Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

woensdag 6 mei 2009

Hoofdstuk 16

Steven liep uitgeput langs de donkere ramen, hij had het gevoel dat hij al uren zocht, maar dat kon niet, want dan zou het al licht zijn. Voor één van de vele verlaten uitziende huizen bleef hij staan. Hijgend keek hij naar het plaatje boven de deurbel. Was hij hier niet al eens langsgelopen? Steven liet zijn hoofd hangen en sjokte verder. Het had geen zin. Iedereen sliep nog. Waarom hadden ze hem achter gelaten? Waarom mocht hij niet helpen Joni en Épica te bevrijden? Épica was zijn vriendin! En degene die dit allemaal op zijn geweten had was zíjn vader. Even stond hij stil. Dat was waarschijnlijk de reden dat hij niet mee mocht. Dat het allemaal de schuld van zijn vader was. Zijn vader was een kidnapper, misschien wel een moordenaar. Wanhopig liet hij zich in elkaar zakken op de koude klinkers. De tranen stroomde over zijn gezicht. Beelden van momenten van hem met Épica flitste door zijn hoofd. Hij wenste vurig dat het Loreneah en Arjen zou lukken. Plotseling flitste een ander beeld naar zijn hoofd. Loreneah in de logeerkamer, en zijn vader, met bloed aan zijn handen. Maar in de logeerkamer op de achtergrond... Een openstaand luik! Steven sperde zijn ogen wijd open. "Natuurlijk!" riep hij hardop uit. Het feit dat dit drama zich afspeelde in zijn huis kon ook in zijn voordeel werken. Abrupt stond hij op en begon in de richting van zijn huis te lopen. Steeds sneller, tot hij begon te sprinten. Hij kon niet wachten op Arjen en Loreneah. Hij ging Épica eigenhandig redden!

Loreneah keek angstig om zich heen en probeerde rudtig adem te halen.
"Oké..." zei Arjen trillerig. "Dus deze potten zijn gevuld met... Stukjes mens?"
Loreneah knikte. Ze wilde niet eens nadenken bij het idee dat de lichaamsdelen van mensen die ze op de conventie had ontmoet hier in potten op het dak stonden. Dat kon niet. Dat kon gewoon niet. Langzaam schuifelde ze tussen de potten door en bekeek de lugubere objecten die er in dreven. Arjen volgde haar. Het was als wanneer je in de trein zat tegenover een vrouw met een enorme hazenlip; je kon onmogelijk níet kijken. Bij de rand van het dak bleef ze staan. Ze staarde naar de grond en dacht aan Steven. Zou iemand hem al hebben binnengelaten? De koele avondwind blies door haar haren. Lorenean rilde. Ineens hoorde ze Arjen naar adem happen. Met een ruk draaide ze zich om. Arjen zat op zijn knieën bij één van de vele glazen potten. Zwaar ademend staarde hij naar de hand die in de gelige vloeistof dreef. Loreneah huiverde. 
"Walgelijk." mompelde instemmend.
Arjen schudde zijn hoofd. Zijn gezicht vertrok en zijn ogen begonnen te glinsteren. Met een trillende vinger tikte hij tegen het glas. Loreneah boog voorover om beter te kunnen kijken, aan de ringvinger van de levenloze hand glinsterde een zilveren ring. 
"Die... die ring..." mompelde Arjen gesmoord. "Dat is... dat is Martin's ring!"
Loreneah sloeg haar handen voor haar gezicht. Ze voelde zich misselijk worden. Ongelovig schudde ze haar hoofd. Arjen staarde anafgebroken naar de ring, en langzaam rolde er een traan over zijn gezicht. Loreneah aarzelde even, maar zette toen een paar stappen in zijn richting en legde een hand op zijn schokkende schouder. Zodra hij dat voelde sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht en begon hartstochtelijk te huilen.

1 opmerking:

  1. Leuk idee deze blog! Ik heb nog niet de tijd gehad om het hele verhaal te lezen, maar het is goed geschreven! Blijf zeker schrijven!

    BeantwoordenVerwijderen