Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

donderdag 9 april 2009

Hoofdstuk 12

"Bloed?" herhaalde Joni geschokt. Loreneah knikte.
"Op alle glasscherven?" Loreneah knikte opnieuw.
Joni staarde voor zich uit. "Dus jullie denken dat die verdwijningen, die bovenleidingen op het station en dat bloed iets met elkaar te maken hebben?"
Loreneah haalde haar schouders op.
"Ik weet het niet... Het is alleen zo raar dat het allemaal tegelijk gebeurd. En allemaal als ík bij Steven ben... En nu dit."
Joni trok haar wenkbrauwen op. "Maar dat met die bovenleidingen... Alles wijst erop dat Stevens vader dat gedaan heeft toch?" Loreneah knikte bedachtzaam.
"Maar je denkt toch niet..." ging Joni verder, "Dat Stevens vader ook iets te maken heeft met die verdwijningen?" Loreneah gaf geen antwoord.
"Wacht eens even!" zei Joni opeens. "De meisjes die ontvoerd zijn, waren allemaal mensen van de conventie waarmee Steven veel omgaat, inclusief jij en ik!"
"Dus...?" vroeg Loreneah onzeker.
"Nou," zei Joni enthousiast. "Misschien is Stevens vriendin jaloers en wil ze alle concurrentie uitroeien!"
"Wat? Épica?" vroeg Loreneah verbaasd.
"Ja!" riep Joni overtuigd.
Loreneah moest onwillekeurig lachen. "Waarom heeft ze Martin dan ontvoerd?"
Joni legde haar vinger tegen haar kin. "Ik vond hem altijd al wat gay overkomen..."
"En Jamie dan?" giechelde Loreneah.
Joni dacht diep na. "Misschien mocht ze die gewoon niet."
Opeens klonk er gestommel boven hun hoofden. Het lachen verging Loreneah spontaan, ze hield haar adem in. In het lage plafond van de ruimte ging een luik open en een streep wit licht viel naar binnen. Joni kroop angstig achteruit. Haar handen trilden.
Doodsbang keek Loreneah toe hoe een meisje ruw door het luik werd geduwd en met een doffe dreun op de grond terechtkwam, waar ze roerloos bleef liggen. Met een piepend geluid ging het luik weer dicht. Ademloos luisterde Loreneah naar de steeds zachter wordende voetstappen.
"Hij hinkt." fluisterde ze geschokt.
"Hè?" Joni zat ineengedoken in een hoekje van de stoffige ruimte.
"Hij hinkt." herhaalde Loreneah. "Dat hoor je aan de voetstappen."
"Nou en?" Joni keek haar vragend aan.
Loreneah sloeg haar ogen neer. "Stevens vader hinkt ook."
Joni zei niets en kroop langzaam naar het meisje dat zojuist door het luik was geduwd. Ze had zich nog steeds niet bewogen. Nog steeds met hevig trillende handen pakte Joni haar pols.
"Ze leeft nog." zei ze zachtjes. Loreneah slaakte een zucht van opluchting en kroop naar Joni en het meisje toe.
"Wacht eens even..." Joni streek voorsichtig het lange haar van het meisje uit haar gezicht. Verbaasd staarde ze naar de gesloten ogen.
"Oké," zei ze zachtjes. "Mijn theorie klopte niet."
Loreneah boog zich voorover en bekeek het bleke gezicht van het meisje. Zelfs met haar lichtjes gezwollen oog en de striem op haar wang herkende Loreneah haar meteen van de foto's op Stevens Ipod. Épica.

Stevens vader kwam de logeerkamer uit en trok de deur achter zich dicht. Steven zat nog steeds op de bank met zijn hoofd in zijn handen.
"Gaat het?" vroeg hij, met een blik op Steven, die glazig voor zich uitstaarde.
Steven schrok op. "Eh... Ja." Stevens blik gleed over zijn vader. Hij droeg een tuinbroek vol vlekken, en lange, groene laarzen.
"Zou je niet eens gaan slapen?" vroeg hij streng. "Het is half drie geweest."
"Uh... Ja. Is goed. Welterusten." Steven stond op en liep de kamer uit. In de gang bleef hij staan. Het had geen zin om naar bed te gaan. Slapen kon hij toch niet. Verslagen liet hij zich zakken op de onderste trede van de trap. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Waarom ging zijn vader nou niet ook gewoon slapen? Steven staarde naar de grond. Er klonk een doffe bons. Steven schrok op. Dat was niet op het dak. Opnieuw een bons. Steven keek naar de voordeur; Er bonsde iemand op het raam. Steven kneep zijn ogen tot spleetjes om beter te kunnen kijken. Toen hij zag wie het was rende hij naar de deur om open te doen.
"Wat doe jij hier nu weer?" riep Steven verbaasd. "Weet je wel hoe laat het is."
"Bijna kwart voor drie." zei Arjen. "Waar is Loreneah?"

Geen opmerkingen:

Een reactie posten