Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

vrijdag 3 april 2009

Hoofdstuk 10

"Steven, kun je alsjeblieft gaan zitten?" vroeg Loreneah geïrriteerd. "Ik word een beetje zenuwachtig van je." Ze zat nog steeds op Steven's bed, met haar rug tegen de muur. Steven liep nerveus heen en weer in de kamer.
"Sorry." Steven stond even stil. "Ik ga Épica bellen."
Loreneah zuchtte. "Alweer?"
"Hoe bedoel je 'Alweer'? De laatste keer dat ik haar belde was vanmorgen!"
"Wat jij wil." mompelde Loreneah slaperig. Steven liep de kamer uit. Loreneah keek op haar mobiel, het was inmiddeld halftwaalf, maar ze had het gevoel alsof het al veel later was. Ze rekte zich uit, en op hetzelfde moment hoorde ze gebonk. Ze bleef in haar beweging hangen. Had ze tegen de muur aan gestoten? Roerloos bleef ze zitten en spitste haar oren. Meer gebonk, en voetstappen, net als de vorige nacht. Loreneah veerde overeind. Was Steven's vader nu nog met zijn planten bezig? Ze ging op de rand van het bed zitten en luisterde aandachtig. Geen geluiden meer. Onwillekeurig begon Loreneah te trillen. Het was te stil. Het klopte niet. Loreneah sloot haar ogen. Tegelijkertijd werd de stilte verstoord door het geluid van de buitendeur. Wat betekende dit? Ging Steven naar buiten? De deur viel weer dicht, er klonken voetstappen op de trap. Dat was een kort gesprek, misschien sliep Épica al. Maar waarom deed Steven de buitendeur open en dicht, om vervolgens naar boven te komen? Loreneah stond op om te gaan kijken, op dat moment vloog de deur van Steven's kamer open....

"Nog één keer." zei Steven tegen zichzelf, en hij toetste voor de derde keer het nummer van Épica in. Opnieuw kreeg hij na één keer overgaan de voicemail. Steven dacht na. De telefoon ging wel over, dus werd hij weggedrukt. Een angstig gevoel bekroop hem. Hij kon zich niet voorstellen dat Épica hem weg zou drukken. Moedeloos zakte hij neer op de bank. Wat als Épica...? Hij schudde zijn hoofd om de gedachte kwijt te raken. Dat kon niet. Dat mocht niet. Épica was veilig, er moest een andere verklaring voor zijn. Steven stond op en liep de gang op. De aarde die bij de voordeur lag viel hem niet eens op. Langzaam hees hij zichzelf de trap op. Voor de deur van zijn slaapkamer bleef hij even staan. Hij staarde naar de grond. 
"Loreneah.... Ze nam niet op." zijn stem trilde. Hij wilde naar binnen gaan, maar zijn hand bleef hangen boven de deurklink. Terwijl hij naar zijn hand keek werden zijn ogen groot. Snel  trok hij zijn hand terug en sloeg hem voor zijn gezicht. Hij deinsde achteruit. Een dieprode vloeistof drupte vanaf de deurknop op het blauwe tapijt. Bloed.
"Lo-Loreneah?" stotterde hij. Geen reactie.
"Loreneah, als dit een grapje is, is het niet grappig." Opnieuw bleef het stil. Er ging een koude rilling over Steven's rug. Aarzelend deed hij een stap naar voren. Hij haalde diep adem en duwde de deur open.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten