Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

dinsdag 7 april 2009

Hoofdstuk 11

"Loreneah...?" Loreneah kreunde zachtjes. Haar hoofd bonkte, ze wilde haar ogen niet openen. De vloer onder haar lichaam voelde koud en hard aan. Waar was ze?
"Loreneah! Zeg iets!" Een stem. Ineens realiseerde ze zich dat er iemand tegen haar praatte. Ze herkende die stem. Koortsachtig probeerde ze zich iets te herinneren. Waarom deed haar hoofd zo'n pijn?
"Loreneah, alsjeblieft!" De stem klonk angstig. Langzaam opende Loreneah haar ogen.
"Waar ben ik...?"
"Oh, je leeft nog!" Een omhelzing. Krullen. Blonde krullen.
"Joni...!" Langzaam kwam alles terug. Ze was op Steven's kamer, maar ze was alleen... Er kwam iemand binnen, en... Een klap op haar hoofd. Loreneah voelde aan haar achterhoofd. Een warme vloeistof kleefde aan haar vingers.
"Bloed..." mompelde ze. "Waar zijn we?" Ze keek verward om zich heen. Het was aardedonker.
"Geen idee..." zei Joni wanhopig. "Ik herinner me niks meer. Ik was thuis, en even later werd ik hier wakker..." Loreneah wilde opstaan. 
"Kijk uit!" riep Joni.
Ze stootte haar hoofd tegen het plafond en liet zich weer op haar knieën vallen.
"Wat is dit voor plaats?" mompelde ze.
"Ik weet het niet..." zei Joni onzeker. "Toen ik hier wakker werd probeerde Martin ook al-"
"Hè?" Loreneah's ogen lichtten op. "Was Martin hier?"
Joni sloeg haar ogen neer. "Ja, in het begin wel, maar toen werd hij opgehaald..."
"Opgehaald? Door wie?"
Joni sloeg haar handen tegen haar gezicht. "Ik weet het niet, het luik ging open, maar ik kon niets zien, hij scheen in mijn ogen met een zaklamp en toen het weer donker werd was Martin weg." Loreneah dacht na.
"Hoe lang is dat geleden?"
Joni haalde haar schouders op. "Een uur... Een dag... Een week?"
"Een week?" herhaalde Loreneah geschokt.
"Ik weet het niet!" riep Joni. "Hij heeft mijn mobieltje afgepakt, en er komt hier geen daglicht binnen... Ik heb geen idee hoe lang ik hier al zit, iedere seconde duurt een eeuwigheid."
"Shit." mompelde Loreneah. "We moeten hier weg zien te komen!" 
Joni lachte vreugdeloos. "De enige manier waarop je hier wegkomt is als hij je komt halen."
"Zeg dat niet!" Loreneah sloeg met haar vuist op de grond. "We vinden wel een manier!"
"Maar hij kan ieder moment komen om me op te halen! Net als die andere mensen!"
Loreneah viel even stil. 
"Waren er hier behalve Martin nog anderen?"
Joni telde op haar vingers. "Lisa, Jamira, Nanet... Oh en Jamie."
Loreneah kneep haar ogen tot spleetjes. "Ik wist het."
"Wat wist je?" vroeg Joni verward.
"Dat er een link was tussen al die verdwijningen." 
Joni sloeg haar ogen neer. "De conventies."

Steven plofte moedeloos neer op de bank. Hij had elke kamer in het huis doorzocht. Geen Loreneah. Hij had zes keer naar haar mobiel gebeld. Hij kreeg steeds na één keer overgaan de voicemail. Misschien was het een grap, maar ze leek niet in de stemming om zo'n soort grap uit te halen, hoewel je het met Loreneah nooit wist. Steven liet zijn gezicht in zijn handen zakken en sloot zijn ogen. De doorgeknipte boverleidingen, de bebloede glasscherven, de heggeschaar van zijn vader, de verdwijningen, de reactie vanzijn vader, Épica die niet opneemt, en nu was Loreneah ook verdwenen. Steven voelde zijn gesloten ogen prikken en kneep ze stijf dicht. Hij dacht aan het bloed op de deurklink en wenste vurig dat het niet van Loreneah was. Vaag hoorde hij gestommel op het dak, maar hij schonk er geen aandacht aan. Hij pakte zijn mobiel om opnieuw Épica te bellen, maar zag dat het al kwart voor één was. "Misschien slaapt ze." sprak hij zichzelf tegen beter weten toe. Opnieuw klonk er gestommel op het dak. Langzaam drong het tot hem door. Kwart voor één, en zijn vader liep nog steeds op het dak. Wat dééd hij op dat dak? Steven balde zijn handen tot vuisten. Het kon niet. Zijn vader kon het niet gedaan hebben, het was zijn vader, geen ontvoerder. Bovendien, waar zou zijn vader al die mensen kwijt moeten zonder dat Steven en zijn moeder het hoorde. Hij kwam overeind en haalde diep adem. Tevergeefs probeerde hij helder te denken, maar hij kon het niet. Een traan drupte op zijn broek.
"Waar ben je, Loreneah." fluisterde hij tegen zichzelf. "Waar zijn jullie."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten