeds niet terecht." zei Arjen bitter. "En ondertussen spelen wij gewoon door, met onze nieuwe bassist. Omdat we dachten dat hij ons liet zitten. We waren zelfs kwaad op hem!" Arjen's stem sloeg over. "We hadden beter moeten weten, ik weet best dat Martin ons nooit zomaar zou laten zitten, zo is hij niet! Nu lopen wij wat aan te klooien met onze nieuwe bassist, terwijl Martin... We weten niet eens of hij nog leeft!"
"Hée, rustig maar!" zei Loreneah sussend. "Het is niet jouw schuld. Het is niet jullie schuld."
Aan de andere kant van de lijn bleef het stil.
"Neem het jezelf niet kwalijk, Arjen." Loreneah's ogen begonnen te prikken. "Daar heeft Martin helemaal niets aan. Zelfs al waren jullie kwaad op hem, toen was hij waarschijnlijk al verdwenen en konden jullie niets meer doen."
"Maar we hebben niet eens geprobeerd hem te kunnen vinden!" riep Arjen gesmoord.
"Jullie hebben geprobeerd hem te bereiken, meer konden jullie niet doen. Zomaar in het wilde weg gaan zoeken, dat heeft geen zin, hij kan overal zijn!"
"Je hebt gelijk." zei Arjen zachtjes. 
"Het komt wel goed." zei Loreneah, hoewel ze er zelf aan twijfelde. "Martin komt wel boven water."
"Ik hoop dat je gelijk hebt." mompelde Arjen. "Maar ik moet ophangen."
"Oké." zei Loreneah. "Sterkte..."
"Dankje..." zei Arjen. Loreneah hing op.
"Wat is er aan de hand?" riep Steven verward. "Is Martin...?"
Loreneah knikte somber.
"Ja, Martin is ook verdwenen. Een paar weken geleden al."
"Ook van de conventie..." mompelde Steven.
Loreneah knikte. 
"We moeten iets doen!" riep Steven vastbesloten.
"Wat dan?" vroeg Loreneah wanhopig. "We weten niks!"
"Jawel!" riep Steven. "De link tussen de mensen die ontvoerd worden, allemaal mensen van de conventie! Dat kunnen we op z'n minst tegen de politie zeggen!"
"En dan?" zei Loreneah cynisch. "Dan moeten ze alle mensen die ook ooit op de conventie zijn geweest bodyguards geven?"
Steven haalde zijn schouders op. "Misschien kan het ze helpen om de zaak op te lossen."
"Oké." zei Loreneah. "Maar morgen dan, oké. Het is al tien uur geweest."