Steven sloeg zijn ogen neer. "Weet ik niet."
"Hoe bedoel je?" Arjen verhief zijn stem. "Ze was hier toch?"
"Kom even binnen." zei Steven. Hij deed een stap achteruit en Arjen stapte langs hem heen naar binnen. Steven ging hem voor en liep naar de keuken.
"Wil je iets drinken?" hij draaide zich om naar Arjen. Die schudde zijn hoofd. Steven schonk zichzelf een glas sinaasappelsap in en ging aan tafel zitten. Arjen nam plaats op de stoel tegenover hem.
"Wat is er gebeurd?" vroeg Arjen zachtjes. "Ik werd gebeld door Loreneah, en toen ik opnam hoorde ik allemaal geruis en gekraak, en op een gegeven moment werd er opgehangen. Ik heb daarna nog een paar keer geprobeerd te bellen, maar steeds werd er na één keer opgehangen."
Steven keek peinzend naar zijn glas.
"En daarom ben je hierheen gekomen, midden in de nacht?"
Arjen sloeg zijn ogen neer. "Ik weet niet... Het was zo raar, en het is niks voor Loreneah om eerst te bellen en dan niet op te nemen. Maar behalve dat, kreeg ik een heel naar gevoel, alsof er iets mis was. Omdat ik haar niet kon bereiken heb ik jou gebeld, maar je was steeds in gesprek. Ik werd helemaal gek van mezelf, ik kon gewoon niet wachten tot ik je kon bellen, dus heb ik de eerste trein hierheen gepakt."
Steven voelde tranen prikken in zijn ogen.
"Ik probeerde Épica te bellen, mijn vriendin. Ik denk dat ze in gevaar is, met al die verdwijningen, het zijn allemaal mensen van CWN. Ik heb zes keer geprobeerd haar te bellen, maar iedere keer werd ik weggedrukt na één keer overgaan. Toen ik weer naar boven ging, waar Loreneah in mijn kamer had zitten wachten, zat er bloed aan de deurklink en op het tapijt in mijn kamer, en Loreneah was verdwenen."
Arjen keek geschrokken op. "Bloed?"
Steven knikte en stond op. Met zijn handen in zijn zakken liep hij naar het raam en staarde de nacht in. Arjen stond ook op en ging naast hem staan.
"Heb je haar gezocht?" vroeg hij voorzichtig.
"Wat denk jij dan? Natuurlijk, maar ik kan haar nergens vinden."
Arjen deed een stap naar voren en legde zijn vingers op het glas.
"We moeten haar vinden."
Langzaam deed Épica haar ogen open. Met een pijnlijk gezicht greep ze naar haar hoofd.
"Au..." zei ze zachtjes.
"Je hebt een flinke smak gemaakt." zei Joni bezorgd. Ze hielp Épica voorzichtig overeind en bekeek haar gezicht.
"Hij heeft je ook wel goed te pakken gehad..." peinzend staarde ze naar de striemen op Épica's gezicht.
"Hij?" vroeg Épica angstig. "Wie? Wie heeft dit gedaan?"
Joni wierp een twijfelachtige blik op Loreneah.
"We denken de vader van Steven."
"Wat? Steven?" riep Épica verbaasd. "Waar is Steven? Is hij oké?"
"Waarschijnlijk wel, als het echt zijn vader is." zei Loreneah ernstig. "Hij zou zijn eigen zoon waarschijnlijk niks aan doen..."
"Waarschijnlijk?" mompelde Épica.
Loreneah haalde haar schouders op. "Ik weet niet wat voor persoon het is... Als hij echt de bovenleidingen heeft doorgeknipt met een heggeschaar..."
"Hè?" vroeg Épica verbaasd. "Was hij dat?"
"Heb je dat nog gehoord dan?" vroeg Loreneah. Épica knipte.
"Het was één van de laatste dingen die ik me nog kan herinneren. Ik was op weg naar Steven toe, ik was bezorgd vanwege die verdwijningen. Toen ik op TV zag dat Jamie ook vermist werd, en het dus niet alleen meisjes waren, realiseerde ik me dat Steven in gevaar was. Toen ik hem belde nam hij niet op, dus nam ik de eerste trein richting Amersfoort. Het was een enorm gedoe om er te komen, omdat de bovenleidingen waren doorgesneden, dus duurde de reis langer dan normaal. Ik stond net op het station vlakbij Amersfoort op de bus te wachten toen ik een klap op mijn hoofd kreeg. Verder herinner ik me niks meer. "
Loreneah dacht even na. "Hoe laat belde je Steven?"
"Uh... Iets na vieren..."
Loreneah knikte langzaam. "Toen zaten we in de bioscoop, daarom nam hij niet op."
Épica trok een wenkbrauw op. "In de bioscoop?"
Loreneah zuchtte. "Ja, bij Confessions of a Shopaholic. Maar maak je maar geen zorgen hoor, ik heb hem met geen vinger aangeraakt. Trouwens, dat zou hij ook niet willen, hij had het de hele dag om de vijf minuten over hoe leuk jij wel niet bent."
Épica kreeg een kleur. "Echt waar?"
Loreneah knikte. Ineens klonken er voetstappen boven hun. Joni kromp angstig ineen en wees naar het plafond. Met piepende scharnieren ging het luik opnieuw open.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten