Het volgende verhaal is volledig fictief.

Alle overeenkomsten met bestaande zaken of personen berusten op toeval. ;]

dinsdag 17 maart 2009

Hoofdstuk 2

Loreneah stapte struikelend de trein uit. Waar nu heen? Ze haalde haar schouders op en liep een trap op. Verkeerde trap. Sommige stations zijn echt doolhoven! Ze liep de brug over en weer naar beneden. Nu stond ze op een ander perron! Aan de andere kant van het perron was nog een trap. Loreneah zuchtte, en liep richting de trap, tot ze halverwege weer op een aanplakbiljet stuitte. Ze boog zich voorover om het beter te kunnen zien. Weer iemand vermist. Loreneah bekeek de foto. Dat korte haar... Die bril, dat was Nina! Ineens schoot het andere aanplakbiljet haar weer te binnen; Joni. Wat raar, allebei van de conventie... Kon dat toeval zijn? 
Loreneah schrok op uit haar overpeinzingen doordat haar mobiel trilde in haar broekzak.
"Hallo?"
"Hé, waar ben je?" Steven's stem klonk opgewekt.
"Uh... Op het station." stamelde Loreneah
"Ja, oké, maar waar?"
Loreneah keek om zich heen op zoek naar een bordje.
"Spoor 6."
"Oké, dan kom ik daar heen." zei Steven, en hij hing op. 
Loreneah haalde diep adem en liep de trap op. Boven aan de trap stond Steven te wachten. Loreneah omhelsde hem en keek hem ernstig aan. 
"Wat is er?" vroeg Steven verbaasd.
"Joni wordt vermist."
"Joni?" riep Steven "Joni Korfeennhoef?"
Loreneah knikte.
"En Nina ook."
"Hoe weet je dat?" vroeg Steven.
"Ik zag aanplakbiljetten." zei Loreneah zachtjes. "Vind je het niet raar? Ze zijn allebei van de conventie..."
Steven keek peinzend voor zich uit. "Toeval?"
Loreneah haalde haar schouders op. Ze rilde.
"Zullen we maar gaan? Ik heb het best wel koud."
Steven knikte. "Oké."

Steven zette zijn fiets op de standaard en deed de deur open. 
"Kom binnen." zei hij met een zwierig gebaar. 
Loreneah stapte de warme gang binnen en Steven volgde haar. Ze trokken hun jassen uit en liepen door naar de woonkamer. 
"Ga zitten." zei Steven, en hij liep naar de keuken om drinken in te schenken. 
Loreneah keek om zich heen.
"Dat is m'n vaders gekke hobby." ze Steven, en hij gebaarde met zijn hoofd naar de grote hoeveelheid plastic bakken in de vensterbank, terwijl hij een groot glas sinaassappelsap voor Loreneah's neus neerzette. 
"Als ze groot zijn zet hij ze op het dak, daar komt het meeste zon."
Loreneah bekeek de etiketten op de bakken en las ze hardop voor. 
"Tomaat... Basilicum... Afrikaantjes?!"
Steven lachte. "Het zijn planten!"
"Oh..." Loreneah zette haar glas aan haar lippen.
Steven rekte zich uit.
"Zullen we maar gaan slapen?"
Loreneah knikte.
 "Ja, ik ben kapot."
Ze geeuwde.
"Oh wacht! Ik zou Arjen bellen!" ze pakte haar mobiel en drukte op telefoonlijst. Het was het eerste nummer in haar lijst. 
"Je mag de huistelefoon ook wel gebruiken hoor..." mompelde Steven.
"Nee, hoeft niet." zei Loreneah, en ze luisterde naar de pieptoon aan de andere kant van de lijn.
"Hallo?"
"Hé Arjen!" zei ze opgewekt. "Ik bel even om te zeggen dat ik veilig ben aangekomen!"
"Oké." zei Arjen tevreden. "Bedankt dat je even belt."
"Nou, ik ga slapen." gaapte Loreneah. 
"Slaap lekker." zei Arjen.
"Ja, jij ook." Loreneah verbrak de verbinding.
"Kom," zei Steven. "Ik breng je naar je kamer."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten