"Niemand." fluisterde hij, en op zijn tenen stapte hij naar binnen. Loreneah volgde hem. Arjen keek zenuwachtig om het hoekje van de huiskamerdeur. Het licht in de huiskamer brandde.
"Is er iemand?" fluisterde Loreneah.
"Ik weet niet..." zei Arjen gesmoord. "Ik denk het niet."
Hij gebaarde dat ze moest blijven staan en liep naar binnen. Loreneah keek hem na en wenste vurig dat er echt niemand in de woonkamer was.
"De kust is veilig." hoorde ze Arjen zeggen. Ze slaakte een zucht van opluchting en liep de woonkamer in. Nietsvermoedend liep ze naar de deur van de logeerkamer en wilde hem open doen, maar dat lukte niet.
"Shit!" zei ze met opeengeklemde kaken. "Hij heeft de deur op slot gedaan."
Arjen vloekte zachtjes. "En nu?"
Loreneah aarzelde even. "Het dak op."
Arjen keek alsof hij haar niet goed verstaan had. "Het dak op?"
Loreneah knikte. "Steven en ik hoorde gisteravond en vandaag steeds rare geluiden op het dak. Zijn vader verbouwt er planten, zegt ie. Maar gisteravond hoorde ik glas breken. En vandaag..."
"Vond je bebloede glasscherven." vulde Arjen aan. "Dan ben ik benieuwd wat voor 'plantjes' hij verbouwt." Loreneah knikte. Door de open deur liepen ze weer naar buiten. Arjen staarde naar de dakgoot.
"En nu?" Loreneah liep langs de garage. "Nou, we moeten vinden hoe Steven's vader steeds op het dak kwam..." mompelde Loreneah. Arjen keek peinzend om zich heen. "Dan moe hier ergens een ladder ofzo zijn..." mompelde hij afwezig. Hij deed een paar stappen achteruit en verdween ineens in de heg. "AU!"
Loreneah draaide zich om. "Arjen?!" riep ze angstig.
"Bingo." klonk het uit de bosjes. Arjen kwam tevoorschijn en schoof een lange metalen ladder onder de heg vandaan.
"Discreet." zei Loreneah vol bewondering.
"Ja, maar goed dat ik zo onhandig ben..." lachte Arjen. Hij hees de ladder overeind en zette hem tegen de muur van het huis.
"Gaat u voor." hij gebaarde naar het dak. Loreneah klom op de ladder en stond binnen een paar seconden op het dak. Arjen volgde haar. Toen hij ook op het dak stond keek Loreneah om zich heen. "Wat is dit?" mompelde ze verward. Het dak stond vol met afgesloten glazen potten. Het was duidelijk dat er geen planten in zaten. Loreneah pakte één van de potten op en deed een stap achteruit om hem in het maanlicht te bekijken. Toen ze zag wat erin zat slaakte ze een kreet van afschuw. De pot gleed uit haar handen en viel een paar meter beneden hun aan scherven. Loreneah wankelde naar de rand van het dak en verloor haar evenwicht. Net op tijd pakte Arjen haar bij haar pols en trok haar bij de rand weg.
"Oh mijn God!" riep ze gesmoord en ze sloeg haar handen voor haar mond.
"Wat is er?" vroeg Arjen geschokt. "Wat zit er in die potten?"
Loreneah schudde ontzet haar hoofd. Arjen haalde een fietslampje uit zijn zak en klikte die aan. Hij hurkte tussen de glazen potten en bescheen ze één voor één met het lampje. Loreneah zakte trillend op haar knieën neer. "Jezus..." mompelde Arjen ongelovig. Sommige potten waren gevuld met een egaal rode vloeistof, waarvan Loreneah niet hoefde te raden wat het was. Arjen bescheen een pot met een heldergele vloeistof waar een gebogen ovaal, donkerrood ding in dreef. "Loreneah." Arjen wees met een trillende vinger naar het glas. "Is dat..."
Loreneah knikte. "Ja." fluisterde ze. "Dat is een nier."
Geen opmerkingen:
Een reactie posten